Lid sinds

4 jaar 1 maand

Rol

[roman] Vissen

Sinds een paar maanden bezig met mijn eerste boek! Tot nu toe is het idee om onderstaand fragment als 1e hoofdstuk te gebruiken. Ik ben erg benieuwd wat jullie hiervan vinden. - wat vinden jullie goed aan de tekst, en wat zouden jullie verbeteren? - zouden jullie het boek verder willen lezen op basis van dit hoofdstuk? ps. Ik heb nog geen naam voor de hoofdpersoon; deze heet tot nu toe simpelweg 'HP'.

Fragment

Netjes gesorteerd waren ze in houten kratten; iedere soort keurig in een krat bij de andere exemplaren van zijn soort. Maar een stel dolle kinderen gooide chaos in de orde van de visverkoper. Overal om HP heen spartelen nu de vissen; groot en klein, dofgrijs, of schitterend zilver met felgroene stippen. Koppen met uitpuilende ogen, stekelige kieuwen en massieve kaken met indrukwekkende rijen scherpe tanden grijnzen naar hem. Zijn korte broek is doorweekt met zout water. De zilte geur van de zee hangt om hem heen. Naast hem spartelt zijn zus; onder haar een tiental glibberende vissen die haar verhinderen om grip te krijgen en overeind te komen. Haar vruchteloze worsteling is een fascinerend schouwspel. Ineens ligt ze stil en kijkt hem aan. Hij ziet haar diep inademen en dan breekt ze plotseling uit in een hoge en onophoudelijke schaterlach; de tranen springen in haar ogen. Tussen de lachsalvo's door is ze even een halve seconde stil om opnieuw naar adem te happen, waarna haar hinnikende lach weer verder klinkt. Het is op het hysterische af. Hij grijnst verdwaasd naar haar terug. Het woedende geroep van de marktkoopman schrikt hem terug in de realiteit. Vanaf de andere kant van de kraam komt de man op hen af, schreeuwend dat zijn partij vissen onverkoopbaar is geworden. “Stelletje rotkinderen! Ik zál jullie!” Onder zijn korte donkere baard staan de kaken van de man strak gespannen, zijn zwarte ogen spuwen vuur. De gebalde vuisten en gespierde armen zijn een niet te missen dreiging. HP’s zus vind ineens houvast en gaat er als een haas vandoor. Hij is te traag. Voor hij er erg in heeft, trekt de marktkoopman hem aan zijn shirt overeind. De man haalt uit en slaat tegen zijn schouderblad. Een schietende pijn trekt door zijn bovenarm en nek. Nog een dreun, dit keer tegen zijn hoofd. Een waas trekt langs zijn ogen, nadenken lukt niet meer. Het geroep van een meeuw boven hem in de lucht lijkt oneindig ver weg, het geroezemoes van de markt deint als kabbelend water door zijn hoofd. Versuft kijkt hij op en maakt instinctief een afwerend gebaar met zijn arm. Hij ziet dat de man opnieuw zijn hand omhoog heft om uit te halen; nog niet tevreden met de pijn die al is uitgedeeld. Met de rechterhand houdt de man het shirt van HP nog steeds stevig vast. HP worstelt, wanhopig. Hij ziet geen kans zich los te trekken. Een zachte jammer ontsnapt zijn keel, het koude zeewater in zijn broek vermengt zich met warme urine. Er klinkt een scheurend geluid en plotseling valt hij naar achteren, uit de greep van de marktkoopman. Hij rolt over de berg vissen heen en onder een kraampje door, weet overeind te komen, wankelt, hervindt zijn evenwicht en begint in paniek te rennen. Meerdere keren botst hij tegen bezoekers van de markt op. De losgescheurde mouw van zijn shirt wappert wild achter hem aan. De visverkoper brult hem na, andere mensen schreeuwen nu ook. HP rent door. Hij ontwijkt mensen, rent van het marktplein af een willekeurig steegje in en schiet vervolgens weer een ander steegje in. Zijn hart bonst in zijn keel en in zijn oren, het kloppen van zijn hart dwingt hem zonder nadenken vooruit. De smalle straten van het dorp kronkelen onder hem door en langs hem heen, de huizen met muren van ruw uitgehakte stenen buigen zich over hem in een poging hem op te slokken. Ineens wijken de huizen uiteen en zinken zijn voeten weg in het zachte warme zand van het strand. De hoge witte kalkrotsen die aan beide kanten van de baai opdoemen zien eruit als vriendelijke reuzen die eeuwen geleden zijn begonnen aan hun winterslaap. Hun kruin van groene loofbomen steekt scherp af tegen de strakblauwe lucht. Het water van de zee is kalm en aan de kade liggen de vissersbootjes aangemeerd. Verder weg op het strand liggen enkele verlaten roeibootjes; ooit op de kop gelegd om geen water te kunnen vangen maar in de loop van de tijd is het hout rot geworden en zijn de bootjes achteloos achtergelaten. De kleurige blauwe en groene verf is vervaagd en afgebladderd. Één bootje ligt nog verder weg dan de andere bootjes, tegen een manshoge rots die het einde van het strand markeert. HP kijk achterom, hij ziet niemand. Hij is alleen op het stille strand. De doodsangst die hem opjoeg trekt zich langzaam terug. Duizelig en met een snikkende ademhaling sukkelt HP richting het bootje en kruipt weg in de beste schuilplaats die hij kent.

Lid sinds

3 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker
Goed van je dat je begonnen bent met schrijven. Ik ben ook net begonnen met schrijven, maar een andere doelgroep. Toch kan ik je misschien wat feedback geven als lezer van je verhaal (niet zozeer als een echte ervaren schrijver dus ;)): Wat ik zou verbeteren: - De eerste twee zinnen vind ik niet passen bij het verhaal. Het lijkt van een ander perspectief geschreven en het doel daarvan mis ik. 'Een stel dolle kinderen' worden genoemd, waarom niet direct de hoofdpersoon en zijn zusje? Ook begrijp ik niet zo goed waarom de eerste twee zinnen in verleden tijd zijn geschreven en de rest in de tegenwoordige tijd. Wat is je idee daarachter? - Er zitten een aantal woorden in die mij vreemd doen klinken. Ik ben geen taalkundige, maar 'woedende geroep', bestaat dat? - Ik vind de omschrijvingen die je gebruikt overdadig: Koppen met uitpuilende ogen, stekelige kieuwen en massieve kaken met indrukwekkende rijen scherpe tanden Persoonlijk vind ik 1 bijvoeglijk naamwoord per zelfstandig naamwoord genoeg. De tanden zijn bijvoorbeeld indrukwekkend of scherp. Als het een keer gebeurt in een zin, geen probleem. Maar het komt vaker voor. korte donkere baard bijvoorbeeld. Mocht je wel graag meerdere bijvoeglijke naamwoorden per zelfstandig naamwoord gebruiken, dan moet er in ieder geval een komma tussen. - Ik zou met minder woorden de gebeurtenissen omschrijven. Je raakt me een beetje kwijt met alle omschrijvingen. Zou ik verder willen lezen? - Door het woordgebruik, nee. Maar als je de omschrijvingen van de gebeurtenissen en de omgeving wat mindert, prikkelt het me wel! Ik hoop dat je er wat aan hebt! Uiteraard is het jouw verhaal. Ik wens je heel veel succes, en plezier, met het schrijven van je verhaal!

Lid sinds

11 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Geef je HP toch beter gewoon een naam. Dat is niet alleen prettiger voor proeflezers, maar zal jou ook helpen. Zolang je het gekke 'HP' overal hebt staan, hou je een afstand tussen jou en je personage. De tekst voelt aan als een filmscript, waarin nog niet het oprechte gevoel zit wat erin komt als de acteurs erbij komen. Zelfs als het niet zijn definitieve naam wordt, geef hem alvast een naam.

Lid sinds

10 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Ik ben het met Diana, oprecht eens, dat het niet prettig leest!
ps. Ik heb nog geen naam voor de hoofdpersoon; deze heet tot nu toe simpelweg 'HP'.
Een naam verzinnen voor je hoofdpersoon is niet simpel. Zelfs een simpele naam verzinnen kan problemen oproepen. Het is al verschillende keren een onderwerp geweest op dit forum. Natuurlijk zijn de meningen hierover verdeeld. https://schrijvenonline.org/forum-onderwerp/510 Toch ... je hoofdpersoon, HP noemen, omdat je het gewoonweg [nog] niet weet en dan voorleggen aan proeflezers, is ietwat [te] kort van stof. Vaders en moeders weten de naam vaak al voor het kind is geboren. Waarom schrijvers niet? Hoeveel mensen hun naam zouden willen veranderen weet ik niet, maar ik gok op heel veel. Maar zelfs mijn 'heel veel' stokt bij 1 op de 100. Namen groeien - gaan dood - of bloeien en boeien. Nog wat info waar je misschien iets mee kan.
Een pakkend personage valt of staat met de juiste naam. Een stoere held met de naam Jan-Jaap komt niet realistisch over. Een bankdirecteur die Storm heet ook niet. Noch een sexy diva die Truus heet. Het belangrijkste van een goede naam is dat het past bij je personage.
https://overschrijvengesproken.nl/beste-namen-voo…
Natuurlijk kun je een personage een simpele en herkenbare naam geven, zoals Peter, Suzanne of Karin, maar veel auteurs kiezen auteurs voor een naam die een betekenis met zich meedraagt. Hoe je het ook doet, het is altijd verstandig om uit te zoeken wat een naam betekent, al is het alleen maar zodat de naam niet contrasteert met het karakter van het personage.
https://schrijvenonline.org/schrijftips/5-tips-om…
Soms heb ik al wel een naam voor een bijfiguur, maar voor de hoofdpersonen blijft het lastig. Je moet pak ‘m beet een jaar met elkaar vooruit, dus is het wel zo fijn dat die naam bij jou en – nog belangrijker – bij je personage past. In de loop der jaren heb ik wat tips en trucs hiervoor ontwikkeld. Komen ze!
http://daniellebakhuis.nl/2017/blog-de-namen-van-… Enzovoort. Ik ken een Enzo. Wat weten we nu van je HP?
Hij grijnst verdwaasd naar haar terug. Hij is te traag. HP worstelt, wanhopig. Hij ziet geen kans zich los te trekken. Een zachte jammer ontsnapt zijn keel, het koude zeewater in zijn broek vermengt zich met warme urine. Zijn hart bonst in zijn keel en in zijn oren, het kloppen van zijn hart dwingt hem zonder nadenken vooruit. De doodsangst die hem opjoeg trekt zich langzaam terug. Duizelig en met een snikkende ademhaling sukkelt HP richting het bootje en kruipt weg in de beste schuilplaats die hij kent.
Uw HP klinkt als een Herman.

Lid sinds

3 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Is HP een vis of een mens? In dit stukje kan ik het niet helemaal goed wijsmaken. Aan de korte broek denk ik dat het een mens is maar dan is er ineens een zus die bij andere vissen ligt. Is dit dan een vis of een mens? Het zou allebei kunnen, dus het is een beetje onduidelijk. Misschien zie ik een verband niet of heb ik het stukje niet helemaal goed gelezen, dan spijt het me succes

Lid sinds

4 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker
Bedankt voor alle feedback! Fijn om op zo'n eerste stuk tekst de ervaringen van andere mensen te horen. Diana en Yrret: Namen bedenken is inderdaad lastig, en ik heb er niet bij nagedacht dat het voor proeflezers niet fijn leest. Maar Herman ga ik hem niet noemen Yrret, sorry :) Renske58; goeie opmerkingen, daar moet ik eens goed naar kijken blijkbaar! Die eerste twee zinnen heb ik ooit geschreven als soort inleiding maar niet bij stil gestaan dat het qua perspectief en tijd anders is dan de overige tekst. Ook het teveel aan bijvoeglijk naamwoorden ga ik eens goed onder de loep nemen. FantasybyJuul: de hoofdpersoon is een jongen. Maar goed ook dat je dit noemt, misschien kan ik dit duidelijker maken.