Start » Proeflezen » [roman] Realiteit (Realitijd)

[roman] Realiteit (Realitijd)

Door: MaartjeMM
Op: 10 maart 2019

Hier twee fragmenten uit eerste hoofdstuk van mijn eerste poging tot het schrijven van een langer verhaal/boek.

Wat wil ik weten?

- Oliedomme fouten (Spaties, dt-tjes en typo's zullen er heus inzitten maar dat is voor later)
-Neigt het te erg naar chicklit/feelgood? Want dat is het uiteindelijke verhaal niet.
- Lees het lekker of is het te gekunsteld?

Ter info: Mijn doel is om een ingewikkeld verhaal, makkelijk/lekker leesbaar te maken. Het verhaal zelf gaat over een andere (tada!) realiteit die verbonden lijkt/blijkt met de ‘echte’ realiteit en nog iets met de tijd. (Vandaar dat ik Realitijd als werktitel gebruik).

Dank alvast voor de moeite.

Fragment: 

1)
Wanneer Guusje haar ogen opent op de ochtend van negen juni weet ze vrijwel meteen dat het geen ochtend zoals alle andere ochtenden is. Het zal nog zeker een paar uur duren voordat ze beseft dat wakker worden naast haar onbekende, getrouwde buurman- op zich niet iets dat iedere dag gebeurt- níet datgeen is wat deze dag bijzonder maakt. Tegen de avond, wanneer de omvang van de werkelijke idioterie van deze dag een klein beetje begint te bezinken, zou ze willen dat wakker worden naast de onbekende buurman waar ze hoogstwaarschijnlijk ook seks mee heeft gehad de enige reden zou zijn die deze dag “speciaal” zou maken.

2)Met een ruk trek hij zijn hand terug en heeft spijt van zijn gezeur om water. En paracetamol. Anders had hij kunnen doen alsof hij nog sliep, had hij nog kostbare minuten gehad om te bedenken wie dit is, wat er is gebeurd en het aller belangrijkste: hoe hij dit kan oplossen. En een beetje snel ook. In de zwarte weerspiegeling van zijn dode IPhone probeert hij te ontdekken of zijn kapsel te redden is met een veeg gel of dat er sterkere maatregelen nodig zijn. In het ergste geval zal hij moeten douchen en föhnen. Voor 11 uur. Voordat hij zichzelf achter zijn laptop moet hijsen om zich virtueel bij de vergadering in Toronto te voegen. Hoe laat zal het zijn?
‘Weet jij hoe laat het is?’ Deze eerste zin is zijn mond uit voor hij goed en wel beseft dat dit raar is. Maar niet meer dan een halve seconde na het uitspreken ervan is het besef er wel degelijk. Misschien moet hij eerst maar kijken wie het is? Wie er naast hem ligt?
‘Geen idee. Maar ik denk wel dat het tijd is om je eigen water te halen. En neem dan voor mij ook even een glas mee. Lauw graag.’
Hij hoort de lakens ritselen en een vlaag frisse lucht kruipt onder de dekens. Ze is gaan zitten.
Met twee vingers per slaap, masseert hij zijn kloppende slapen.
‘Die paracetamol kan je beter laten. Je lijf heeft al genoeg gifstoffen in zich om te verwerken…en je bent toch geen mietje.’ Haar stem klinkt helder. Frisser dan de zijne.
Langzaam, als een bejaarde die net zijn beide heupen heeft gebroken, hijst hij zichzelf in een soort van zittende positie. Zijn hoofdkussen is dubbelgeklapt en het eikenhouten hoofdeinde drukt pijnlijk tegen zijn ruggengraat. Hij laat het zo. Het leidt af van zijn draaiende maag.
Terwijl zijn ogen een fractie te laat de draai volgen, richt hij zijn hoofd op zijn buurvrouw. Althans, op haar twee identieke lichaamsdelen ónder haar hoofd. Ze zit blijkbaar meer rechtop. Snel wurmt hij zich omhoog.
´Nou, goedemorgen. Beter kijk je niet naar mijn…(tieten denkt hij, ik keek naar haar tieten) kapsel.’ Met grove streken van haar handen met uitgespreide vingers probeert ze haar alle kanten opstaande asblonde pieken plat te kammen. Niet blond blond. Maar grijsblond. Met enorme donkere uitgroei. Niet mooi, glad golvend egaal bruin als dat van Lisa. Ze zorgt er altijd voor dat de beginnende grijze haren geen kans krijgen. Iedere vijf weken zit ze bij Ada, haar kapster met eveneens donker glanzend egaal haar. Bijna alle klanten komen egaal glanzend- soms ook rood of blond, dat wel- daar de zaak uit, het lijkt wel een sekte.

‘Jezuschristus,’ Bas feliciteert zichzelf met zijn tweede, eveneens enorm pakkende zin tegen deze onbekende (alhoewel er ergens in de verte al flashbacks verschijnen) dame. Alhoewel, dame? Ze ziet er meer uit als een zo’n plukkerige, pluizige cavia met dertig kruinen uit de kinderboerderij waar hij regelmatig op zaterdagochtend met zijn jongste telg is, terwijl Lisa de ander naar zwemles brengt.
‘Misschien moet je het even natmaken?’
Ze knikt en staakt haar woeste kammen. Hij hoopt niet dat ze het ziet als een uitnodiging om hier te gaan douchen en trekt in een vlugge en hopelijk onopvallende beweging de deken iets hoger over zichzelf en daarmee ook haar borsten heen.

  • De grootste uitdaging voor iedere schrijver: de erotische scène
  • Zo repareer je een haperend plot
  • 8 manieren om taalvouten te voorkomen
  • De 10 schrijfregels van Carolina Trujillo en Henk van Straten
  • Je debuutroman schrijven in New York, Bert Moerman deed het
  • Schrijftips van bestseller auteur Abdelkader Benali
  • Alles wat je moet weten over het schrijven van dialogen
  • De schrijfgeheimen van Ingmar Heytze
  • Waar let een bureauredacteur op?
  • Een nieuwe editie van ons literaire katern Alice met daarin o.a. de winnaars van onze schrijfwedstrijd 'De Bruiloft'

Als je je aanmeldt vóór maandag 25 maart 16:00 u. krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN
Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!