De fantastische feelgood: een gebrek aan plot

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je waarom dit genre zo gevoelig is voor een gebrek aan een goed plot en hoe je dat kan voorkomen.  

Ongemak laat je niet goed voelen 

Feelgood is een vertaling van ‘je goed voelen’. Van deze boeken moet een lezer vrolijk worden. Je leest dit boek niet om je zorgen te maken, ook niet over een fictieve situatie. Maar een boek heeft wel de nodige hobbels nodig. Zo verschijnen er alsnog conflicten en nare situaties in het verhaal, maar zijn die vaak redelijk oppervlakkig. Het verhaal zelf lijkt daarmee te bang om de fijne gemoedstoestand van de lezer te verstoren. En dat kan ervoor zorgen dat er nooit een echt plot op gang komt. 

Casus: de boze huurbaas

De casus ‘de boze huurbaas’ laat goed zien wanneer een feelgood te bang is om een lezer ongemak te bezorgen, ten koste van een goed plot.   
Heldin heeft een gezellige boekhandel. Het is een rustig, oordeelvrij en verwelkomend tweede thuis voor vaste klanten die zich buitenbeentjes voelen. Maar dan wordt de huurbaas boos, omdat er te veel katten in rondlopen. Hij dreigt de winkel te sluiten. 

Dat lijkt een goed conflict: een zaak moeten opdoeken is een levensveranderende gebeurtenis en er staat veel op het spel. Veel mensen dreigen een veilige haven te verliezen. Maar om een plot te vormen dat een heel verhaal voort kan duren, ontbreekt er te veel. 

  • Er is geen echte opbouw. De huurbaas kan waarschuwingen en boze blikken geven, maar dat is geen plotontwikkeling. Er is slechts een zich herhalend gegeven. 
  • Vanwege dit herhalende gegeven kan geen enkel personage groeien. Ze kunnen op verschillende manieren een poging doen om de huisbaas om te praten. Maar dat is net als de waarschuwing geen groei, slechts een herhaling. 

Er komt nog een feelgoodsausje bovenop. De meiden gaan samenwerken om een petitie te starten, de huurbaas in de val te lokken, geld in te zamelen voor de huur van een ander pand… 

Hoewel er tegenslagen zullen zijn, kan je er in dit clichéverloop de donder opzeggen dat het enthousiasme en doorzettingsvermogen van de betrokkenen de boventoon voert. De feelgoodroman moet immers wel het ‘feel good’- gevoel behouden. 
Maar wederom zit daar geen groei in voor de personages: die hebben immers een duidelijk doel. De vrouwen en het verhaal zijn te eenzijdig met één probleem bezig. 

Verschil tussen personagegroei en spanningsboog 

Deze casus brengt iets belangrijks aan het licht: personagegroei en de spanningsboog zijn niet hetzelfde. Je hebt beide nodig voor een prettig plot. Een personage kan groeien door obstakels te overwinnen en daardoor vindingrijker worden. Maar als dat ervoor zorgt dat ieder volgend obstakel vlekkeloos verloopt, stelt de spanningsboog alsnog niets voor. 

Voor een goede spanningsboog moeten personages iets leren op een manier die ongemak met zich meebrengt. Een verhaal is nu eenmaal niet spannend als het bol staat van eenhoorns, regenbogen, suikerspinnen en zonneschijn. 

Ongemak, twijfel, verdriet en verlies van moed voorkomen dat je personages als Mary Sues eindigen. Schrijf deze zaken niet te lichtzinnig uit: de hoofdpersonen moeten er niet omheen kunnen. Natuurlijk moet je dat bij een feelgood niet uitvergroten. Maar een feelgood met alleen maar prettige scènes en zoetzappige saamhorigheid laat een lezer evengoed niet met een fijn gevoel achter. 

Over de auteur 

Nadine van de Sande is freelance copywriter en schrijfster. Op verhaalentaal.blog post ze wekelijks een uitgebreide tip voor creatief schrijven. Als manuscriptredactrice en schrijfcoach helpt ze schrijvers het beste uit hun werk te halen. Ze geeft ook een cursus dialogen schrijven