Start » Proeflezen » [YA] Watermeisje

[YA] Watermeisje

Door: Laurtje
Op: 12 december 2018

Ik had verschillende vragen over mijn tekst:

Dit is het begin, dus spreekt het aan om verder te lezen?
Worden de emoties en de gedachten goed doorgegeven?
Is alles duidelijk?
Wat vind je van de karakters (Saraï, Estelle)?
Hoe duidelijk is de 'speciale kracht' van Estelle?
Is er een infodump ergens die ik gemist heb?

Fragment: 

Ik ren door het zachte gras. ‘Ik kom je pakken, mijn klein monstertje’ roept mam. Pap kijkt vanop de zijlijn, terwijl hij tokkelt op zijn gsm. Ik glimlach, dan schater en dan lig ik op de grond van het lachen. Als een klein schattig makkelijk te vangen monstertje rol ik door het gras. Pap kijkt op ‘Moet je niet eens gaan, straks kom je te laat’ zegt hij. Spelbreker. Mam trek me recht. Ik zit onder de grassprietjes. ‘Pap,’ roep ik ‘Jij ben de baas, kan jij niet zeggen dat mam te laat mag kommen? Iedereen moet naar jou luisteren. ’ Ik blijf met al mijn gewicht aan mam’s arm hangen. Hij kijkt niet op. ‘Liefje, pap is de baas van iedereen, dus dan moet hij het beste doen voor iedereen.’ Zegt mam, terwijl ze me kietelt op mijn buikje. Ik giechel. We lopen naar binnen, naar mijn kamer. ‘Moet je echt al gaan?’ Vraag ik, mam zet me op mijn bed. ‘Kijk naar buiten’ zegt ze en ze wijst naar het raam. ‘straks zie je een helikopter, dan moet je maar zwaaien. Ik zal ook zwaaien. En tegen vanavond ben ik terug. Dan gaan we verder spelen’ Ik knik, zwaai mam gedag en loop naar het raam. Niet alles wat ze zei gebeurde: De helikopter vloog weg, ik zwaaide, zij zwaaide terug, tegen de avond zat ik te wachten. Op de koude vensterbank. Ik viel in slaap tegen het raam. Maar de helikopter kwam niet terug. Pap kwam binnen. ‘De helikopter is neergestort’ zei hij, compleet emotieloos. De helikopter al neergestort in de heen vlucht, maar mam leefde nog toen ze in het ziekenhuis aankwam. Pas daarna ging ze dood. En ik bleef tegen het raam zitten, te wachten, of ze misschien toch nog terug zou komen.

Langzaam open ik mijn ogen. Tien jaar later en de droom blijft terugkomen. Ik kijk uit het raam. De lucht is helder en de zon is net op. Het wordt opnieuw kouder. Vroeger droomde ik iedere dag opnieuw dat ze verdween, iedere dag zat ik aan het raam en staarde ik in de lucht. Iedere helikopter die langs vloog volgde ik met mijn ogen. Nu vliegen er bijna geen helikopters meer, fossiele brandstof is te schaars, biobrandstof te duur. Ik wil rechtstaan, me omkleden, als ik doorheb dat er iemand in mijn kamer staat. Estelle kijkt zwijgend naar de plek waar ik lag. Ik ga rechtop zitten, vlak voor haar. Ze blijft kijken. ‘Estelle?’ Ze reageert niet, niet dat ik dat had verwacht. ‘Estelle’ herhaal ik opnieuw, zodat ze door heeft dat ik tegen haar en niet tegen de muur praat. Ik ga rechtstaan en neem mijn kleren van de grond. ‘Gevaar’ zegt ze. Ik laat bijna mijn kleren. ‘Gevaar voor ons, Estelle?’ Ze blijft voor haar uit kijken. Ik streel met mijn hand over haar haar. ‘Gevaar voor ons, Estelle?’ herhaal ik. Ik probeer het niet te laten klinken alsof ik tegen een baby spreek, maar zo klinkt alles als je het tegen haar zegt. ‘Estelle, welk gevaar’ Ze beweegt niet. ‘Gevaar voor ons, Estelle’ herhaal ik, tot ze plots heel traag één keer knikt. ‘Estelle, specifieker’ zeg ik, maar ze reageert niet meer. Ze blijft staan. Uiteindelijk zegt ze plots ‘Weg’. Daarna reageert ze niet meer. Enkel als ik opnieuw “gevaar voor ons” zeg knikt ze heel traag opnieuw. Ik neem mijn telefoon uit de hoek van de grond en bel de beveiliging.

Ik wil me bedenken wat ik eigenlijk ga zeggen voor hij oppakt, maar ik ben veel te laat. ‘Hallo’ begint hij aarzelend, waarschijnlijk omdat ik heb nog nooit gebeld. ‘Hallo’ zeg ik terug ‘Met Saraï’ en ik weet niet wat ik nog moet zeggen. Waar ik moet beginnen. ‘Waarom bel je, Saraï’ zegt hij geïrriteerd. ‘Estelle zegt dat er gevaar dreigt, ze zegt dat we hier weg moeten.’ Flap ik eruit. ‘Estelle zou niet tegen jou moeten praten, ze moet met je pa praten.’ ‘Pap roept op haar als ze niet snel genoeg reageert. Hij is trouwens ook niet thuis.’ verdedig ik mijn klein zusje, maar het klinkt zagerig. ‘Ik zal een beetje rantsoenen en drink bijeen halen en dan met haar in het park gaan wachten’ ‘Nee,’ reageert hij bruusk ‘Blijf binnen, het is veiliger. Trouwens, je zou niet naar buiten met gaan met die’ Dat is het tegenovergestelde van wat ze net zei. ‘Haar’ zeg ik. ‘Niet die’ ‘Haar dan, blijf met haar binnen op je kamer’ zegt hij. ‘Zodra je vader uit vergadering is zal ik vragen wat hij wil dat we gaan doen, dan komt hij zo snel mogelijk naar hier, dus blijf binnen’ zegt hij en hij legt toe.
Ik leg mijn gsm op de grond en probeer te kalmeren. Estelle staat nog altijd naast mijn bed. ‘Nog iets dat ons zou kunnen helpen?’ zeg ik om maar iets te zeggen. Ik raap mijn gsm terug op om een spelletjes te spelen, maar niets lijkt leuk om te doen.

  • Carry Slee onthult haar schrijfgeheimen
  • Waarom je niet moet wachten met je debuut
  • Schrijftips van John Boyne (De jongen in de gestreepte pyjama)
  • Wat verdient een schrijver aan een boek? (En hoe eerlijk is dat)
  • 9 (te) gekke manieren om inspiratie op te doen
  • Ontdek waarom je van je leven een schrijf-mijnenveld moet maken. 
  • Interview met Simone van der Vlugt
  • Tips door Bregje Hofstede en Saskia de Coster, ze schreven allebei boeken die uitblonken in originaliteit en kwaliteit. Hoe deden ze dat? 
  • We spraken Sabine van den Berg over haar carrière, prozawerk, de liefde voor het schrijven van gedichten en over studenten zonder talent
  • Uitblinken in Spoken Word en/of Performance Poetry?

Als je je aanmeldt vóór maandag 27 mei 16:00 u. krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN
Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!