Afbeelding

Een vulpen met een notitieboek vol met geschreven woorden

Foto: Beku Kanomi (via Unsplash)

5 tips om inclusief en genderneutraal te schrijven

Woorden zijn onze manier om met elkaar te communiceren. We kunnen ermee vertellen hoe ons voelen, wat we leuk en niet leuk vinden, maar ook wie we zijn en wat we belangrijk vinden. Een belangrijk onderdeel van de woorden die we daarvoor gebruiken, is om onszelf te kunnen vinden in die woorden. Voor sommige mensen is dat nu nog best lastig, omdat ze nu nog niet altijd even goed worden meegenomen in de huidige woordenschat. Daar is een oplossing voor! Door genderneutraal en genderinclusief te schrijven, kom je een heel eind. Hier zijn vijf tips om genderneutraal te leren schrijven.

Tip 1: weg met de hij/zij

In de meeste gevallen kan je de hij/zij meteen wel spotten bij het openen van een boek. Toch is er nog een andere optie: het gebruik van hen/hun of die/diens. Sinds 2016 zijn de genderneutrale woorden hen en hun als voornaamwoord in onze taal opgenomen om de taal inclusiever te maken. Daarnaast is die van oorsprong al een aanwijzend voornaamwoord waarmee je naar personen kan verwijzen. Dit zijn dus beide goede vervangingen. 

Een aantal voorbeelden hiervan:

  • Dit is Max. Ik heb hen gisteren ontmoet en hun boek geleend.
  • Charlie wilde met iedereen bowlen. Het was hun idee.
  • Daar loopt Alex. Die is zo te zien naar de kapper geweest.
  • Ik sprak met Noa en diens partner.

Tip 2: maak gebruik van voornamen 

Zie je zijn of haar in je tekst staan? Weg ermee. Een makkelijke oplossing hiervoor is het gebruiken van de voornaam. Dit vermijdt ongewenste gendervormen in je tekst, maar hiermee weet je wel meteen wie er bedoeld wordt. Het gebruik van de voornaam moet je wel afwisselen, want op een gegeven moment kan dit ook te veel worden voor de lezer.

Tip 3: gebruik algemene termen

Wie met de trein reist, hoort het al door de speakers komen: “Beste reizigers, wij komen aan op station…”. De NS gebruikt de laatste jaren deze zin in plaats van ‘dames en heren’ om iedereen welkom te laten voelen. Steeds meer organisaties en bedrijven nemen het over. Hoe doe je dat precies? Vermijd woorden die meteen naar een specifiek gender verwijzen, bijvoorbeeld de woorden dames/heren, leraar/lerares, vriend/vriendin en nog vele anderen. Gebruik andere inclusievere woorden zoals leerkracht en partner. 

Tip 4: vermijd stereotypes

Het gebruiken van voornamen, algemene termen en andere voornaamwoorden is niet het enige belangrijke als je probeert genderneutraal en genderinclusief te schrijven. Er zijn nog veel stereotypes die gebruikt worden, het is belangrijk dat je deze loslaat. Stereotypes gaat in dit geval over het gedrag, de eigenschappen en de rollen van mensen. 

Voorbeelden van vaak gebruikte genderstereotypes:
•    Fysiek werk is voor mannen. Vrouwen zijn altijd zorgzaam.
•    Roze is voor meisjes, blauw is voor jongens.
•    Meiden houden van barbiepoppen en jongens houden van dinosaurussen.

Iedereen kan immers fysiek werk doen of de kleur roze leuk vinden. Hoe kun jij dit nu gebruiken? Zoals je wilt! Geef je hoofpersonage de kans om alle kleuren van de regenboog leuk te vinden, dat ene beroep te leren of uit alle hobby’s te kiezen waar het hart harder van gaat kloppen! Er zijn geen grenzen.

Tip 5: Oefening baart kunst

Net als bij elke schrijftechniek voelt het in het begin anders dan anders én dat is even wennen. Dat betekent niet dat het moeilijk is, alleen dat je brein een ander pad moet leren te wandelen. Hoe vaker je het gebruikt, hoe natuurlijker het aanvoelt. 

Met deze tips heb je een goed begin om genderneutraal en inclusief te schrijven! Wat is de volgende stap? Blijven oefenen!