Lid sinds

11 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

# 406 Het kan verkeren

Op vakantie aan de Franse Atlantische kust heeft  het afgelopen nacht hevig gestormd. Moederziel alleen lopen we vanmorgen  over het immense zandstrand. Het is erg winderig en de lucht is laag en grijs.
Mijn broer ziet het voor het eerst. Tweehonderd meter verderop is iets enorms aangespoeld.  Het lijkt  op een afgebroken kruin van een naakte wit uitgeslagen boom. Met onze badhanddoeken voor het gelaat tegen het striemende zand lopen we tegen de wind in naar het gevaarte. Er zitten  gaten in de  takken.
Mijn broer slaakt een kreet. “Kijk, dat ding zit vol wormen”, krijst hij.
In de holtes krioelt het van dikke, doorzichtige, gladde aalvormige dieren.
“Walgelijk”, zeg ik.
“Kom, we gaan naar Armand,  die weet vast meer over  deze vieze smurrie”, oppert mijn broer.
Terwijl we naar het vissershuisje van Armand lopen, merken we dat andere personen de ‘boom’  ontdekken. Ze lijken opgewonden en enkele onder hen rennen naar hun strandhuisjes en keren weer  met emmers en plastic zakken. Met afgrijzen zien we vanop afstand  hoe ze graaien in de holtes en hun emmers en zakken vullen met de transparante blubber .
Alsmaar meer volk komt op het fenomeen af. Jong en oud slooft zich uit om het goedje dat zich in de takken verschuilt te bemachtigen. 
Een tienerjongen loopt onze richting uit. Zijn emmer puilt over van het glibberige spul. Tevergeefs proberen we hem tegen te houden en vragen wat het is. “C’est de l’or”, roept hij.
“Hij beweert dat het goud is”, zegt mijn broer.  Wij snellen terug naar het ding en worstelen ons doorheen de gestadig aangroeiende mensenmassa.
“Bah”, zegt broerlief en haalt met weerzin een exemplaar uit een holte. We rollen het in een handdoek en zetten koers naar Armand, die meestal als eerste op de hoogte is wanneer er iets speciaals gebeurt in het vissersdorpje.
In de verte zien we blauwe zwaailichten van een naderende politiewagen. Ook op het strand heeft men de wagen opgemerkt. Iedereen stuift weg van de aangespoelde boom.
“Raar volkje, die Fransozen”, lacht mijn broer.
We vernemen dat de tak is afgebroken tijdens de storm. De zeldzame diertjes worden net als oesters gekweekt  in een soort  streng bewaakte mangrove. In peperdure restaurants  staan ze als delicatessen op het menu, beter dan de beste kaviaar, weet Armand.
“Toch niet zo gek hè, die Fransen”, zeg ik aan mijn broer, “hadden we ook maar een emmertje gevuld.”

 

Lid sinds

3 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ja, Schmetterling, soms moet je weten wanneer je goud getroffen hebt. Ik zou ook afgehaakt zijn. Er zijn mensen die alles in hun mond stoppen. Ongetwijfeld een delicatesse, ik sla over.
Goed verhaal.

dikke doorzichtige gladde aalvormige dieren.  ---> dikke, doorzichtige, gladde aalvormige dieren

, zeg ik aan mijn broer “hadden we   ---> tegen mijn broer. De zin achter broer is volgens mij een nieuwe zin, dus een punt achter broer en beginnen met een hoofdletter. Zo niet, dan moet er in ieder geval een komma achter broer.

Lid sinds

2 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Vreemd dat Fief je niet wees op de komma's binnen de aanhalingstekens te zetten. (ik ga het niet doen ;))

Ik weet niet of ik veel walging voel, lijkt me een gemiste kans op heerlijks?

GG

 

Lid sinds

11 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

@ Tony: indien de komma's al fout staan, staan ze in ieder geval consequent fout. Tja, er zijn inderdaad fijnproevers die gek zijn op wormen (Fief niet denk ik), maar ze zijn tot nader order nog steeds in de minderheid. 

Lid sinds

3 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Vreemd dat Fief je niet wees op de komma's binnen de aanhalingstekens te zetten. (ik ga het niet doen ;))

@Tony: ik heb ze wel gezien,  ik hanteer de ELDA-regel en dan horen ze voor het Ah- teken. Als je die regel niet hanteert, mogen ze na het ah-teken. Behalve aan het eind van een zin. Vorige keer kreeg ik een hele discussie. Daarom nu maar zo gelaten.

Lid sinds

10 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik zie de walging wel beschreven, maar voel het niet mee. In die zin is het voor mij wat afstandelijk geschreven. Wel walgelijk genoeg om het niet te gaan bestellen in een restaurant.  😀

Misschien kun je 'jou' en de broer elkaar op laten jutten om zo'n beest te pakken, maar dat ze het beiden uiteindelijk niet durven.

Anyways, fijn verhaal, goed geschreven, maar ik zou 'm nog iets dichter op de huid willen beleven.

Lid sinds

2 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

"Fransen eten alles wat niet hard genoeg wegholt", zei een dominee mij eens.
Mooi verhaal, ik leer weer wat Vlaams bij, zoals 'vanop een afstand'.

Lid sinds

4 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

 

Leuk verhaal Schmetterling, in een fijne setting waarmee je mooi de sfeer zet. Dat verlaten strand, de striemende wind en een geheimzinnige boomstronk. De walging voor het eten van die dikke aalvormige dieren, voel ik niet echt. Ik denk dat je de emotie versterkt als we die wormen voelen glibberen, ruiken en zien bewegen - en je dan misschien afvraagt of ze deze wormen levend koken of iets dergelijks, zoals bij kreeften, of levend naar binnen slurpen. (En nu weet ik nog steeds niet wat voor delicatesse dit is..!)