Een persoonlijke kerstwens bij het kerstpakket: zo schrijf je meer dan ‘fijne feestdagen’

Elk jaar gaan er in december duizenden kerstpakketten de deur uit. Bij de meeste zit een kaartje. En op de meeste van die kaartjes staat ongeveer hetzelfde: “Bedankt voor je inzet dit jaar en fijne feestdagen!” Niks mis mee, maar na een paar seconden is het ook weer vergeten.

Moet jij dit jaar het kaartje bij het kerstpakket schrijven, voor collega’s, medewerkers of klanten? Dan is dat een mooie kans om te laten zien dat een paar zinnen wel degelijk verschil maken. Je hoeft er geen schrijver voor te zijn, al helpt het natuurlijk wel.

Begin niet met de feestdagen

De meeste kerstwensen openen met kerst. Logisch, maar daardoor lijken ze ook allemaal op elkaar. Begin liever met iets uit het afgelopen jaar. Een project dat goed liep, een drukke periode die jullie samen zijn doorgekomen of gewoon het feit dat iemand er altijd was als het nodig was. De feestdagen komen aan het einde vanzelf.

Maak het concreet

“Bedankt voor je inzet” zegt weinig. “Bedankt dat je in september drie weken lang het werk van twee mensen hebt gedaan” zegt veel meer. Hoe concreter je bent, hoe persoonlijker het voelt. Schrijf je voor een groot team en lukt het niet om per persoon iets te noemen? Kies dan één moment dat voor iedereen herkenbaar is.

Laat de tekst aansluiten op het cadeau

Een kaartje werkt het best als het iets zegt over wat er in de doos zit. Geef je een pakket met een borrelplank, dan kun je iets schrijven over samen proosten op het afgelopen jaar. Kies je voor een kerstpakket pizzarette, waarmee mensen thuis zelf mini pizza's bakken, dan ligt een zin als “Even geen deadlines, wel zelf bepalen wat erop komt” voor de hand. Zo voelt het cadeau minder als een standaardbestelling en meer als iets waarover is nagedacht.

Kort is krachtig

Een kerstkaartje is geen brief. Drie tot vijf zinnen is genoeg. Schrijf eerst alles op wat in je opkomt en schrap daarna alles wat ook op honderd andere kaartjes zou kunnen staan. Wat overblijft, is meestal precies wat je wilde zeggen.

Lees de tekst daarna hardop voor. Klinkt het als iets wat je ook zou zeggen als je diegene tegenover je had? Dan zit je goed. Klinkt het als een persbericht, dan mag het nog wat losser.