Image

denkballonnetjes

Pixabay

Die lastige gedachtestreepjes

De vorige keer hebben we het gehad over het afbreekstreepje. In zijn boek Nieuwe Leestekenwijzer, dat enkele maanden geleden is verschenen, noemt Peter van der Horst meer dan twintig toepassingen van (horizontale) streepjes. Nu is het gedachtestreepje aan de beurt. 

Wanneer een gedachtestreepje?

Het gedachtestreepje is het lange horizontale streepje in bijvoorbeeld: We zullen aan de stadsvernieuwing – in het bijzonder wat de grote steden betreft – voorrang geven. Dit leesteken wordt dus gebruikt om een tussenzin duidelijk van de rest af te scheiden. Zo’n tussenzin kan ook tussen komma’s of tussen haakjes staan, maar gedachtestreepjes zijn meestal duidelijker.

Nog enkele voorbeelden:

  • Aan het eind van de ochtend – na zo’n twintig kilometer lopen – kreeg ik last van mijn rug.
  • Verbetering van de levensomstandigheden in de steden – vooral in de grote – vraagt steeds meer aandacht.

Aan de voorbeelden zie je dat het afgescheiden deel meestal een onvolledige zin is, maar het kan ook gaan om een hele zin. Vaak is dat dan een vraag of uitroep: De leverancier liet ons weten – waarop is dat eigenlijk gebaseerd? – dat onze bestelling niet duidelijk was. 

Niet te veel

Wees voorzichtig met die gedachtestreepjes, want ze kunnen voor ingewikkelde constructies zorgen, die de aandacht afleiden en slecht zijn voor de leesbaarheid. Je leest weleens teksten waarin om de paar zinnen gedachtestreepjes voorkomen. Gebruik ze het liefst alleen als een tussenzin duidelijk gescheiden moet worden van de rest. En vermijd zeker meer dan twee gedachtestreepjes in één zin, want dat gaat op een puzzel lijken: De drie dimensies van duurzame ontwikkeling – de economische, ecologische en sociale dimensie – uitgewerkt op drie niveaus – individu, organisatie en maatschappij – vormen een goed uitgangspunt voor het hoger onderwijs.

Met haakjes in plaats van streepjes wordt het al wat overzichtelijker, maar een andere formulering zou nog beter zijn, bijvoorbeeld: De drie dimensies van duurzame ontwikkeling (de economische, ecologische en sociale dimensie) vormen een goed uitgangspunt voor het hoger onderwijs als ze zijn uitgewerkt op drie niveaus: individu, organisatie en maatschappij.

We hebben het steeds over twee gedachtestreepjes, maar ze komen ook nogal eens enkel voor. Met zo’n enkel streepje kunnen we bijvoorbeeld een onverwachte wending aangeven: Hij rookt niet meer – maar ook niet minder. De prijzen zijn heel gunstig – voor de leverancier. Je zou hier ook een komma kunnen zetten, maar dan is de onverwachte wending veel minder duidelijk. Een puntenreeks is ook mogelijk, en duidelijker dan een komma: Hij rookt niet meer… maar ook niet minder.­ 

Welk streepje?

Het gedachtestreepje wordt dus op verschillende manieren gebruikt, maar om welk streepje gaat het precies? We kunnen op de pc immers streepjes van verschillende lengte maken. Afgezien van het lage streepje (underscore: _) hebben we natuurlijk het korte streepje, zoals in mini-uitje, in voor- en nadelen en als afbreekstreepje. Dat is een zogenaamde divisie, die op het toetsenbord voorkomt. Maar voor de gedachtestreepjes gebruiken we het liefst langere streepjes, zogenaamde halve kastlijntjes. Die komen niet op het toetsenbord voor, maar zijn toch vrij makkelijk te maken, namelijk door Ctrl en de min op het numerieke deel van het toetsenbord tegelijk in te drukken (of met Alt + 0150).

Je vindt het misschien gemakkelijker om – als dat tenminste nog niet het geval is – de computer zo in te stellen dat een kort streepje tijdens het typen automatisch wordt omgezet in een lang streepje. Je doet dat via Bestand – Opties – Controle – AutoCorrectie-opties. Bij ‘Vervang:’ typ je een kort streepje (met spatie voor en na). Bij ‘Door:’ voeg je het lange streepje in met Ctrl – (ook met een spatie voor en na).

In op de computer vervaardigde teksten komt het nogal eens voor dat het tweede gedachtestsreepje een korter streepje is dan het eerste. Dat kan te maken hebben met Autocorrectie.

We hadden het over drie soorten horizontale streepjes. De derde soort is het langste streepje (kastlijntje genoemd: —), dat in Nederlandse teksten bijna niet gebruikt wordt. Het is te maken door Ctrl + Shift en de min op het numerieke toetsenbord tegelijk in te drukken (of met Alt + 0151). 

Tot slot een paar bijzonderheden

  • Er komt altijd een spatie voor en na een gedachtestreepje.
  • Voor of na een gedachtestreepje komt geen komma.
  • Aan het eind van de zin vervalt het tweede gedachtestreepje.
  • Breek een regel liever niet af voor een gedachtestreepje; het is niet alleen minder fraai, maar als het streepje op de volgende regel staat, komt de lezer er ‘te laat’ achter dat er een gedachtestreepje volgt. 

Peter van der Horst Leestekens
Over de auteur

Peter van der Horst, de auteur van dit artikel, is docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur. Veel meer over leestekens en andere tekens is te vinden in zijn boek Nieuwe Leestekenwijzer (390 pagina’s), dan kortgeleden bij Uitgeverij Garant is verschenen. U vindt er ook in hoe al die tekens op de computer te maken zijn. Eerder schreef hij onder andere Redactiewijzer, Stijlwijzer, De Taalgids en Begrijpelijk schrijven voor iedereen.

Comments

Lid sinds

7 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Maar voor de gedachtestreepjes gebruiken we het liefst langere streepjes, zogenaamde halve kastlijntjes.
Als 'we' het liefst langere streepjes gebruiken - geeft mij dat dan ruimte om liever (het liefst) het kortere streepje te gebruiken?
Een puntenreeks is ook mogelijk, en duidelijker dan een komma: Hij rookt niet meer… maar ook niet minder.­
Zonder te vallen struikel ik over het gebruik van uw puntenreeks. Geen spatie - voor en achter?! Ik denk: Hij rookt niet meer … maar ook niet minder. https://onzetaal.nl/taaladvies/beletselteken/
De drie puntjes die aangeven dat een deel van de tekst is weggelaten, hebben de naam beletselteken. Soms worden ze gedachtepuntjes genoemd.
Uw puntenreeks is gelijk aan het beletselteken en de gedachtepuntjes?
Voor een beletselteken komt bij voorkeur een spatie. Alleen als het wordt gebruikt om aan te geven dat een woord wordt afgebroken, blijft de spatie weg. Bijvoorbeeld: ‘Marc riep: “Kun je nog even w...”, maar Emma gooide de deur al dicht.’
De voorkeur is duidelijk.
Veel uitgeverijen hanteren echter de regel dat er nooit een spatie voor een beletselteken komt.
Deze opmerking - wat uitgeverijen doen - staat er (pas) sinds kort bij. Eigenlijk... hanteren die uitgeverijen onzin...! Of niet ...?
Voor en achter een beletselteken komt doorgaans een spatie.
https://taaladvies.net/taal/advies/tekst/90/belet…
Voor en na een beletselteken komt doorgaans een spatie.
https://www.taaltelefoon.be/beletselteken-%E2%80%…
Het beletselteken staat tussen twee spaties, behalve als een woord wordt afgebroken.
https://vrttaal.net/taaladvies-spelling/beletselt…
Zowel voor als achter het beletselteken zet u een spatie.
https://www.rendement.nl/nieuws/hoe-het-precies-h…
Ook in het notatiesysteem waarmee wij taal op schrift stellen kunnen we zien dat niets verwijst naar iets. We hebben hier zelfs een speciaal leesteken voor: … , doorlooppuntjes genoemd of ook wel puntjepuntjepuntje. De officiële benaming is beletselteken. Wel jammer dat het beletselteken nog meer functies heeft, bijvoorbeeld spanning opvoeren: En wat denk je dat er gebeurt …? Maar goed, we hebben in elk geval een ‘blokkeertaal’-teken om aan te geven dat er in het niets iets gebeurt: En toen ging het licht uit … Het beletselteken belet dus dat er in táál iets verdergaat.
https://www.neerlandistiek.nl/2019/01/30737/