Afbeelding

Lange hal met een boekenkast

Credit: StockSnap op Pixabay

Do's en Don'ts van de onbetrouwbare verteller

Stel, je slaat een boek open en in de eerste zin laat de verteller, de stem die de lezer als het ware door het verhaal gidst, je weten dat hij onbetrouwbaar is. Sla je het boek dan dicht? Of lees je door? Of had je het liever niet onmiddellijk willen weten…  

Jouw lezer leert de verteller - de hoofdpersoon - het beste kennen van alle personages in jouw verhaal. Hij leest zijn gedachten, wordt deelgenoot van zijn problemen en krijgt gaandeweg het verhaal een beeld van zijn karakter. Hij gaat hem vertrouwen, voelt empathie, misschien zelfs medelijden, en tegen de tijd dat hij bij het laatste hoofdstuk is aangekomen, voelt de hoofdpersoon als een goede vriend. Die ontluikende ‘vriendschap’ maakt dat een lezer de pagina’s blijft omslaan. Hij wordt als het ware een verhaal ingezogen en aangezien de verteller hem intrigeert, wil hij weten hoe het afloopt. De vraag is echter: hoe hou je een lezer aan het boek gekluisterd als er barsten in zijn vriendschap met jouw hoofdpersoon komen? Als blijkt dat degene die emoties bij je teweegbrengt onbetrouwbaar is. Want laten we wel zijn, niemand houdt ervan om voorgelogen te worden… En toch kan de keuze voor een dergelijke vertelstem bijdragen aan het verhaal. Het houdt de thrillerlezer vast - die wil bij uitstek puzzelen. In een roman, waarin je niet alle geheimen onmiddellijk wil weggeven, biedt het meer ruimte om brokjes nieuwsgierigmakende informatie aan de lezer te voeren, maar ook geeft het jou als auteur de ruimte om te kiezen voor een ander perspectief dan het meest voor de hand liggende en zo je lezers te tonen dat de waarheid vloeibaar is. De oude Griekse filosoof Heraclitus zei het al: panta rhei, alles is beweging.

Leugenaar 

Een onbetrouwbare verteller is niet zomaar een (pathologische) leugenaar. Het kan iemand zijn die drank- of drugsproblemen heeft, zoals in het geval van Rachel Watson uit Het meisje in de trein van de Britse auteur Paula Hawkins, een boek dat in 2015 vertaald is en dat jaar tot VN Thriller van het jaar werd gekozen. Het verhaal wordt deels verteld door Rachel die dagelijks met de trein een traject door een buitenwijk van Londen aflegt. Tijdens die ritten gaat Rachels fantasie met haar op de loop en moet je als lezer uitvogelen wat dé werkelijkheid is, en wat Rachels werkelijkheid is. Juist omdat je wil weten óf Rachels waarnemingen echt zijn, en omdat het verhaal vanuit meerdere perspectieven wordt verteld, zullen weinigen het boek wegleggen. Het opwekken van spanning zorgt er in dit geval voor dat je aandacht niet verslapt. Er kan ook een medisch probleem aan ten grondslag liggen, zoals in Hersenschimmen van J. Bernlef. Hij koos ervoor om zijn verteller te laten dementeren. De lezer ervaart de wereld door de ogen van een personage dat langzaam maar zeker aftakelt en tot slot enkel nog fragmentarisch iets meekrijgt van het leven. Omdat iemand met dementie geen coherent verhaal meer kan vertellen, weet je als lezer vrij snel dat je alles wat gezegd wordt op een goudschaaltje moet wegen. In het geval van Hersenschimmen geeft Bernlefs keuze een boeiende inkijk in het leven van iemand met dementie en is dat, althans voor mij, de reden geweest dat ik het boek niet weglegde, hoe schrijnend sommige passages ook zijn. 

Soms is er sprake van een hoofdpersoon met een psychische stoornis. Voor dat laatste heb ik gekozen in mijn debuut Uitgeteld. De hoofdpersoon, Esther, heeft aritmomanie - een telstoornis - die ertoe leidt dat ze bij stress dwangmatig gaat tellen met alle gevolgen, uiteraard, van dien. Ik wilde mijn lezers tonen dat er meerdere vormen van de waarheid zijn, of eigenlijk: dat de waarheid slechts een perceptie is. Na de verschijning van Uitgeteld werd ik gevraagd voor het radioprogramma Zomergasten van AT5 dat werd opgenomen in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Tijdens het gesprek werd herhaaldelijk de vraag gesteld wat het autobiografische element in het verhaal was. Die is er niet, maar het was opvallend dat de presentator ernaar bleef zoeken. Wat ik me destijds als debutant echter niet realiseerde, is dat ik niet alleen een onbetrouwbare verteller had gebruikt, maar ook nog eens voor een vertelvorm had gekozen waarbij de lezer diep in het personage duikt, oftewel de deep point of view. Dit leidde ertoe dat mensen ervan overtuigd waren dat ik welhaast zelf een telsoornis moest hebben. In mijn geval bracht de keuze psychologische diepgang in het verhaal. 

Ik kampte in Uitgeteld nog met iets anders: je kunt personages de meest vreselijke dingen laten doen, maar de lezer zal het wel moeten pikken – anders haakt hij af. Ik heb Esther een vreselijke jeugd gegeven en bovendien in een vervelende positie gebracht - haar man heeft meer oog voor de buurvrouw - waardoor ze voor veel lezers met de meest vreselijke dingen wegkwam. Een ander voorbeeld van een verteller met een stoornis is het karakter Amy Dunne uit Gone Girl van Gillian Flynn. Hoofdpersoon Amy, die narcistisch is, presenteert haar dagboek als een eerlijk verslag van wat er gebeurd is, maar de vraag rijst gaandeweg of Amy ons als lezer niet manipuleert door een verhaal te construeren? In Gone Girl is er, net als in Het meisje in de trein, sprake van een onbetrouwbare verteller die de lezer willens en wetens om de tuin leidt. Door te kiezen voor deze vertelvorm heeft Flynn haar verhaal een extra laag kunnen meegeven waardoor het vele malen spannender wordt en het einde een verrassende wending kent. De auteur weet sympathie op te wekken door van Amy de bedrogen vrouw te maken. 

En dan is er nog de naïeve verteller, doorgaans een kind. Die zijn niet per se oneerlijk, als wel onwetend. In De kunst om in koor te huilen van de Deense Erling Jepsen zien we de wereld door de ogen van de elfjarige Allan. [spoiler alert] Allan woont met zijn ouders en oudere zus in een dorpje in Zuid-Jutland. Hun oudere broer is het huis al uit. Al vrij snel begrijpt de lezer dat hij te maken heeft met een dysfunctioneel gezin. Weliswaar heeft de jonge Allan dat nog niet zo in de gaten, zijn zusje en oudere broer begrijpen dondersgoed wat er loos is en de oudere broer grijpt zelfs een paar keer in. Tegelijkertijd zit Allan in een loyaliteitsspagaat. Hij kijkt op tegen zijn vader die zich geregeld seksueel vergrijpt aan zijn zusje Sanne, iets dat binnen het gezin ‘troosten’ wordt genoemd. Stel dat Jepsen voor Sanne als hoofdpersoon had gekozen, dan zou het verhaal lang niet zo intrigerend zijn geweest. Eerder, en dat bedoel ik zeker niet badinerend, een dertien-in-een-dozijnvertelling. In het geval van Jepsen is medelijden met vrijwel alle gezinsleden buiten de vader, de katalysator die de lezer vasthoudt. Iets soortgelijks als Jepsen heeft de Nederlandse Nadav Vissel gedaan in zijn boek Het grote niets uit 2021. De Joodse Naff is zeven jaar als het bij hem binnensijpelt dat hij onderdeel uitmaakt van een volk met een verleden. Het eerste deel van het verhaal maken we mee vanuit Naffs perceptie. Had Vissel het verhaal geschreven vanuit de moeder van het kind, dan zou het lang niet zo indringend zijn geworden, noch was de humor op zijn plaats geweest. Zelf zegt hij over zijn keuze het verhaal vanuit kinderogen te vertellen: ‘Het was vooral mijn bedoeling dat de lezer dingen wist, die de hoofdpersoon niet wist of maar half begreep, waardoor je een bepaald effect kreeg.’ En dan is er nog de verteller die onbetrouwbaar is omdat hij de waarheid niet kent, zoals Eva uit Het spel van leugens, dat onder mijn pseudoniem Anna West verscheen. Eva’s man heeft haar laten geloven dat het aan Eva te wijten is dat hun zoontje Aron op 3-jarige leeftijd overleed. Als zeventien jaar later een jongeman aanbelt en Eva vertelt dat hij haar zoon is, gaat zij aan de wereld om zich heen twijfelen. En daarmee twijfelt ook de lezer: is Eva gek, of ziet ze het juist goed? 

Waarheidsgehalte 

Als je kiest voor een onbetrouwbare verteller, kun je de lezer direct hierover informeren door de hoofdpersoon in een psychiatrische inrichting te plaatsen, of in rehab. Of door duidelijk te maken dat iemand met een stoornis kampt, of vanuit een kind te schrijven. In thrillers werkt het vaak beter om de lezer gaandeweg te laten twijfelen aan het betrouwbaarheidsgehalte van de verteller. Het kan bijdragen aan de spanning als hij zich op een moment in het verhaal gaat afvragen of hetgeen hij tot dan weet, wel de waarheid is, of dat hij wordt getrakteerd op iemands afwijkende perceptie, of misschien wel op leugens. 

Of het nu gaat om spanning opwekken of psychologische diepgang toevoegen aan een verhaal, of om het inzetten van naïeve kinderogen en zo de waarheid te verhullen, in alle gevallen wordt de lezer gemanipuleerd door de auteur. Maar kun je dat eigenlijk niet over ieder boek zeggen? 

Tips 

Wil je zelf een verhaal schrijven vanuit een onbetrouwbare verteller? Dan volgen hier een paar tips: 

  • Laat het rustig bij je lezer binnensijpelen dat hij de hoofdpersoon moet wantrouwen;
  • Laat jouw hoofdpersoon inconsistent zijn tegenover de andere personages; 
  • Laat andere personages opvallend reageren waardoor de lezer zich gaat afvragen of hem soms informatie wordt onthouden; 
  • Laat jouw hoofdpersoon af en toe onnodig uitwijden of te veel details geven in een dialoog - dit is namelijk wat mensen die liegen vaak doen; 
  • Geef jouw hoofdpersoon een reden voor zijn leugenachtigheid door hem sympathiek te maken of op zijn minst door begrip te kweken voor zijn daden. 

Er is nog een andere manier om de lezer uiteindelijk te laten ervaren dat de hoofdpersoon onbetrouwbaar is, en dat is door gebruik te maken van een tweede verteller. Deze kan de lezer namelijk een ander perspectief voorschotelen. En dan rijst onmiddellijk de hamvraag: bestaat er wel zoiets als een ultieme waarheid? 

Marja West schrijft fictie, waaronder thrillers, en non-fictie voor onder andere Uitgeverij Luitingh Sijthoff. In mei 2025 verschijnt Het meisje dat spoorloos verdween van haar hand, over haar zoektocht naar de in 1992 verdwenen 15-jarige Willeke Dost. 

Dit artikel werd eerder geplaatst in Schrijven Magazine 2 van 2025.
Nooit meer een nummer missen? Meld je dan aan!