Lid sinds

8 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Sonim-Cliffhanger schrijfwedstrijd - derde prijs

Geen titel

Door Silke van Deelen

Toen Jaap voorstelde dit jaar met z’n drietjes te gaan skiën in Zwitserland, hoefde ik niet lang na te denken. Aan het werk als belastingadviseurs voor ons tweemansbedrijfje waren Jaap en ik bloedserieus, maar tijdens onze skivakanties gingen alle remmen los. Misschien zou alles wel weer net zo worden als vroeger, alleen zou Eline er dit keer ook bij zijn. Jaap en ik hadden vorig jaar tijdens de skivakantie allebei ons oog op de wonderschone Eline laten vallen. Normaalgesproken trok Jaap altijd aan het langste eind, met zijn blauwe ogen en licht getinte huid. Die dag was hij echter grieperig en omdat Jaap het merendeel van de avond boven de wc-pot hing, lukte het mij de laatste nacht van onze skivakantie met Eline door te brengen. En dat schoot bij Jaap in het verkeerde keelgat. Hij kon het niet verkroppen dat ik er met de mooie Eline vandoor was gegaan. Zijn trots en onze vriendschap hadden een flinke deuk opgelopen. Maar de laatste maanden leek Jaap onze strijd over Eline te vergeten. Op het werk werd het weer wat gemoedelijker en in de privésfeer spraken we steeds vaker met z’n drieën af. Het leek weer de goede kant op te gaan met onze vriendschap.
Jaap had een chaletje boven op de gletsjer bij Crans Montana geboekt. De autorit ernaartoe verliep echter niet zoals gepland. De twaalf uur durende autorit werden er dankzij hevige sneeuwval zestien en toen we rond middernacht bij ons hutje arriveerden, ging Jaap direct naar bed. Eline en ik besloten hetzelfde te doen, en ik was blij dat onze slaapkamer op de benedenverdieping van het huisje lag, volkomen geluidsgeïsoleerd van de bovenverdieping waar Jaap sliep, aangezien ik wist dat hij door drie muren heen kon snurken. Midden in de nacht werd ik plots wakker. Shit, ik had de wekker van mijn Sonim Force telefoon niet uitgeschakeld. Die stond nog op 04.00 uur, het tijdstip waarop we de vorige nacht opgestaan waren. Ik voelde naast me in bed. Waar was Eline? Een onbestemd voorgevoel leidde me naar de bovenverdieping. Zodra ik de geluidswerende deur tussen de trap en het halletje opende, hoorde ik haar stem vanuit Jaap’s slaapkamer: “Dus ik stel morgen voor te gaan wandelen en bij het uitkijkpunt aangekomen, zorg jij voor de rest. Wel pas bij het hoogste punt, anders overleeft hij de val misschien en dat is niet de bedoeling.” Eline lachte kil. Wat waren die twee aan het bekokstoven? Snel glipte ik terug het bed in. Even later kwam Eline terug en ging zachtjes naast me in bed liggen.
Als een tijger sprong ik bovenop Eline en greep haar polsen beet. Eline schrok, stribbelde tegen, maar besefte al snel dat zij geen partij was voor mij. “Ik heb jullie horen praten. Wat zijn jullie van plan? Mij in de afgrond duwen? Waarom?” Doodsbange ogen keken mij aan en even twijfelde ik of ik het wel goed had gehoord, maar toen veranderde Eline’s ogen in een ijzige blik. “Dacht jij nou werkelijk dat ik in jou geïnteresseerd was? Die eerste avond op vakantie, toen ik bezopen was ja. Maar toen ik Jaap leerde kennen, was ik verkocht. En aangezien jij een aardige som geld in jullie bedrijf hebben zitten, slaat Jaap twee vliegen in één klap als jij niet levend terugkomt in Nederland.” Waarom Eline meteen de waarheid vertelde en geen uitvlucht verzon, werd me al snel duidelijk. “Jaap en ik zouden samen een toekomst opbouwen van jouw geld, maar ik twijfel aan zijn verhaal. Jaap is niet te vertrouwen. Misschien duwt hij mij ook wel van de klif morgen. Ik ben bang, we moeten samen vluchten!”
Terwijl ik Eline’s polsen vastbond aan de spijlen van het bed, overwoog ik mijn opties. Jaap confronteren met wat ik wist? Of ervandoor gaan, nu het nog kon? En Eline, was zij te vertrouwen? Eline raakte in paniek en begon te schreeuwen: “Jaap krijgt je wel te pakken hoor! Jij komt hier niet levend weg!” Ze kon roepen wat ze wilde, Jaap kon haar vanaf de bovenverdieping niet horen. Ik maakte mijn besluit. Ik zou naar het vliegveld van Sion skiën, daar waren op dit tijdstip vast wel mensen. Mijn wangen stonden strak van de kou toen ik de deur van de berghut achter me dichttrok. Uit de hut hoorde ik Eline roepen: “Waag het niet om me hier alleen achter te laten, schoft!” Er klonk het geluid van brekend glas, en toen werd het stil. Ik bond mijn ski's om en begon aan de afdaling. Even later zag ik Crans Montana liggen en daar beneden lag Sion met het kleine vliegveldje, mijn bestemming. Daar moest ik zo snel mogelijk naar toe. Zonder twijfel stortte ik me van de met rotsen bezaaide helling. Als Eline de waarheid had gesproken, was dit mijn enige kans om te voorkomen dat alles gruwelijk fout zou gaan. Ik keek op en zag dat alle hoop verloren was. Het vliegveld bleek dicht, de startbaan bedekt met een dikke laag sneeuw. Opeens voelde ik de sneeuw onder me schuiven. Voor ik het wist rolde ik naar beneden. Met mij kwam een ton extra sneeuw mee.
Er was bijna een etmaal verstreken sinds ik onder de sneeuw terechtgekomen was. Een paar keer had ik mijn telefoon af horen gaan. Jaap en Eline probeerden me vast te vinden. “’s werelds meest onverwoestbare telefoon”, zo werd ermee geadverteerd. En dat bleek te kloppen. De robuuste telefoon was gemaakt om de val van een berg te overleven, en blijkbaar ook om een kleine lawine te doorstaan. Schokbestendig, valbestendig, drukbestendig, praktisch onbreekbaar en onberispelijk onder extreme temperaturen. Het alarm galmde door de extra luide speakers, maar werd gevangen in de holte die mijn lichaam in de sneeuw had vrijgehouden. Een lichaam dat allang geen gevoel meer kende, dat gehavend was door de val en half bevroren door de kou. Mijn ogen vielen dicht en voor de laatste keer werd ik gewekt door een gepiep. Het was mijn Sonim Force telefoon, met nog steeds het alarm op 04.00 uur.