De sterke scène: zo beledig je je eigen scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Van fouten leer je, dus gaan we kijken wat een scène vooral niet moet doen. In een woord samengevat: beledigen. Deze week kijken we naar hoe je je eigen scène teniet kan doen.     

Te veel nadruk op één scène

Soms maak je beginnersfouten met schrijven, ook als je meer ervaring hebt. Zo ook bij het schrijven van scènes. Dan laat je je bijvoorbeeld net iets te veel meeslepen door een scène die later in het boek komt en wordt een scène daarvóór slechter van kwaliteit.  
Wat je dan vergeet, is dat scènes onderdeel zijn van het boek als geheel. De ene scène volgt op de andere en sámen vertellen ze het verhaal dat je schrijft. Als je te graag wil dat één bepaalde scène eruitspringt, dan is de kans groot dat je continuïteitsfouten maakt of dat er andere storende dingen in je boek komen te staan. 

Schrijf niet te veel naar één scène toe

Een boek wisselt van tempo. Er zijn momenten die rustig voortkabbelen en er zijn knetterende ruzies, spectaculaire actiescènes of onthullingen. De valkuil bij deze scènes is dat je die te afzonderlijk van andere scènes schrijft. 

Als je schrijft over ontrouw, zie je de scène al helemaal voor je waarin de bedrieger wordt betrapt: schreeuwen, rake beledigingen, rondvliegende vazen, noem maar op. 
“Ik had je nooit moeten vertellen dat ik naar mijn moeder ging!” 
Maar in je enthousiasme over dat aankomende spektakel vergeet je dat je dat nooit geschreven hebt, of dat Moeder net die week met vakantie was. 
Dat enthousiasme kan zich beperken tot een onschuldig continuïteitsfoutje, maar het kan ook zomaar gebeuren dat je aan de tekentafel je personages te oppervlakkig ontwerpt. Ze hebben geen rol die hen laat groeien, maar ze zijn er enkel en alleen om in die ene scène helemaal te flippen, of de wereld te redden. 

Missende samenhang 

Als je op deze manier te veel in de ban raakt van één scène, vergeet je dat alles in een goedlopend verhaal een zekere samenhang moet hebben. Denk aan de regel van oorzaak en gevolg, maar ook aan het feit dat een held wordt beïnvloed door de wereld en de andere personages om zich heen. Zonder die basisprincipes krijg je ongeloofwaardige situaties. 
Als je het hele verhaal lang schrijft hoe je held bang is om een geweer te hanteren en dat zelfs het centrale conflict vormt, is het wel erg raar als die dan op het moment suprême zomaar de slechterik neerschiet. 
Als je in de voorgaande scènes opbouw, overwegingen en thematiek links hebt laten liggen, kan één scène dat niet in een keer goedmaken. 
Dat lijkt een open deur, maar vergis je niet: je werkt sneller naar een onthulling toe dan je denkt. Voor je het weet, is het al zover. Of het andere uiterste waar is: je wordt zo ongeduldig om naar die scène toe te werken dat je het verdere verháál en alle opbouw die daarbij komt kijken, uit het oog verliest. 

Te veel nadruk op één scène voorkomen

Scènes die een kantelpunt in het verhaal markeren, zijn de grootste aanjagers van dit soort nadruk. Gelukkig is het meestal vrij duidelijk welke scènes dit zijn. Voordat je aan zo’n scène begint, kan je het volgende nagaan:

  • Houd ik me aan de regels van mijn worldbuilding?
  • Sluit het moment suprême aan bij de heldenreis en het karakter van mijn held?
  • Waar leefde deze scène in de niet-oppervlakkige zin van het woord naartoe? Welk thema staat centraal of moet daar worden uitgewerkt? 

Over de auteur 

Nadine van de Sande is freelance copywriter en schrijfster. Op verhaalentaal.blog post ze wekelijks een uitgebreide tip voor creatief schrijven. Als manuscriptredactrice en schrijfcoach helpt ze schrijvers het beste uit hun werk te halen. Ze geeft ook een cursus dialogen schrijven