Afbeelding

Een roos voor een grijze wand

Credit: Magda Ehlers via Pexels 

UKV's van de week: Veerkracht en De eerste liefde

Iedere week zetten wij vijf ultrakorte verhalen in de schijnwerpers. Wil jij ook een ultrakort verhaal schrijven? Doe mee in onze Facebookgroep.

Paul de Jong – Zeg iets 

5 oktober 

Ze kijkt over de rand van het theekopje dat aan haar lippen staat.
Door de kringelende, mistige walm van jasmijn is hij een zinderende luchtspiegeling.
Hij de keukentafel.
Zij de zithoek.
Hij zal de groene container aan de weg zetten.
Zij zal Arnout van school halen.
De ijskast is vol, de hypotheek betaald.
Lang geleden op het parkbankje.
Stortbui zonder paraplu.
Onverzettelijk zaten zij, dicht tegen elkaar aan, en tartten samen lachend de wolken.
Elke vezel verbonden met de ander.
Lang geleden.
Ze zet het kopje op de salontafel.
De mist voor haar ogen trekt op.
De luchtspiegeling blijft. 

Asko de Vries Robles – Veerkracht 

5 oktober 

Het oude baasje schuifelt achter zijn rollator over de gang.
‘Goedemorgen Joop.’
Hij steekt trillend zijn duim omhoog.
Ik hou de liftdeur voor hem open.
Voetje voor voetje.
Het trillen gaat over in beven.
Toch zie ik hem dagelijks lopen.
Niet meer met de armzwaai van een kind.
Maar met de duldzaamheid der jaren.
Buiten giet het van de regen.
Hij recht zijn rug. 
Ik steek mijn duim omhoog. 

Jacqueline van Meerten – De eerste liefde

6 oktober 

Elke afgestudeerde kreeg een roos, bestemd voor iemand die bijzonder voor hem was, zo had de scriptiebegeleider gezegd. Later zaten we met twintig mensen aan een lange tafel. Mijn zoon naast zijn vriendin, de roos voor zich.
Halverwege de avond pakte hij hem op en gaf hem aan mij.
‘Deze is voor jou, mama,’ zei hij plechtig. ‘Jij bent de eerste liefde in mijn leven.’
Toen keek hij naar zijn vriendin. ‘Jij de tweede.’
Ik keek naar de roos in mijn hand en dacht aan hoe het hoort te gaan. Ooit ben je de eerste, daarna maak je plaats.

Jup Goffin – Onder de pannen

7 oktober 

Wij hebben het huis van Manons grootouders gekocht en als we het aan het leegruimen zijn, komen we van alles tegen dat bij mijn vrouw menige o’s en a’s laat klinken.
Als ik op zolder een doosje vind, volledig onder het stof, open ik het. Er liggen enkele brieven in.
Ik lees er een; die begint met ‘Liefste Gerard’ en eindigt met ‘voor altijd jouw Angelique’ met veel romantische zinnen er tussen.
‘Manon, jouw opa heette toch Gerard?’
‘Dat klopt, hoezo?’
‘En je oma toch geen Angelique?’
‘Die heette Manon, ben ik naar vernoemd. Waarom vraag je dit?’ 

Luc Vos - Ooit

8 oktober 

Hi, ik ben het. Je weet wel, je buurjongen. Ik … nee. Ik ga het nog niet vertellen. Het is nog te vroeg. Misschien ben jij er nog niet klaar voor. Of ik. Ook al zie ik dingen. Dingen over ons. Een leven, ergens, niet zo ver van hier. Samen. Jij en ik. En veel ki… Wacht, dat is waarschijnlijk helemaal te vroeg. Misschien wil je dit niet. Of maar eentje. Loop ik mezelf weer voorbij.
Maar wat als ik het jou niet vertel? Zal je het dan ooit weten? Zullen wij ooit bestaan?
'Hoi.'
'Hoi.'
'Daag.'
Niet dus.