Afbeelding
Fotocredits: Pixabay, Engin_Akyurt
Fotocredits: Pixabay, Engin_Akyurt
Iedere week zetten wij vijf ultrakorte verhalen in de schijnwerpers. Wil jij ook een ultrakort verhaal schrijven? Doe mee in onze Facebookgroep.
18 oktober
Ik mis je niet. Niet echt.
Soms denk ik nog aan je. Zoals vanochtend toen ik wakker werd.
Maar dan denk ik ook al snel dat het tijd voor ontbijt is. Als ik dat maak, denk ik ook wel aan je.
Het is nu toch ook gewoon klaar? Jij zag ons niet meer als stel, dus val ik je ook niet meer lastig. Welk nut heeft dat nog?
Ik zie je overigens nu wel hoor.
Maar sinds je bij deze halte de bus verliet, houd ik drie of vier mensen tussen ons in, want dan zie je mij niet.
19 oktober
De merel zit een keer niet in het gras achter haar huis, het nederige stukje groen dat ze haar tuin mag noemen. Ze zet een kop thee, neemt plaats in haar rieten stoel bij het raam, waarvan de resten stopverf het dunne glas nog op zijn plek houden. In haar gedachten ziet ze zijn gele snavel, zijn gehip. Een dagelijks ritueel. Voor hem. Voor haar.
Ze troost zich met het idee dat hij druk met zijn gezin is.
Een slok thee…
22 oktober
Zes uur ‘s morgens. Damian, zijn ouders en zijn zusje liggen nog in bed, wanneer er hard op de deur van hun buren wordt gebonkt. Slapen doen ze nauwelijks meer, voortdurend in angst dat ook zij met veel kabaal van hun bed zullen worden gelicht. Voorzichtig gluurt Damian door het raam en ziet dat zes gemaskerde mannen zijn vriendje Bashar in een geblindeerd busje dwingen te stappen. Gisteren speelden ze nog met elkaar, ze spraken dezelfde taal. De taal van de onschuld. Morgen zal Bashar op een vliegtuig worden gezet naar een land waarvan hij de taal niet spreekt.
22 oktober
Ze slaat haar benen over elkaar.
‘Wil je nog een kopje thee?’
Mijn stem slaat over.
Ze knikt.
Ze nipt aan haar thee, een twinkeling in haar ogen.
Een beetje lippenstift blijft achter op het glas.
Ik denk aan mijn vrouw en vrees het ergste.
Ze steekt een lange, dunne sigaret op en blaast een pluim rook mijn kant op.
Een flauwe glimlach om haar lippen.
Trillend wijs ik haar op het brandalarm.
22 oktober
Zijn stoel is al zolang leeg. Maar hij blijft naast de hare staan. Voor hun raam.
Hij zei altijd ‘waarom zouden we televisiekijken, wanneer het leven zich gewoon voor je raam afspeelt?’ En gelijk had hij.
Ze zagen jeugdige verliefdheden ontstaan bij de tramhalte, stiekeme rokers, spelende kinderen opgroeien en zelf kinderen krijgen, een brand bij de snackbar.
Hij kwam altijd bij haar zitten, wanneer ze ’s nachts met de kleine heen en weer schommelde om het huilen te stoppen.
En zij zag hoe hij op een brancard hun kabouterhuisje werd uitgedragen.
Haar uitzicht was nooit meer hetzelfde.
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.
Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.
Abonnees profiteren van extra voordelen.