Afbeelding
Pexels: Oleksandr Lutsenko
Pexels: Oleksandr Lutsenko
Iedere week zetten wij vijf ultrakorte verhalen in de schijnwerpers. Wil jij ook een ultrakort verhaal schrijven? Doe mee in onze Facebookgroep.
15 januari
Daar zit je dan, stuurloos midden in de chaos van andermans waanzin. Ze komen met vrolijke tingeltjes binnen op je kleine wereldvenstertje en verlammen je steeds meer. Buiten dwarrelen sneeuwvlokken, zo puur, zo prachtig, zo schijnbaar nutteloos. Zodra ze de grond raken is het met ze gedaan; ik weet het. Maar trek je jas aan, ga naar buiten, de sprookjeswereld in waar niets voor niets is. Zet die eerste stap, nu andermans sporen verborgen zijn. Kies jouw weg, al ben je de enige. Dat maakt het verschil. Ooit zul je dat inzien. Dus loop! Blijf lopen!
14 januari
Zijn wereld vertraagt in het opkomende donker van de nacht. Hier kan hij zijn hoofd leegmaken en zichzelf weer vinden. Het zwart weerkaatst zijn ademhaling en het zachte peddelen.
Bram blaft wat tegen onzichtbare geesten.
‘Wat hoor je, jongen?’
Het hem zo bekende water lijkt hem niet langer te vertrouwen, lijkt weg te willen.
De rivier bromt, klotst, versnelt bijna onmerkbaar. De maan weerspiegelt groots en wit in het onrustige water.
Kom bij me, kom bij me.
Bram draait en gaat liggen, geeft zich over aan de strelende rust van zijn baas.
‘We gaan naar huis, Bram.’
15 januari
Jarenlang was zij gevangene van haar eigen zorgzaamheid, een vrouw die in de rol van moeder was gestold. Gefrustreerd. Nooit kwam ze echt uit de verf. Maar hier bij de brug, waar overzijden elkaar raken, vallen de stukjes op hun plek.
In de vrouw krachtig aan het roer voorbijvarend, herken ik de de vrouw, die zij nooit heeft mogen zijn. Ik verzoen me met haar nieuwe aanwezigheid. Moeder en vrouw zijn in mij nu eindelijk buren. Ze vaart mee, uit haar dwangcorset los gebroken. Nu pas hoor ik wat zij, tussen de psalmen door, eigenlijk altijd had willen zingen.
14 januari
Ik zit in ’t café me rot te ergeren aan de twee kennissen die heftig met elkaar in gesprek zijn, mij niet meer zien. Ik heb het rondkijken, zie bitterballen onaangeroerd voor een verliefd stel staan. Op dit moment voel ik me met die bitterballen het meest verwant: kaltgestellt, slechts entourage. Als ik nu opstap, merkt niemand dat, wedden?
Ik krijg ineens zin, vreemd, in iets pittigs, spek en bonen of zoiets.
Bij het langslopen neem ik een bitterbal – het stel heeft toch niets in de gaten-, een likje mosterd erop. Ha, op tijd, precies de goede temperatuur!
14 januari
Ze kwamen nergens vandaan en gingen nergens heen. Ze liepen omdat blijven vastzetten was. Hun liefde had geen dak nodig. Onder sterren lagen ze naast elkaar, niet om te bezitten maar om samen te gaan. Overdag volgden ze paden die zich steeds weer oplosten.
Soms lonkte een dorp, een stoel, een naam. Dan keek de ander op en wist; blijven breekt wat beweegt. Deze liefde bestond bij de gratie van vertrek. Ze zouden elkaar verliezen, door tijd, niet door schuld. Toch was alles intens.
Wie liefheeft zonder te houden, houdt dit het langst en lichtst in de herinnering.
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.
Abonnees profiteren van extra voordelen.