Lid sinds

8 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Making Peace Schrijfwedstrijd - derde prijs

Vrede vinden

Door Nicole Munneke

Ze zat op het balkon en keek naar de lichten die over het strand flitsten. Meer dan alles wenste ze dat ze zich aan kon sluiten bij de menigte van lachende, dronken tieners en net als hen alles kon vergeten. Feest kon vieren.
“Natasha?”
Ze keek niet op. In haar hand verfrommelde ze de stof van haar jurk. Een traan rolde over haar wang terwijl ze dacht aan iedereen die ze had verloren. Ze had iedereen verloren.
“Natasha?” Vanuit haar ooghoek ving ze de schimmige beweging op van iemand die naast haar kwam staan. Een warme hand werd op haar schouder gelegd. “Waarom doe je niet met de groep mee? Rickard en Mirna zijn er ook.”
Mismoedig schudde ze haar hoofd. Ze kon de vrede in zichzelf niet vinden, al was de oorlog over. “Ik kan het niet.”
Voor Leonard, de man die haar in huis had opgenomen, antwoord kon geven, werden ze afgeleid door het fluitende geluid van een vuurpijl. Natasha volgde de baan die de pijl aflegde en staarde naar de gouden en paarse vuursterren.
“Ze komen niet terug, Natasha, maar ze zouden niet willen dat je hier om hen zou zitten treuren. Ze hebben niet gevochten voor verdriet. Ze vochten om blijdschap terug te brengen naar ons land.”
“Niet waar,” snauwde Natasha. Ze sprong op, zodat Leonards hand van haar schouder gleed. “Ze vochten om in vrijheid te kunnen leven! Wat weet jij nou van hen?” Tranen sprongen in haar ogen. De warme glimlach van haar moeder en haar vaders sprankelende ogen projecteerden zich ongewenst voor haar geestesoog. Ze voelde haar broers armen nog om zich heen, zijn omhelzing net voor hij weg ging. En in haar oren klonk nog altijd de lach van haar zus, net voor de bom ontplofte.
“Natasha,” Leonard zuchtte en stak zijn hand uit, maar Natasha deinsde achteruit. Ze schudde wild met haar hoofd.
“Nee, ik ga er niet heen! Ik ga niet vieren dat zij dood zijn!”
“Ik begrijp hoe je je voelt, Natasha, maar…”
“Je snapt er helemaal niets van!” Haar stem sloeg over. “Waarom moest ik blijven leven? Waarom niet Alice, of mijn moeder…” Dat was het moment dat haar stem brak. Ze snikte, draaide zich om en rende weg. Ze luisterde niet toen Leonard haar nariep. Bijna liep ze Paula, Leonards vrouw, omver, maar ze trok zich er niets van aan. Half struikelend denderde ze de trap af en zonder iets te zien stormde ze naar buiten.
Als dit vrede was, dan hoefde het voor haar niet. Ze wilde niet meer. Ze kon niet vergeten wat er was gebeurd. Elke nacht droomde ze ervan. Nachtmerries over de bominslagen, haar zusjes uiteengereten lichaam en haar moeder. Haar moeder…
Ze haatte zelfs de mooie dromen, want zodra ze wakker werd, drongen de herinneringen aan het gebeurde zich weer aan haar op. De steek van pijn liet haar nooit met rust.
Pas toen ze echt struikelde en languit in het zand belandde, stopte ze met rennen. Ze deed geen poging om overeind te komen, maar bleef snikkend liggen. Ze kromp in elkaar en rolde zich op tot een bal, in een poging de krampen in haar maag te stoppen. Haar ademhaling kwam met horten en stoten, zodat ze nauwelijks genoeg adem kreeg. Het zand plakte vast aan haar gezicht. Ze proefde de korrels op haar tong.
Plotseling kwam haar maag in opstand. Ze wist half overeind te komen voor ze kokhalsde. Het meeste dat ze uitspuugde, was gal. Ze had al dagen amper iets gegeten.
Een tijd bleef ze op haar knieën zitten, tot ze zichzelf ervan wist te overtuigen dat ze op moest staan. Haar benen trilden onder haar gewicht. Ze kwam niet verder dan een paar meter voor ze moest blijven staan. Met haar armen om zich heen geslagen staarde ze naar de golven. Daarin waren haar broer en verloofde verdwenen.
Ze beet op haar lip en liep naar de zee. Even sprong ze terug toen het koude water over haar blote voeten golfde. Ze dwong zichzelf verder te lopen, tot het water tot haar knieën kwam. Daar bleef ze staan en huiverde.
“Natasha!” Ze glimlachte licht toen ze Marcels stem herkende. Haar verloofde. Ze wist dat ze zich zijn stem inbeeldde, zoals zo vaak de afgelopen maanden. Maar hier, in het water dat hem opgeslokt had, leek zijn stem echt.
“Natasha!” De stem klonk dringender nu. “Natasha, waar ben je?”
Ze spitste haar oren. Hij riep om haar. Ze moest naar hem toe. Ze trok zich niets aan van de kou en begon verder te lopen, dwars door de golven heen. “Marcel!” riep ze. “Marcel, ik kom eraan!”
“Natasha!”
Haar tranen rolden over haar gezicht. Hij was echt. En zo dichtbij.
Een krachtige golf duwde haar naar achteren en zorgde ervoor dat ze struikelde. Ze hoestte het water uit haar longen, krabbelde overeind en begon te rennen, maar het water werkte haar tegen. “Marcel!”
Twee sterke handen pakten haar van achteren beet en trokken haar terug. Ze spartelde tegen, probeerde zich los te trekken, maar haar belager was te sterk. “Marcel!” gilde ze. “Wacht op mij! Ik kom!”
“Natasha, ik ben hier!”
Ze verstijfde. Haar belager trok haar nu niet langer terug naar de kant, maar draaide haar om. Het water kolkte om hun benen. “Marcel?” Haar stem klonk plotseling kleintjes en zwak. Tranen verschenen in haar ogen. Ze wist niet zeker of het van blijdschap of opluchting was. “Ik dacht dat je dood was.”
“Ik leef nog,” suste Marcel. Hij trok haar in zijn armen en omhelsde haar.
“Ze zeiden dat je dood was,” prevelde ze. “En dat ik feest moest vieren.”
“We moeten ook vieren dat de oorlog voorbij is, Nat. We moeten het vieren om de doden te eren.”
Natasha schudde haar hoofd. “Ik ben iedereen verloren, Marcel. Er was een bom…”
“Ik weet het,” suste hij. “Ik weet het. Maar ik heb je gevonden. Het is nu allemaal voorbij. We kunnen nu aan onze eigen vrede werken.”

Jurycommentaar

'Nicole Munneke schreef met 'Vrede vinden' een ogenschijnlijk simpel verhaal over een vrouw die geen feest kan vieren omdat ze in de oorlog te veel verloren heeft. De onmacht om te communiceren die met het PTSS samengaat wordt voelbaar door het telkens vruchteloos herhalen van haar naam: Natasha. Alleen aan het eind, als ze verenigd wordt met haar dode vriend, vindt ze werkelijk contact: hij spreekt haar aan met 'Nat'.'