Afbeelding

Schrijven met pen en papier

Foto: Unsplash

Een andere kijk op… dialogen (2)

Een gebod over dialogen dat in filmkringen op brede instemming kan rekenen, is het volgende: val zo laat mogelijk in een scène.

Anders gezegd: zorg ervoor dat je scène pas begint op het moment dat er een scherp conflict ontstaat tussen de personages. Schrap dus alle voorgaande prietpraat (‘Hoe was je douche? ‘Best oké.’) en stap de scène pas in wanneer de karakters elkaars tegenstanders zijn geworden: ‘Als je nog één keer je vuile onderbroek in de badkamer laat liggen, dan schop ik je op straat!’

Hoe vaak heb ik niet moeten horen dat ik te lange aanloopjes nam in scènes. Altijd kwam het er volgens een beoordelaar dan op neer dat ik “onnodig” gebabbel had opgeschreven.

In mijn hoofd speelde ik dan vaak de beginscènes van Pulp Fiction af, waarin twee mannen in een auto praten over de Europese trip van één van hen. Het gaat over Amsterdamse coffeeshops, en over hoe hamburgers van McDonalds in Europa soms nét een andere naam hebben dan in Amerika.

Het is een geestig geschreven dialoog, maar ik kan me voorstellen dat een strenge dramaturg zou zeggen: ‘Leuk, meneer Tarantino, maar val alsjeblieft pas híer het verhaal binnen.’ Die dramaturg zou dan ongetwijfeld wijzen naar de volgende dialoogzin: ‘We should have shotguns for this kind of deal.’

Oei, inderdaad, hooggeëerde dramaturg, bij deze uitspraak voel ik eindelijk échte spanning. Deze grappige mannen zijn bij nader inzien dus huurmoordenaars, en het lijkt erop dat ze niet de juiste wapens bij zich hebben. Toch gaan ze een gebouw in waar wellicht een overmacht op hen wacht. Brrr.

Terwijl ze het gebouw inlopen, blijven Jules Winnfield en Vincent Vega – zo heten deze gezellige jongens – lustig met elkaar door kwebbelen, maar ditmaal zit er wel een écht conflict in hun uitwisselingen.

Is een voetmassage een handeling met een erotische lading? Jazeker, zegt Vincent. Welnee, zegt Jules.

Heb je dan ooit een man een voetmassage gegeven, vraagt Vincent. Fuck you, zegt Jules, en zelden heeft een acteur een grotere dosis homofobie tentoongespreid dan Samuel L. Jackson in deze scène.

Maar goed, daar gaat het allemaal niet om. Waar het om gaat, is dit: beging Quentin Tarantino een doodzonde op dialooggebied door zijn hoofdpersonages minutenlang te laten babbelen over Amsterdam en hamburgers?

Welnee, want Tarantino was zo slim om al dat nerdy geklets verderop in zijn verhaal een mooie functie te geven: Jules overhoort later als een schoolmeester een tegenstander over hamburgerfeitjes, Vincent krijgt later in de film een klik met een vrouw, mede doordat ze beiden gecharmeerd zijn van Amsterdam, en zelfs het geklets over voetmassages is een foreshadowing van latere gebeurtenissen.

Wat op het eerste gezicht dus loos geklets lijkt, blijkt later in de film een geraffineerde voorbereiding te zijn geweest op grote verhaalwendingen. Dus moet je er als schrijver altijd voor kiezen om zo laat mogelijk in een scène te vallen? Niet per definitie, zou ik zeggen.

Als je erin slaagt om het conflictloze geklets van je personages een functie te geven binnen het grotere verhaal, dan kun je ze gerust laten babbelen over te veel mayonaise op je patat en hoe ongelooflijk goor dat is.

Zolang dat kletspraatje later dan maar wel een (bloedige) afbetaling krijgt.

Over de auteur

Michiel Richards studeerde scenario aan de Filmacademie, werkte jarenlang als freelance scenarioschrijver voor televisie en andere media en legt zich tegenwoordig toe op het schrijven van romans. ‘Een muur van croutons’ is zijn recentste boek.