Afbeelding
Pexels
Pexels
Of je nou al jaren met jouw verhaalidee rondloopt of recentelijk een eureka-moment had, als je dit blog hebt aangeklikt, is er een aanzienlijke kans dat je een verhaal wilt schrijven. Maar hoe zorg je ervoor dat dit verhaal binnenkomt bij je lezer zoals bedoeld? Hoe laat je je lezer vergeten dat ze met een stapel papier in een stoel zitten en transporteer je ze tijdelijk naar een andere wereld? Wij geven vijf tips om je hiermee te helpen.
Wat hoort, ziet of ruikt je karakter? En is dit anders dan in Nederland? Wanneer je verhaal zich afspeelt in een ander land of een andere cultuur, dan ziet je karakter andere dingen dan in Nederland. Je wil de juiste sfeer schetsen met dit soort details, terwijl je tegelijkertijd waakzaam blijft voor overdaad. Jouw karakter is tenslotte aan deze omgeving gewend en zal dus niet alles benoemen dat ze waarnemen, tenzij het storend is of uit de toon valt.
Er zijn zoveel verschillende prikkels die we dagelijks meemaken waar je misschien niet altijd bewust bij stilstaat, maar wanneer je je lezer écht wilt transporteren naar de door jou gecreëerde wereld, maken deze kleine details een wereld van verschil.
Denk aan kleding, gerechten, feestdagen of gezegdes die goed aansluiten op je karakters, maar ook stadsopbouw, lokale vegetatie, wetten, regeringsvormen, valuta en meer. Gaat jouw karakter op avontuur met een schip? Dan is het meer dan logisch dat je karakter op een plek met een haven woont. Haalt je karakter iets op de lokale markt? Welk geld gebruikte dit land in de door jou gekozen tijdsperiode en hoe zag het eruit? Was die ene activiteit die jij je karakter liet doen op een zondagmiddag eigenlijk al wel uitgevonden en zagen de bijbehorende hulpmiddelen eruit zoals vandaag?
Wil je je verhaal naar een niet-Nederlands publiek brengen? Dan is een “woord-voor-woord"-vertaling niet voldoende. Om ervoor te zorgen dat een verhaal op dezelfde manier binnenkomt bij je lezers als in de originele taal, moet er lokalisatie en soms zelfs transcreatie toegepast worden. Denk aan bijvoorbeeld de Engelse vertaling van Thomas Olde Heuvelts’ HEX, die na transcreatie opeens plaatsvond in een fictief Amerikaans dorp Black Spring in plaats van het Nederlandse Beek.
In het verlengde van onze tweede tip is het ook handig om te kijken naar big picture-details. Zeker bij een historische fictie. Bij een fantasieverhaal heb je iets meer vrijheid wat betreft deze details, aangezien de wereld niet echt is. Dit neemt echter niet weg dat het nog steeds waardevol is om invulling te geven aan de volgende elementen.
Is er een religie? Zo ja, welke? Hoe werkt het en hoe heeft het invloed op de cultuur en bijvoorbeeld bijgeloof? Wat voor soort banen heeft de lokale bevolking? Is er een groot verschil tussen arm en rijk? Is er een democratie? En zo nee, hoe zit de samenleving dan wel in elkaar? Is er een sterke hiërarchie onder verschillende bevolkingsgroepen of is de samenleving meer egalitair? En hoe wordt deze hiërarchie verantwoord? Is er discriminatie? En zo ja, op wie en waarom? Welke stereotypen voeden dit denkbeeld? Zijn er oorlogen? Zowel verleden als huidig. Hoe ver ontwikkeld zijn medische interventies? Hoe worden (politieke) tegenstanders gestraft? Door hierover na te denken, krijgt jouw wereld vorm en wordt je lezer makkelijker ondergedompeld in deze andere samenleving.
Als je invulling geeft aan de hierboven genoemde elementen, heb je veel uit te leggen. Zeker in een fantasieverhaal waar een compleet nieuwe wereld is gecreëerd, kan het verleidelijk zijn om zoveel mogelijk zo snel mogelijk uit te leggen, ook wel een infodump genoemd. Dit wordt ervaren als een onderbreking en haalt je lezer uit het verhaal. Vind daarom in plaats van een infodump subtiele manieren om kleine stukjes informatie te introduceren. In plaats van dat je bijvoorbeeld uit het niets begint over de familie en jeugd van jouw karakters, kan je ze ook iets sentimenteels laten vinden waardoor een herinnering naar bovenkomt waarin de familiedynamiek duidelijk wordt.
Hoe moeilijk het ook is om het goed te doen, goede dialogen in je verhaal zorgen ervoor dat je verhaal werkt of niet. Dialoog die écht voelt, is meeslepend. Vind een balans tussen duidelijkheid en realisme en laat je inspireren door echte interacties die je hebt gehad en hoe deze verliepen. Om slechts een voorbeeld te geven: denk aan naamgebruik. Wanneer gebruik jij iemands naam in een interactie? Waarschijnlijk niet als ze recht voor je staan, tenzij je voor het eerst kennismaakt. Toch zijn er genoeg verhalen van gezinsleden of jarenlange vrienden die elkaars naam te vaak gebruiken in een verhaal. Een snelle manier om je lezer bekend te laten voelen met je karakters, maar wel een tactiek die je lezer uit het verhaal haalt wanneer het te vaak gebeurt.
Hopelijk geven deze vijf tips je iets meer richting en een solide basis voor jouw verhaalidee. Voor nu wensen wij je in ieder geval succes met het schrijven van jouw verhaal!
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.
Abonnees profiteren van extra voordelen.
Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.