Afbeelding

Vier tips voor personageontwikkeling

De lezer moet mee kunnen leven met jouw protagonist. Daarom moet je als schrijver het hoofdpersonage door en door kennen. Om dat te bewerkstelligen, moet je weten wat zijn of haar karaktereigenschappen zijn en hoe die tot stand zijn gekomen. Laten we beginnen bij het begin.

Jeugd

Merendeel van iemands karaktereigenschappen wordt gevormd door gebeurtenissen in diens jeugd. Is hij onzeker? Zo ja, is dat omdat hij gepest is op school of omdat zijn ouders hem nooit beloonden? Heeft hij misschien een trauma opgelopen en wat voor effect heeft dat gehad toen hij volwassen werd? Letterlijk iedere gebeurtenis creëert nuances in de persoonlijkheid van je personage, en als je die gaandeweg het verhaal naar boven weet te halen, laat het personage een realistische indruk achter bij de lezer.

Een methode: werk eerst het personage uit zoals je hem in het verhaal wil hebben. Bepaal zijn interesses, uiterlijk, emoties, politieke voorkeur, karaktertrekken, et cetera. Bedenk vervolgens voor ieder punt hoe dat tot stand is gekomen. Tijdens de uitwerking zul je sommige gebeurtenissen met elkaar in verband kunnen brengen. Speel hiermee tot er een rode draad zichtbaar wordt. Als laatste kun je invulling geven aan de overgebleven gaten. Bedenk wel dat veel van deze eigenschappen en/of gebeurtenissen niet terug gaan komen in het verhaal. Deze kennis over het personage is voornamelijk bedoeld zodat jij, de schrijver, hem overtuigend neer kunt zetten.

Relaties

Denk vervolgens na over de vrienden, familie en liefdesrelaties van het personage. Deze vormen namelijk de basis van de motivatie achter de keuzes van jouw hoofdpersonage. Komt hij uit een groot gezin en is hij daardoor sociaal, of zonderde hij zich altijd af van de familie? Is hij voornamelijk gevormd door de ervaringen die hij met vrienden beleefde, of hield hij zich afzijdig en ontwikkelde hij zijn mening alleen op basis van zijn eigen gedachten? En welk effect hebben die ontwikkelingen op de relatie met zijn geliefde(s)?

Je bent vrij jouw personage te vormen, maar houd er wel rekening mee dat zijn keuzes aansluiten op zijn karaktereigenschappen. Je kunt dit uitwerken door van het heden naar het verleden te werken - kies een eigenschap en verzin daar een verleden bij -, maar je kunt het ook in chronologische volgorde doen. Zo kun je tijdens de uitwerking ideeën opdoen en krijgt je personage misschien een hele andere (en wellicht betere) invulling dan voorheen de bedoeling was. Laat jezelf verrassen!

Werk en hobby’s

Hoewel het voor de plot niet belangrijk hoeft te zijn, is het voor de beeldvorming van de lezer meestal interessant om te weten wat het hoofdpersonage doet voor de kost en waar hij zich in zijn vrije uren mee bezighoudt. Zijn houding in zijn werk kan bovendien reden zijn voor (extra) conflict. Haalt hij geen voldoening uit zijn baan omdat hij weinig heeft bereikt? Die frustratie heeft logischerwijs effect op de relatie met zijn vrouw, wat weer een emotie uit zijn verleden doet opborrelen, en zo gaat het balletje rollen.

Qua hobby’s geldt dezelfde uitwerking: hoe is de hobby tot stand gekomen en om welke redenen beoefent hij die? Maak een hobby overigens vroeg in het verhaal bekend, vooral als het één is die later cruciaal blijkt in de plot. Het is namelijk uitermate onbevredigend om bijvoorbeeld een scène te lezen waarin het hoofdpersonage gevangen zit en plots een vakkundig slotenmaker in zijn vrije tijd blijkt te zijn.

Visie

Als laatste richt je je op de toekomstvisie van jouw personage. Heeft hij heil gevonden in de wetenschap, in een godsdienst, in de liefde? Hebben de ervaringen in het verleden ervoor gezorgd dat hij een pessimistische kijk op het leven heeft, of lacht hij al zijn verdriet weg? Met name zijn houding tegenover het leven, zijn vrienden en zichzelf vormt de sfeer van het verhaal. De lezer kijkt immers het grootste deel van het verhaal met hem mee, dus moet het personage de sfeer uitademen die jij met het verhaal over wil brengen.