Lid sinds

1 dag 19 uur

Rol

  • Gewone gebruiker

Drie puntjes

26 augustus 2026 - 12:02

Ik gebruik met enige regelmaat drie puntjes. Dus bv.

Ik wist niet meer waar te beginnen …

Nu is het mij niet duidelijk hoe ik ze correct gebruik. Ik las ergens dat ze los moeten staan van het voorgaande woord tenzij dit woord onvolledig zou zijn. Klopt dit? In sommige teksten zie ik ze steeds zonder spatie aan het voorgaande woord hangen vandaar mijn twijfel.

Momenteel gebruik ik ze als volgt. De zinnen zijn ter plekke verzonnen dus de … past hier mogelijk niet steeds maar het is illustratief bedoeld.

Hij keek haar aan en twijfelde … Zou hij wat zeggen?

‘Let op daar komt een w…’ riep ze te laat.

Lid sinds

17 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator
26 augustus 2026 - 12:31

Uit het archief van Schrijven Online (te vinden via de zoekbalk):

Beletselteken

Een beletselteken bestaat uit drie puntjes; het gebruik ervan moet een bepaalde spanning oproepen. Kijk nog eens naar hetzelfde voorbeeld:

6. Guido zei tegen Ber: ‘Je kan van mij de rimram krijgen …’

De drie puntjes suggereren een stilte, een pauzemoment. In dat moment vult de lezer in gedachten snel zijn verwachting in van wat dán komen gaat … wanneer Ber van Guido de rimram krijgt … Ook is de melodie van de zin anders dan in zin 4 of 5. Lees ze maar eens hardop.

Het beletselteken kun je binnen de context van deze zin ook anders gebruiken:

7. Guido zei tegen Ber: ‘Je kan van mij de … krijgen!’

Met deze drie kleine puntjes betrek je de lezer in Guido’s emotie naar Ber, doordat je hem uitnodigt, de puntjes in te vullen met een eigen interpretatie. Daarnaast beeld je met het uitroepteken Guido’s emotie - dreigende agressiviteit of kwade teleurstelling - nog sterker uit.

Tip: tussen een woord en een beletselteken past een spatie, omdat het beletselteken hier een niet aanwezig woord in de zin vervangt, en tussen woorden hoort een spatie.

Het beletselteken kan ook een niet aanwezig deel van een woord vervangen:

8. Guido zei tegen Ber: ‘Je kan van mij de rim…’

Dan zet je geen spatie tussen het woord en het beletselteken, omdat het een deel van het woord is. Staat het beletselteken aan het eind van de zin, dan hoeft daar niet nog een extra punt achter.