Afbeelding
Credit: Hans Middendorp via Pexels
Credit: Hans Middendorp via Pexels
Vorig jaar schreef ik tijdens de minor creatief schrijven mijn eerste novelle. Ik zag in mijn hoofd de wereld voor me, de karaktertrekjes van mijn personages waren duidelijk en de scènes speelden zich als een film voor mijn ogen af. Het hoefde alleen nog maar net zo duidelijk op papier te verschijnen. Easy fix, ik schreef gewoon wat bijzinnetjes extra. En misschien wat volledige zinnen. En een paragraaf paste vast ook nog wel. Zolang het maar duidelijk werd. Uiteindelijk zat ik aan het eind van de eerste versie in een wirwar van woorden die allemaal helemaal niks misdaan hadden, maar toch weg moesten.
Een probleem waar veel beginnende, maar ook ervaren, schrijvers tegenaan lopen. Mijn coach noemde het ‘schrijven met steigers’. Weet je wel, die ijzeren dingen waar bouwvakkers altijd opklimmen. Hij vergeleek schrijven met het bouwen van een huis. Wanneer je begint, gebruik je steigers om de muren te verstevigen. Die zijn noodzakelijk, maar wanneer het cement is opgedroogd, moeten deze steigers ook weer weg. Hetzelfde geldt voor wat je schrijft. In een eerste versie mag je schrijven wat je nodig hebt om je verhaal te ontdekken. Bij het herschrijven bepaal je wat de lezer daadwerkelijk nodig heeft. Hieronder staan drie tips, zodat ook jij die delete knop aan het werk kan zetten.
Elk verhaal moet versnellingen en vertragingen bevatten. Minder prominente scènes krijgen een halve of hele pagina, terwijl stukken waar je hoofdpersoon een ontwikkeling doormaakt twee of drie pagina’s krijgen. Als je boek de hele tijd een volgeschreven adrenaline-rush is, dan kan de lezer nooit even bijkomen. Je boek krijgt geen ‘nu-of-nooit’ momenten waardoor je lezer om twaalf uur ’s nachts nog steeds aan het lezen is. Laat je je verhaal daarentegen hier en daar wat ontspannen met korte alinea’s, dan komen die uitgebreide spanningsmomenten veel mooier tot zijn recht.
Maar hoe weet je nou wat wel en wat niet extra aandacht verdient? Daarvoor moet je gaan kijken naar de relevantie van elke scène. Waar draait die specifieke scène echt om? Wat wil je aan de lezer duidelijk maken en hoe schrijf je dit op? Hierbij komt show don’t tell om de hoek kijken. Gebruik een of twee zinnen om het gedrag van je personage te omschrijven, maar wijdt hier geen hele alinea aan.
Soms zijn bepaalde gebeurtenissen niet interessant om uit te schrijven, maar wel nodig om je plot vooruit te helpen. Alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar niet elke schakel van de ketting hoef je te omschrijven. Je hoeft niet elke keer dat de man van je hoofdpersoon de wc-bril omhoog heeft laten staan te beschrijven. Eén keer waarin je personage automatisch eerst checkt of de bril naar beneden is, is voldoende. Het geeft meteen weer dat het niet de eerste keer is, zonder eindeloze herhaling.
Betekent dit dan dat je alle onopvallende scenes moet gaan schrappen? Nee, zeker niet. Als je deze tips blindelings opvolgt is dadelijk je halve roman verdwenen. Hartstikke zonde. Ik ben van mening dat bepaalde passages soms ook in je boek zitten, omdat ze nou eenmaal leuk lezen. Ze zijn niet cruciaal voor je plot, laten ook niet echt een verandering in je personage zien, maar zijn gewoonweg grappig, slim of mooi gevonden. Deze hoef je niet weg te doen. Je moet je alleen bewust zijn van het feit dat het kán, zodat je een doordachte keuze kan maken om het eventueel te laten staan.
Dus bouw gerust steigers. Bouw voor mijn part een hele stellage. Schrijf om te ontdekken wat je nou eigenlijk wil zeggen en gooi daarna weg wat je niet nodig hebt. Want ja, schrijven is schrappen, maar je hebt wel eerst een hele stapel stenen nodig om een muur te kunnen bouwen.
Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!
Abonnees profiteren van extra voordelen.
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.