Help! Ik schrijf een boek – aflevering 6

Help! Ik schrijf een boek – aflevering 6Wat ben ik dom geweest! Ik was zo goed begonnen met het rubriceren van al mijn bronnen, uittypen van interviews, alles overzichtelijk in een factsheet en tijdlijn zetten, maar toch is het ergens in het proces verwaterd.

Een overzicht houden van bronnen

Op enig moment ben ik enthousiast gaan schrijven, denkende dat ik dan elke dag ná het schrijven steeds wel een stukje van het rubriceren en organiseren zou kunnen afmaken. Helaas, dat is dus niet gebeurd. Erg? Ja en nee. Als ik namelijk niet op enig moment was begonnen met schrijven was ik nog niet zo ver gevorderd met mijn boek als ik nu ben, maar het uitzoeken van de vele losse eindjes kost me nu wel erg veel tijd.

Zo moest ik laatst twee interviews van elk twee uur weer bijna helemaal tot het eind afluisteren om nog wat basale feiten boven tafel te halen. Als ik die  interviews meteen had uitgetypt, had ik op trefwoord de teksten kunnen doorzoeken. Al bedacht ik me wel dat ik ook weer nieuwe dingen hoorde die mijn interesse wekten. Zo kun je iemands stem en manier van praten natuurlijk nooit vatten in een uitgetypt interview en de momenten waarop iemand lacht of snuift zijn ook veelzeggend. Zou ik dat allemaal hebben kunnen weergeven in een uitgetypte tekst? Heeft het dan misschien toch ook zijn voordelen om een licht chaotisch persoon te zijn? Ik wíl altijd wel super georganiseerd zijn, en misschien lijk ik dat zelfs ook, maar niets is dus minder waar.

In de huid van de lezer kruipen

Mijn frustratie op het moment dat ik bijna vier uur opnames zat terug te luisteren was dan ook enorm. Maar omdat je vier uur gefrustreerd zijn niet volhoudt, kwam er toch ergens een moment dat ik ging zitten luisteren en me liet meevoeren door wat ik hoorde. Doordat ik de inhoud van het gesprek alleen nog hoefde te scannen, kon ik in de huid kruipen van de lezer van mijn boek en bedenken wat die zou zien en horen. Het leek me belangrijk om uiterlijk, stem, manier van praten op de een of andere manier beter over te brengen. Om te laten zien dat mijn hoofdpersoon nooit adempauze neemt aan het einde van een zin, maar altijd na het eerste of tweede woord van de volgende. Dat ze soms lacht bij de nare dingen waarover ze vertelt. Dat ze haar moeder in haar verhalen altijd aanspreekt als ‘moeder’, maar dat ze één keer ‘mama’ zei toen ze zichzelf citeerde. En trouwens, in een volgend interview laat ik haar beter uitpraten. Nóg langere stiltes laten vallen tot ze echt klaar is met haar antwoord, dat moet ik eens leren.

Lees hier deel 1, deel 2deel 3, deel 4 en deel 5 van de blogserie 'Help! Ik schrijf een boek'.

Van Teeseling schrijft portretten, familieverhalen en corporate stories. Zij voltooide de opleiding ‘familieverhalen & biografieën’ aan de Schrijversacademie en werkt aan haar eerste boek. Voor meer blogs over haar boek zie http://volinevanteeseling.nl/help-ik-schrijf-een-boek/ 

Techniek

Comments

Voline van Teeseling, Interessant fragment over dat interview: 'de momenten waarop iemand lacht of snuift zijn ook veelzeggend.' enz. Hoe staat het intussen met het boek waarover je op 13 oktober 2016 schreef: 'Het staat al aardig in de steigers ... ' ;) Groet,

Beste Jan, Dank voor je reactie. Dat boek van 13 oktober is hetzelfde boek, natuurlijk! Ik was erg optimistisch toen, maar ben dus nog steeds niet klaar. Wel zo ver dat ik weet dat het afkomt. Aan een datum waag ik me liever niet, maar het einde is in zicht! Ik zie dat je zelf een roman hebt gepubliceerd. Heb je nog tips voor mij in de eindfase? Groeten, Voline