Zo gebruik je lichaamstaal in je verhaal

Een uitstekend middel om je lezer emotioneel bij je verhaal te betrekken en het verhaal levendig te maken, is lichaamstaal. Je kunt daarmee het humeur, de intentie, of gevoelens en gedachten van je personage weergeven zonder dat letterlijk op te schrijven.

Mensen communiceren veel via hun lichaam, soms bewust, maar ook heel veel onbewust. Door dat in je verhaal te gebruiken, kun je veel informatie aan je lezer geven. Zo kun je van een personage met lichaamstaal die tegenstrijdig is met wat hij zegt, laten zien dat hij liegt, of zich anders voordoet. Hij roept bijvoorbeeld: ‘Ik ben niet bang voor jou!’ maar maakt zich tegelijkertijd wat kleiner en kijkt even weg.

Als je dat uitbreidt naar een complete dialoog, waarbij je je personages verbaal steeds iets laat zeggen dat strijdig is met hun non-verbale communicatie, heb je veel mogelijkheden om de spanning flink op te schroeven.

Verhouding

Je kunt het ook gebruiken om de onderlinge verhouding tussen twee personages weer te geven zonder dat ze iets zeggen: een jongen komt quasi stoer op een meisje aflopen, maar kijkt dan even schutterig weg. Het meisje werpt een onverschillige blik op hem en draait haar rug naar hem toe. Dat vertelt je lezer dat de jongen geïnteresseerd is in het meisje maar niet goed durft, en dat het meisje hem niet ziet zitten.

Or is it? Misschien is de koele houding van het meisje alleen een pose. Daar komt je lezer achter als het meisje, nadat de jongen (opnieuw quasi stoer) wegdrentelt, hem lang nakijkt en van top tot teen opneemt.


Subtekst: op zoek naar de verbogen betekenis

Wanneer je dialogen schrijft met subtekst, dan zeggen je personages niet letterlijk wat ze denken. De ware betekenis gaat schuil onder de gesproken woorden en het is aan de lezer om uit te vogelen wat de sprekers écht bedoelen. Wanneer je subtekst gebruikt en welk effect dit heeft lees je in het komende nummer van Schrijven Magazine.

Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór vrijdag 27 mei 23:59 u.

Ja, graag!      Geef cadeau


Show, don’t tell

Lichaamstaal is bij uitstek hét middel voor show, don’t tell; je weet wel: niet zéggen dat het personage boos is, maar beschrijven hoe hij met een rood, haast stomend hoofd zijn vuisten balt en agressief zijn kin naar voren steekt.

Karakteristiek

Lichaamstaal is ook persoonlijk. Hoe mensen zich gedragen, hoe ze praten, laat zien we ze zijn. Ze hebben karakteristieke handgebaren als ze praten, een typische manier van lopen, of een tic als ze zenuwachtig zijn. Daarmee kun je ze goed herkenbaar maken voor je lezer. Ook met de manier van praten - zinnen worden bijvoorbeeld steeds afgesloten met ‘hè’ of ‘nietwaar’ - kun je je personage een persoonlijkheid geven en onderscheiden van de andere. Een show, don’t tell in dialoogvorm. ;-)

Bewuste lichaamstaal

Non-verbale communicatie kan je personage ook bewust inzetten; denk bijvoorbeeld aan de opgestoken middelvinger of de opgestoken duim (grappig, hoe met verschillende vingers hetzelfde gebaar zo’n tegengestelde betekenis heeft). En ook het meisje van daarnet, dat de jongen niet, of misschien toch wel leuk vond, is een voorbeeld van bewuste lichaamstaal.

Schouderophalen als de ander iets vraagt of zegt, laat duidelijk zien hoe onverschillig je personage is. Of keihard lachen.

Als het ene personage een plan uiteenzet en de ander blijft tijdens de hele voordracht zijn hoofd schudden, dan is het wel duidelijk wat diens mening is. De ander volkomen negeren geeft eveneens een krachtig signaal: jij betekent niets.

En een knipoog bij een scabreuze opmerking, vijlt direct de scherpe kantjes wat minder scherp.

Over de auteur

Miriam Wesselink:
1. Is informatieanalist van beroep.
2. Is schrijver omdat ze schrijven heerlijk vindt.
3. Schrijft momenteel haar boek Verstrengelde Deeltjes.
4. Schrijft ook artikelen op haar schrijftipswebsite Singularity.nl.
5. Schrijft zo nu en dan een kort verhaal en publiceert dat dan ook op haar site.
6. Twittert over van alles en nog wat.
7. Heeft als motto: ik bid niet maar vloek wel.