Afbeelding

Hand

Foto: Pixabay

UKV'S van de week: Hand & Sporthalgeur

Iedere week zetten wij vijf ultrakorte verhalen in de schijnwerpers. Wil jij ook een ultrakort verhaal schrijven? Doe mee in onze Facebookgroep.

Luc Vos - Hand

4 januari
Het hele ziekenhuis bruist van zenuwen als de koning aankomt. Het is begin januari, nieuwjaarswensen worden uitgewisseld. 
Verpleegkundigen en dokters van het brandwondencentrum staan naast elkaar, buigen en groeten de vorst. 
‘Was het een druk eindejaar?’ vraagt de koning.
‘Vreselijk,’ zegt een spoedarts. ‘Het vuurwerk heeft weer meer stuk- dan goedgemaakt.’ Hij gaat de koning voor naar een afdeling waar een vijftienjarige jongen glimt als de vorst zijn kamer binnenkomt.
‘Mag ik u de hand schudden,’ zegt de koning en steekt zijn hand uit. 
De lach om de mond van de jongen verschrompelt. 
‘Dat zal niet meer gaan.’

Chamira van Valderen - Sporthalgeur

4 januari
Bij ons thuis werd er vroeger gezegd dat je niet mocht haten, maar wel sterk afkeren.
De lucht van een sporthal was daar een goed voorbeeld van. Door mijn hele schoolcarrière heen, was ik de aangewezen pechvogel. Een gekneusde voet, een jaar later een hoofdwond van de trapeze. Daaropvolgend een gebroken arm op de dag dat ik elf jaar op deze aarde rondliep. Sporten doe ik nu liever in de buitenlucht al heb ik ook nu de nodige ongelukken. Een pechvogel ben ik altijd gebleven, tenminste wel een zonder sporthalgeur in mijn neus.

Milly Lanser - Soep met stappen

5 januari
Ik moet door de soep naar mijn auto. Hij wilde ook naar buiten en loopt voorzichtig met me mee en kijkt toe hoe ik na tien minuten poetsen met een witte jas instap. 
Als ik terugkom loopt hij weer met me mee. Ik bagger door de prut, hij zet zijn pootjes in de stapjes van twee uur geleden. 
Als we binnen zijn wil zijn jonge halfzus ook een poging wagen om de witte laag te verkennen. 
Ze gebruikt voorzichtig zijn stapjes voordat ze met een grote sprong de nog ongerepte diepte test. Het wit van haar pootjes verdwijnt, een zwarte pluizenberg schuifelt richting de onbekende wijde wereld.

Marloes Postma-Schel - Verloren

6 januari
Ik besta daar waar hij is. Wanneer ik 's nachts langskom en teveel gedronken heb. Hij laat me binnen, voor de zoveelste keer. Vangt me op, slaat zijn armen om me heen, legt me neer op zijn bank. Borstelt mijn haar, aait mijn wang. Ik drink thee die hij me geeft, huil zijn armen nat. Hij kan niet anders, zegt hij. Hij wil mij redden. Van het nachtleven en het dansen.
Ik ben ook moe, dat geef ik toe. Ik lig als een opgerolde bal op de bank. Ik val, hij vangt. Ik besta, de wereld ver bij me vandaan.

Jacqueline Van Meerten - Zonder c

7 januari
Na de ochtendduik in de ijskoude Noordzee warmden we op in onze strandtent.
‘Die serveerster heet ook Jacqueline,’ fluisterde ik.
Mijn geliefde riep: ‘Jacqueline, mogen wij twee cappuccino?’
Ze keek verbaasd. ‘Hoe weet u mijn naam?’
Hij glimlachte.
In haar ogen bleef het stil. Te veel gezichten en haast.

‘Bent u vernoemd naar Jacqueline Kennedy?’ vroeg ik.
‘Ik wel.’
‘Nee,’ zei ze. ‘Maar mijn broertje John wél. Naar haar man. Hij stierf vóór ik werd geboren.’

Ze legde de kaart neer.
‘Mijn vader schreef mijn naam altijd verkeerd. Zonder c.
Hij leeft niet meer. Maar ik vergeet dat nooit.’