heeft dit verhaal potentie (±1300 woorden)
Hoi hoi,
Dit is een fragment uit een roman in wording (±1300 woorden).
Ik ben op zoek naar inhoudelijke feedback op leeservaring: waar zakt de aandacht in, waar wordt het onduidelijk of te veel.
Ik ben niet op zoek naar taalfouten of spellingscorrecties.
Zo hier bij het begin:
Het is 22:00 uur 's avonds. Ik lig in bed.
Zoals een volwassen man hoort te doen.
De wekker staat al klaar om me te wekken voor de verschrikkelijke ochtendglorie.
Het dagelijkse ritme dat de mens ook wel de sleur van het leven noemt.
Afgrijselijk.
Maar goed.
Daar ga je weer. Braaf naar je 9-to-5 job.
Hopen dat je het ooit maakt, wat dat dan ook mag betekenen.
Alsof je er ooit echt buiten kunt staan.
Maar goed—who gives a fuck.
Je doet wat je moet doen.
En naast dat moet je zorgen dat je een goede vader bent. Goede schoonzoon. Focking broer.
Gelukkig ben ik een simpele kerel.
Geen ouders. Geen familie.
Gewoon een simpele wees.
Begrijp me niet verkeerd.
Mijn bijgevoegde ouders hebben hun best gedaan.
Je weet wel: simpele mensen die zoeken naar vervulling.
Want anders ben je niks waard, als je niet voldoet aan de maatschappelijke standaard.
Maar goed, dat terzijde.
Ik heb gelogen.
Ik ben geen volwassen vent die zich houdt aan de norm.
Ik lig niet om 22:00 uur in bed.
Ik zit aan de bar. Zwaar bezopen.
Het is 01:30 's nachts. Dinsdagavond.
Een klein, afgetrapt dorp.
Waar je waarschijnlijk een normaal mens tegenkomt rond 18:30—verdwaald, op zoek naar de normale wereld.
Niet naar deze boerenpummels die hier rondhangen.
Wat niet gelogen is: mijn wekker gaat echt om 8:00 uur.
Dan verwachten ze dat ik fris en fruitig op werk verschijn, met een vrolijk gezicht.
Dat ik voldoe aan de eisen.
Bullshit.
Maar we dwalen af.
Eerst moet ik zorgen dat ik überhaupt thuiskom.
Ik weet niet eens hoe ik hier terecht ben gekomen.
Een vriend dacht dat het een goed idee was, zo’n klotekroeg.
Je weet wel, zo'n plek waar mannen vrolijk lachen om racistische grappen
en klagen over de vrouwen thuis.
Heerlijk, niet waar?
Countrymuziek op de radio.
White man music, noemen ze het soms.
Zoals ik al zei, ik moet naar huis.
Ik vraag of ik mag afrekenen.
De barman—zelf straalbezopen—kijkt me aan alsof ík gek ben.
"Het is nog vroeg, jochie."
Tuurlijk. Hij blijft nog even.
Hij heeft toch geen leven.
Werkt als fulltime manager van een tyfusfabriek
die zorgt voor genoeg vlees in de vleeswaren Chap,
je hoort het:
Ik werk bij een slachthuis.
Levende wezens. Keer op keer. De keuring door.
Heerlijk.
Het enige wat ik hoef te doen, is zorgen dat het allemaal volgens planning gaat.
Pa en ma zouden trots zijn.
Ik stap van de kruk af, betaal de rekening,
en probeer met m’n dronken kop door de drukte van de bar te bewegen.
Eenmaal buiten.
Het was een warme zomernacht.
Ik strompelde richting m’n auto.
In de verte hoorde ik wat mensen lachen.
Om de hoek van de bar zag ik iemand z’n huur weer naar buiten gooien.
Trieste zooi.
Niet dat ik zelf veel beter was.
In je uppie, levenloos zuipen op een dinsdag.
Ook niet echt prijswinnend gedrag.
Eindelijk bij mijn auto,
ik wilde net instappen toen ik een slanke hand op mijn schouder voelde.
Ik draaide me om. Een beetje geschrokken.
En daar stond ze.
Een vreemde verschijning.
Een jonge vrouw met doffe, blauwe ogen.
Haar haar zat als een vogelnest op haar hoofd.
Alsof ze zich al een tijd niet had bekommerd om hoe ze eruitzag.
Er zaten zelfs een paar dreads in, die langs haar nek naar beneden vielen.
Op haar gezicht een flinke laag stof.
Ik vroeg me af wat ze hier deed.
Want eerlijk: los van dat alles zag ze er niet verkeerd uit.
Met een goeie opfrissing en een stevige douche zat er vast een mooi koppie onder dat vuil.
Ze zei:
“Hej maatje. Misschien is het beter als ík rij.”
Ik keek haar verward aan.
Waarom zou ik een onbekende vrouw me laten rijden?
“Wat zit er voor jou in?” vroeg ik.
“Ik heb m’n eigen lift naar huis. Je kunt bij mij blijven slapen.
En jij leeft nog voor een andere dag.”
Ik keek haar stomverbaasd aan.
Nog steeds niet begrijpend waarom deze chick met een vreemde vent mee wilde.
En toch… haar woordkeuze was intrigerend.
Alsof ze iets wist wat ik niet wist.
Dus ik haalde m’n schouders op.
“Prima. Waar rij je ons naartoe?”
Ze keek me glimlachend aan.
“Niet ver hiervandaan. Half uurtje, zoiets. Buiten de stad.”
Dat leek me wel logisch, gezien haar stoffige uiterlijk.
Waarschijnlijk woonde ze op een kleine boerderij aan de rand van de bewoonde wereld.
We stapten in.
Ik vroeg me nog af of ze zelf ook had gedronken,
maar zo kwam ze niet over.
“Wat deed je eigenlijk daar, bij die bar?” vroeg ik.
“Ow, ik had wat vrienden die ik wilde zien.”
“En die wilden je niet naar huis brengen?”
“Je weet hoe dat gaat…
De één ontmoet een leuke gast,
de ander woont precies de andere kant op.
Dan blijf je zelf over.”
Ze haalde haar schouders op.
“Maar zoals je ziet: ik vind altijd wel een manier om thuis te komen.”
“En een taxi vond je niks?”
“Ach… ik help graag anderen.
En ik zag dat jij in de auto wilde stappen.
Niet echt een slimme zet, voor een volwassen man.”
Ze grijnsde naar me.
Alsof ze me al gelezen had voordat ik me überhaupt had omgedraaid.
Waarschijnlijk wel.
Ik ben net zo’n simpele man vanbinnen
als ik er vanbuiten uitzie.
“Je hebt een fijne auto.”
“Thanks… hij was ooit van m’n vader geweest.”
“Ben je close met je vader?”
“Nee.”
Ik zag dat ik haar ongemakkelijk maakte.
Dus ik verbeterde mezelf, snel.
“Ik zie m’n ouders niet vaak… ze wonen ergens anders.”
(Wat niet gelogen was.)
Ze knikte.
Focuste zich terug op de weg.
Kennelijk leek haar dat een betere beslissing dan naar een zielig verhaal luisteren.
En gelijk heeft ze.
Ik merkte dat ik begon te dommelen.
Ergens wist ik: slapen terwijl een wildvreemde je auto bestuurt is niet het slimste plan.
Maar de alcohol, de warme lucht, het ritme van de motor…
Mijn ogen vielen dicht.
Toen ik wakker werd,
keek ik recht in de loop van een pistool.
Oog in oog.
Koud staal.
Gericht op mijn kop.
Ik wist niet eens zeker of ik droomde.
De autodeur stond open.
En voordat ik kon beseffen wat er gebeurde, werd ik met ruw geweld uit de auto getrokken.
Ik ben belazerd.
Die meid—ze hoorde gewoon bij een stelletje schoffies.
Straatbende.
Ze jat m’n auto.
Waarschijnlijk heeft ze m’n geld al uit m’n zakken gevist.
Hoe kon ik zo fúcking stom zijn?
Fucking klootzak.
Je bent nog zieliger dan je eruitziet.
Domkop.
Daar lag ik dan.
Op de grond.
De wereld draaide door, zonder mij.
Misschien maken ze me straks gewoon af.
Schieten ze me eruit.
Misschien is dat nog het enige juiste in dit hele troosteloze kutleven.
Misschien wordt er dan eindelijk een fout rechtgezet.
Dat ik überhaupt op deze planeet ben neergezet...
Dat was al de eerste vergissing.
Ik keek met lafheid strak naar de grond.
Ik hoefde niks te zien.
Doe het maar. Nu. Verlos me van dit moment.
Maar ineens—geschreeuw.
Hard. Scheurend.
Het rukte me uit m’n zelfmedelijden.
“NEE!” .
“We hebben niks! We zijn simpele zielen zonder ook maar iets waard te zijn!
Toch keek ik op.
Draaide m’n hoofd richting het geluid.
En daar zag ik haar.
Die meid.
Ze werd vastgehouden.
Vechtend. Woest.
Voor haar leven.
Ze had lef.
Moed.
Barstend van energie, ondanks alles.
Ze probeerde zich vrij te vechten met elke vezel in haar lijf.
Totaal het tegenovergestelde van mij.
Ik, die daar lag als een natte dweil.
Zielig. Stil.
Ik zag dat ze mij links hadden laten liggen.
Blijkbaar was ik niet eens goed genoeg voor dat uitschot.
Niet eens de moeite waard.
Maar ik wist dat ik iets moest doen.
Ik werd niet vastgehouden.
Niemand keek naar me om.
Toen zag ik hem.
De man met het staal des doods.
En ik dacht:
Als mijn leven dan toch geen zin heeft gehad,
laat me dan in godsnaam één ding goed doen.
Ik sprong op.
Alles in één beweging.
Geen plan. Alleen instinct.
En toen—
BANG.
Een knal.
Een klap.
En het licht…
ging uit

Hoi Pien Groen, welkom en…
Lid sinds
16 jaar 5 maandenRol
Hoi Pien Groen, welkom en leuk dat je een fragment plaatst. Het is eigenlijk meer iets voor Proeflezen. Als je het daar plaatst, kunnen forummers erop reageren. Neem dan wel even de proefleesregels door.
Dit:
is een goede feedbackvraag. Maar de tekst is wel te lang.
Al met sluiten we het topic hier, en we zien het graag terug bij Proeflezen.