Afbeelding
Credit: Pexels Ruslan Sikunov
Credit: Pexels Ruslan Sikunov
Als je begint met het schrijven van je boek, zijn er een aantal keuzes die je moet maken om continuïteitsproblemen te voorkomen. Een van de belangrijkste keuzes is de tijdsvorm waarin je schrijft. Een boek kan namelijk geschreven worden in de onvoltooid tegenwoordige tijd of in de onvoltooid verleden tijd. Iets wat je niet door elkaar wil gaan gooien tijdens het schrijven.
De werkwoordstijd waarin je schrijft kan mede de toon van je boek bepalen. Je hoeft echter niet meteen in het wilde weg te gaan zoeken naar welke tijd je moet kiezen. Er zijn een paar vuistregels die je op weg kunnen helpen bij het maken van deze keuze. Lezers ervaren de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld vaak als spannender, omdat het voelt alsof ze het op dit moment aan het meemaken zijn. Daarom werkt deze tijd goed bij thrillers. Bij de verleden tijd voelt het vaak juist alsof je iets meer tijd kan nemen, door de afstand die gecreëerd wordt. Dit zie je vaker bij fantasyboeken die meer uitleg nodig hebben.
Soms wordt welke tijd je gebruikt ook al bepaald door andere keuzes, zoals bijvoorbeeld in welk perspectief je schrijft. Wanneer een perspectief vanuit de derde persoon gekozen is, schrijft de auteur het boek eigenlijk altijd in de verleden tijd, terwijl schrijvers bij het ik-perspectief vaak de tegenwoordige tijd kiezen. Hieronder staat kort voor opgeschreven hoe deze twee elementen met elkaar verbonden zijn en wat jij daarvan kan leren.
Schrijvers gebruiken deze verdeling waarschijnlijk, omdat de ene combinatie een ander effect heeft op de lezer dan de andere combinatie. Neem bijvoorbeeld dit fragment uit het boek List & Leugens van Leigh Bardugo.
“Jesper schoot nog drie keer en klom toen omhoog langs de mast. Onder zich hoorde hij nog meer geweervuur losbarsten. Drie meter omhoog, zes meter. Zijn schoenen bleven in de touwen haken. Hij had moeten stoppen om ze uit te trekken. Hij was nog maar een halve meter bij het kraaiennest vandaan toen er een hete, vlijmende pijn door zijn dijbeen schoot. Zijn voet gleed uit en heel even bungelde hij boven het verre dek met alleen zijn glibberige handen om zich aan de touwen vast te grijpen. Aan zijn rechterbeen had hij niets meer vanwege het schot, dus het laatste stukje moest hij zich met trillende armen, suizende oren en bonkend hart omhoogtrekken.”
Dit leest best soepel. Je zit lekker in het verhaal, het voelt natuurlijk en heerlijk om even in weg te dromen. Als je dit echter omschrijft naar de tegenwoordige tijd krijg je een fragment dat minder fijn kan lezen.
“Jesper schiet nog drie keer en klimt dan omhoog langs de mast. Onder zich hoort hij nog meer geweervuur losbarsten. Drie meter omhoog, zes meter. Zijn schoenen blijven in de touwen haken. Hij had moeten stoppen om ze uit te trekken. Hij is nog maar een halve meter bij het kraaiennest vandaan als er een hete, vlijmende pijn door zijn dijbeen schiet. Zijn voet glijdt uit en heel even bungelt hij boven het verre dek met alleen zijn glibberige handen om zich aan de touwen vast te grijpen. Aan zijn rechterbeen heeft hij niet meer vanwege het schot, dus het laatste stukje moet hij zich met trillende armen, suizende oren en bonkend hart omhoogtrekken.”
Voor sommige lezers leest dit wat onwennig. Niet per se fout, maar het voelt ook niet helemaal juist. Wanneer je het omschrijft naar een ik-perspectief, is dit gevoel vrij snel alweer opgelost. De leeservaring wordt meteen weer helemaal anders.
“Ik schiet nog drie keer en klim dan omhoog langs de mast. Onder mij hoor ik nog meer geweervuur losbarsten. Drie meter omhoog, zes meter. Mijn schoenen blijven in de touwen haken. Ik had moeten stoppen om ze uit te trekken. Ik ben nog maar een halve meter bij het kraaiennest vandaan als er een hete vlijmende pijn door mijn dijbeen schiet. Mijn voet glijdt uit en heel even bungel ik boven het verre dek met alleen mijn glibberige handen om me aan de touwen vast te grijpen. Aan mijn rechterbeen heb ik niets meer vanwege het schot, dus het laatste stukje moet ik me met trillende armen, suizende oren en bonkend hart omhoogtrekken.”
Plots leest het weer lekker. Daarnaast word je ook meteen veel meer in het verhaal meegetrokken. Het is net alsof jij het zelf echt op dit moment aan het meemaken bent, wat de intensiteit versterkt. Schrijf je dit dan weer om naar de verleden tijd, merk je dat die intensiteit meteen weer verdwijnt.
“Ik schoot nog drie keer en klom toen omhoog langs de mast. Onder mij hoorde ik nog meer geweervuur losbarsten. Drie meter omhoog, zes meter. Mijn schoenen bleven in de touwen haken. Ik had moeten stoppen om ze uit te trekken. Ik was nog maar een halve meter bij het kraaiennest vandaan toen er een hete vlijmende pijn door mijn dijbeen schoot. Mijn voet gleed uit en heel even bungelde ik boven het verre dek met alleen mijn glibberige handen om me aan de touwen vast te grijpen. Aan mijn rechterbeen had ik niets meer vanwege het schot, dus het laatste stukje moest ik me met trillende armen, suizende oren en bonkend hart omhoogtrekken.”
Deze paragraaf is een stuk minder spannend. Je weet namelijk al dat het personage het allemaal overleeft, anders kan hij het ook niet meer vertellen. Hierdoor wordt je een stuk minder het verhaal in getrokken, iets wat bij het derde persoon perspectief met de verleden tijd wel nog gebeurde. Zo zie je dat het perspectief, de toon en de tijdsvorm onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Veel beginnende schrijvers kiezen bij hun debuut voor de verleden tijd. Dit schrijft voor de meeste mensen net wat makkelijker. Wanneer je gebruikmaakt van het derde persoon perspectief, kan je namelijk veel makkelijker meer informatie kwijt. In het ik-perspectief moet de hoofdpersoon alles bedenken, wat invloed heeft op je verhaal. Je moet daardoor een stuk creatiever worden met je informatie overbrengen. Een uitdaging die de meeste startende schrijvers misschien liever nog wat langer uitstellen. Wanneer de keuze om een derde persoon perspectief te gebruiken, gemaakt is, kiezen de kersverse auteurs automatisch ook voor de verleden tijd.
Betekent dit dat je altijd moet beginnen met het derde persoon perspectief en de verleden tijd? Nee, zeker niet. Je moet vooral doen wat lekker schrijft. Het enige wat wel belangrijk is om in de gaten te blijven houden, is dat het perspectief, de tijd en je verhaal bij elkaar passen. Zo zorg je ervoor dat het verhaal natuurlijk op je lezer overkomt.
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.
Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!