Afbeelding

Taaltip: is het tekort of te kort?

Dat hangt af van de context. Als het een zelfstandig naamwoord is, schrijf je: tekort. Je herkent die gevallen aan het lidwoord dat er dan voor staat:

Het tekort is opgelopen tot tien miljoen.

Maar staat te voor het bijvoeglijk naamwoord kort dan schrijf je een spatie. Het gaat om gevallen waarbij je kort ook zou kunnen vervangen door lang.

Het touwtje is te kort. (niet lang genoeg)

Tekort kan ook deel uitmaken van een werkwoord. Meestal schrijf je de delen dan aan elkaar vast:

Ik wil je niet tekortdoen. Dan doe je hem tekort.
Handen tekortkomen. We komen vijftig euro tekort. Hij komt daar niets tekort.
Ik voel me elke dag tekortschieten. Woorden schieten tekort.

Alleen bij de werkwoorden hebben en zijn schrijf je te kort los. Het heeft dan de betekenis: te weinig.

Er is vijftig euro te kort.
We hebben bekers te kort.

24/7 Antwoord op je taalvraag

Log in op Dikke Van Dale Online en/of Hedendaags Nederlands en ervaar het gemak en de zekerheid van het juiste antwoord op je taalvraag. Hier vind je de betekenis van elk woord in het Nederlands, de juiste spelling, morfologie en (hoorbare!) uitspraak. Ook heb je automatisch toegang tot Synoniemen Online en de Van Dale App voor mobiel en tablet.

Altijd en overal je onlinewoordenboek bij de hand!

Techniek