Lid sinds

8 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Tijdsgebruik in zinnen

Mij is altijd verteld dat ik in een verhaal consistent taalgebruik moet hebben, geen tegenwoordige en verleden tijd door elkaar. Maar nu vraag ik me af hoe ik dat in dit stukje het beste zou kunnen doen. Als Jack weer terug is komt Melanie stampvoetend op hem af gelopen. “Jack! Waar was je? We zouden gaan trainen vandaag.” “Ik was wandelen.” “Met je vriendinnetje zeker, dus zij is belangrijker voor je dan wij zijn?” “Wat is er opeens mis met je Mel? En ja, ze is belangrijker dan de meeste hier, maar ik ga niet tussen jou en haar kiezen als je dat bedoelt. Je bent mijn zusje, dus natuurlijk ben je belangrijk voor me, maar soms heeft iemand anders ook wat gezelschap nodig.” “Laat maar, ik ga wel alleen trainen.” Melanie liep verontwaardigd de trap op richting de trainingszaal. Dit stuk is nog niet herschreven, dus mijn excuses als het dialoog een beetje slap over komt of niet lekker loopt, maar dat komt allemaal later. Waar ik nu graag wat tips bij wil hebben is de eerste zin. Ik heb het nu in chronologische volgorde, eerst kwam Melanie stampvoetend naar Jack toe, toen kwam het dialoog, toen ging Melanie weg om te trainen. Moet ik die eerste zin dan ook in de verleden tijd zetten?

Lid sinds

9 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Het wordt me uit dit stukje niet duidelijk in welke tijd de rest van je verhaal geschreven is, en dat is allesbepalend. Dus hoe schrijf je hiervoor en hierna? Afhankelijk van de rest van je verhaal, wordt het ofwel 'Toen Jack weer terug was kwam' of 'Wanneer Jack weer terug is komt'. (Ik schrijf wanneer in plaats van als omdat dat meer conform de regels van schrijftaal is. Als kun je wel in deze betekenis gebruiken, maar dat heeft niet de voorkeur).

Lid sinds

7 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
De vraag is elders eerder op dit forum gesteld, maar ik zou 't even niet weten. Soit. Daarom (wederom) mijn ongevraagd advies: het verhaal in de vt, de dialogen in de tt. Het dwingt het verhaal consistent en is handzamer om te schrijven. Je weet dan immers wanneer je welke tijd moet gebruiken. Denk goed na over namen van personen en plaatsen. Meest naturel is geloofwaardig. 'Jack'...? 'Sorry, mate'! Maar ik zou niet 'later' het verhaal goed opschrijven. Je kan daarmee je intenties kruisen, want dat 'later' zal er ongetwijfeld wel weer een reden zijn om het weer 'later' echt goed, nee, echt beter hoor, echt waar, dan doe ik dat wel... 'later' dus, &c. Brokje voor brokje, per alinea, per woord, per letter, zo goed mogelijk. Beitelen, schuren, polijsten. Kauwen en doorslikken.