Vrijdag, La Corne en een onverwachte les in levenswijsheid
Deze ochtend werd ik wakker met een stijf lichaam en een zwaar hoofd. Terwijl ik mij moeizaam uit mijn kale matras hees, kroop er een ongemakkelijk en bijna walgelijk gevoel door mijn gedachten.
Vrijdag was er weer eentje zoals zovele andere. Zoals wel vaker voelde ik het alcoholische beestje in mij opnieuw ontwaken.
Op vrijdag heb ik de gewoonte om naar mijn stamcafé, Obelix, in Halle te trekken.
De sfeer was er zoals altijd warm en gemoedelijk. Er zaten vooral wat oudere mensen, en net dat spreekt mij aan. Zij dragen een soort authenticiteit met zich mee die ik soms mis bij jongere generaties. Tussen die mensen voel ik mij op mijn gemak. Er wordt minder geoordeeld en meer geleefd.
Ook de cafébaas, Nico, is een van de redenen waarom ik er graag kom. Hij begroet iedereen vriendelijk en geeft mij het gevoel dat hij gewoon zichzelf is. Geen masker, geen opgeblazen ego, gewoon een oprechte mens.
Nog voor ik goed en wel had plaatsgenomen, stond mijn bestelling al vast. Zonder veel nadenken koos ik voor een La Corne.
Dat bier ontdekte ik pas een week geleden. Wat mij meteen opviel, was het bijzondere glas waarin het wordt geserveerd: een hoorn die op een houten standaard rust. Mijn nieuwsgierigheid was meteen gewekt.
La Corne is geen bier om licht over te gaan. Met zijn 10 procent alcohol tikt het stevig aan. Toch heeft het een verrassend fruitige smaak die het gevaarlijk toegankelijk maakt. Voor je het weet, heb je er meer gedronken dan oorspronkelijk de bedoeling was.
Maar goed, terug naar deze ochtend.
Nu begrijpen jullie wellicht waarom ik mij wat mottig voelde.
Met een zwaar hoofd begon ik aan mijn ochtendritueel: tien minuten meditatie met mijn Moonbird. Een toestel dat, als we eerlijk zijn, verdacht veel weg heeft van een vrouwelijk genotsspeeltje (lacht).
Na de meditatie trok ik naar de keuken om een kop thee te zetten en mijn dagelijkse supplementen te nemen.
Vervolgens installeerde ik mij opnieuw in de zetel en begon het gebruikelijke gevecht met mijn afstandsbediening, die ondertussen nog maar half lijkt te functioneren.
Toen de televisie uiteindelijk meewerkte, zette ik meteen YouTube op.
De laatste dagen luister ik vaak naar The AAA Podcast van Alex Agnew. Deze keer had hij Raymond van het Groenewoud te gast.
Tijdens hun gesprek gebeurde er iets onverwachts.
Hoe langer Raymond sprak, hoe meer hij mij wist te boeien. Hij kwam op mij over als iemand met veel levenswijsheid, maar zonder de behoefte om daarmee uit te pakken. Zijn kijk op het leven was nuchter, eerlijk en realistisch.
Terwijl ik luisterde, had ik het gevoel dat hij vrede had gesloten met de ups en downs van het leven. Alsof hij begrepen had dat niet alles maakbaar is en dat je soms gewoon moet leren meebewegen met wat op je pad komt.
Dat raakte mij.
Misschien omdat ik zelf vaak worstel met onzekerheid. Misschien omdat ik het gevoel heb dat ik al een groot deel van mijn leven aan het vechten ben. Vechten tegen stress, tegen twijfels, tegen mezelf en tegen het idee dat ik ondertussen achterloop op anderen.
Ik ben 37 jaar. Mijn biologische klok tikt. Er is geen liefde in mijn leven en de toekomst voelt soms als een groot vraagteken. Ondertussen probeer ik mezelf eraan te herinneren dat het leven geen wedstrijd is, ook al voelt het soms wel zo.
Maar terwijl ik naar hem luisterde, viel die strijd even stil.
Voor een moment voelde ik geen druk om alles opgelost te krijgen. Geen haast om ergens te geraken. Alleen rust.
Het was alsof Raymond mij, zonder het te weten, toestemming gaf om wat milder naar mezelf te kijken.
Toen ik later die ochtend door Halle wandelde, voelde alles nog hetzelfde aan. De straten waren dezelfde, de zorgen waren niet verdwenen en mijn leven was niet plots veranderd.
Maar ík voelde mij anders.
Rustiger.
Alsof ik voor even had aanvaard dat ik niet alles onder controle hoef te hebben.
Soms kan een eenvoudig gesprek meer betekenen dan honderd goedbedoelde adviezen.
Groetjes, Glenn Rampelberg.
