Afbeelding

Poppetje met tekstwolk met tekens die scheldwoorden uitbeelden.

Foto credits: Pixabay van Clker-Free-Vector-Images

In hoeverre kan je scheldwoorden gebruiken tijdens het schrijven?

Fuck, kutzooi, tyfus, klootzak, noem het maar op; dit soort woorden glippen er bij velen maar al te regelmatig uit. Maar horen deze woorden ook thuis in een verhaal of boek? En waarom zou je dit juist wel of niet doen? Schrijven Online spreekt met Suzanne Wouda over de kwestie. Auteur Suzanne Wouda heeft bij het schrijven van haar boeken goed nagedacht over deze keuzes en deelt haar overwegingen met ons. 

Er zit een verschil tussen de definities van schelden, vloeken en het gebruik van krachtwoorden. Schelden is namelijk taalgebruik dat gericht is op een ander persoon. Die woorden worden onder andere gebruikt om te kwetsen, beledigen of vernederen. Vaak richt het zich op iemands uiterlijk, intelligentie, achtergrond of gedrag. Krachtwoorden zijn gericht op de situatie. Dit zijn uitroepen die worden gebruikt om emotionele lading aan een situatie te geven of om pijn en schrik te uiten. Ze zijn over het algemeen niet persoonlijk bedoeld. Een voorbeeld hiervan is wanneer iemand zijn kleine teen stoot en “shit!” roept. Vloeken is het gebruiken van heilige of religieuze namen als krachtterm of stopwoord.

Het is goed om bij het gebruik van scheldwoorden in je tekst na te denken over welke functie ze hebben. “Je kunt scheldwoorden zeker laten staan als ze belangrijk zijn om je personage en verhaal goed neer te zetten,” vertelt Suzanne Wouda. “Maar denk wel na over wat voor soort woorden en wat je doel ermee is.” Je moet je ook proberen te verplaatsen in de lezer. “Meer scheldwoorden maakt het niet per se krachtiger,” voegt Wouda toe. 

Waar zijn scheldwoorden belangrijk voor?

Krachttermen en scheldwoorden kunnen helpen om opgekropte spanning, frustratie of stress los te laten. Het gebruik van scheldwoorden in een verhaal kan je personages juist meer menselijk laten voelen. “Je wil gewoon wel een boek schrijven waar geloofwaardige personages in voorkomen, en ja, wij vloeken ook, ” zegt Wouda. “Waarom zou je dat dan in een boek niet doen?” 

Wanneer kan je bepaalde scheldwoorden beter achterwege laten?

Het ene scheldwoord heeft natuurlijk een andere lading dan het andere. Wouda vindt dat schrijvers zichzelf beter niet te veel moeten beperken door zichzelf op te leggen dat ze bepaalde woorden niet zouden mogen gebruiken. “Lezers hebben hun eigen scheldwoorden en als je die van jouw personage heel heftig opdringt, kan dat ook afstotend werken.” Wouda vertelde dat ze woorden als “kanker” niet snel zou gebruiken als scheldwoord in haar boeken, maar het nog steeds niet 100 procent uitsluit. Als dat echt bij een bepaald personage zou passen om dat soort taalgebruik uit te slaan, dan zou ze dat wel in haar boek zetten. “Maar als jij bijvoorbeeld weet dat je voornamelijk voor een christelijke gemeenschap schrijft, dan is het wel slimmer om woorden als ‘godverdomme’ niet te gebruiken.” Woorden met een heftige lading kan je het best alleen gebruiken als je goed weet wat je reden daarvoor is en het ook echt “nodig” is. Het zou jammer zijn als je met je verhaal veel mensen tegen de schenen schopt door je taalgebruik. “Wees bewust dat er mensen over kunnen vallen,” zegt Wouda.

Wouda raadt schrijvers wel aan om op te passen met bepaalde stereotypes en wil schrijvers uitdagen om er soms hun eigen draai aan te geven. Zo benoemt ze dat in veel van de Roald Dahl-boeken alle slechteriken vaak lelijk, dom en bijvoorbeeld grote neuzen en flaporen hadden. Volgens Wouda zou het goed zijn om niet mee te doen aan dat soort oubollige opvattingen en daar alternatieven voor te verzinnen. “Denk na hoe je je punt kunt maken zonder clichés en stereotypes te gebruiken.” Door hier verandering in aan te brengen in boeken, hoopt Wouda verharding en buitensluiting tegen te gaan. 

Je kunt het niet voor iedereen goed doen

De ene lezer zou zich ook meer storen aan het gebruik van (bepaalde) scheldwoorden dan de ander. Je zult ook moeten accepteren dat niet iedereen jouw keuzes als schrijver 100 procent juist zal vinden, maar uiteindelijk ben jij de schrijver en mag jij kiezen wat je het beste vindt in jouw tekst. Al is het wel belangrijk om meningen van proeflezers serieus te nemen, maar als een paar mensen iets vinden, dan hoeft dat niet te betekenen dat een keuze gelijk goed of fout is. “Je hebt altijd een doel voor ogen met je verhaal en personages en dat moet leidend zijn in je keuzes,” zegt Wouda.