Lid sinds

7 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

#360 Jessie

 

Ze had dat ding meteen gespot. Een grote vogel. Knalroze. Ze had nog geen benul dat het een Flamingo was. Het had vleugels dus vogel. Ze wist dat het nep was, want vliegen kon het niet zoals die rare wit met grijze exemplaren die af en toe over haar heen vlogen. Jammer dat die grote kinderen met die mooie vogel speelden.

Het enige dat je op zo’n moment kon doen, was geduldig afwachten en als je nog geen besef van tijd hebt, dan is dat niet moeilijk. Bovendien werd ze weer afgeleid door een brutale meeuw die wel heel dichtbij kwam. Ze joeg hem weg met haar schep.

Ze pakte haar emmer en begon te scheppen. Af en toe keek ze op. Die grote kinderen waren een beetje te wild. Renden pal langs haar heen. Van schrik moest ze er bijna van huilen, maar toen viel haar oog op de onbemande roze opblaasbare flamingo. Ze mocht hem vast wel even aanraken.

Voorzichtig, maar doelgericht stapte ze op het beest af. Vol bewondering keek ze omhoog. Betoverd door de prachtige kleur raakte ze hem voorzichtig aan. Ze kirde het uit van verrukking en de vogel vond het ook leuk. Hij had zo’n vriendelijke glimlach en tikte haar terug. Ze probeerde op hem te klimmen. Dat had ze die grote kinderen ook zien doen. Het lukte haar niet alleen, maar het geluk wilde dat ze werd geholpen door een ander meisje.

De roze vogel had er veel plezier in. Schuddebuiken van het lachen, deed hij. Ze moest zich goed vasthouden aan de lange nek. Het andere meisje was alweer weg. Misschien moest ze het meisje roepen, want dit was zo leuk. ‘eisje, eisje…’ Maar ze reageerde niet. Ze hoorde haar niet. Waar was mama? Iedereen leek zo ver weg. Ze moest huilen.

*

Twee tellen. Hooguit drie. Ze was hier net nog. Volledig in paniek, radeloos riep ze haar dochter van drie. ‘Jessie!’ Ze speurde de horizon af. ‘Jessie?’ Ze liep naar links en weer terug. Verderop zag ze de emmer. ‘Jessie!’ Haar stem sloeg over. Voorbijgangers keken haar bezorgd aan. ‘M’n dochter….Jessie!’ Gilde ze overstuur. Van alle kanten kwam hulp aangerend. Meisje, drie jaar, zwemluier, geel broekje, zwembandjes, wit zonnehoedje.

**

De grote vogel spoelde aan. Bij elke golf kwam hij weer wat verder op het strand. Ruw werd hij aan de kant geschopt.

‘Jessie!’

‘Jessie!’

 

Lid sinds

5 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

@Suzanne: goed opgebouwd verhaal met een spannend open einde. Zeurtje: betovert is met een 'd'.

Lid sinds

2 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Suzanne, met strakker bedoel ik dat er in sommige zinnen woorden staan die je ook makkelijk weg kunt laten. Dat verhoogt de leesbaarheid van de zinnen, naar mijn mening.

Dan valt me ook het volgende op: het eerste deel van je verhaal vertel je vanuit het perspectief van een driejarig kind, hoe zij alles ziet. Daar hoort naar mijn idee ook het taalgebruik bij van een klein kind. Het kind beredeneert. Ze snapt dat het een vogel is, want het heeft vleugels, maar deze heeft geen echte vleugels dus het kan niet vliegen. Het is dus een nepvogel.
Als het kind niet weet dat het een flamingo is, dan klopt de zin "Ze had nog geen benul dat het een flamingo was" niet. Bij de meeuwen doe je het wel op haar niveau. (die rare wit met grijze exemplaren).

Vanaf het eerste sterretje kun je vanuit de moeder schrijven. Na het tweede sterretje kun je "de grote vogel" flamingo noemen.

Het enige dat je op zo’n moment kon doen, was geduldig afwachten en als je nog geen besef van tijd hebt, dan is dat niet moeilijk. Bovendien werd ze weer afgeleid door een brutale meeuw die wel heel dichtbij kwam. 

Ook hier veel uitleg en vanuit het perspectief van het kind klopt het taalgebruik niet. Een kind kan niet wachten.
Strakker: Nu moest ze wachten tot zij ermee mocht spelen, dat vond ze wel lastig. Het duurde zo lang. 
Ze werd afgeleid door een brutale meeuw die wel heel dichtbij kwam. (als ze het eerder heeft over rare grijs met witte exemplaren, snapt ze hier ook niet dat het een meeuw is). 

Die grote kinderen waren een beetje te wild. Renden pal langs haar heen.

Die grote kinderen renden wild langs haar heen.

Van schrik moest ze er bijna van huilen, maar toen viel haar oog op de onbemande roze opblaasbare flamingo. Ze mocht hem vast wel even aanraken.

Van schrik moest ze er bijna van huilen, maar toen zag ze dat de grote, roze vogel alleen was. Ze mocht hem vast wel even aanraken. (onbemand en opblaasbare flamingo zal het kind niet denken)

Het lukte haar niet alleen, maar het geluk wilde dat ze werd geholpen door een ander meisje.

Het lukte haar niet alleen, maar ze kreeg hulp van een ander meisje.

Schuddebuiken van het lachen, deed hij.

Hij schudde van het lachen.

Lid sinds

10 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Een verhaal dat binnenkomt. Dat van die strakkere zinnen klopt wel (ben ook soms in hetzelfde bedje ziek), maar dat doet op zich geen afbreuk aan je verhaal.

 

Mooie invulling van de opdracht.