Start » Proeflezen » [roman] Plastic poppetjes

[roman] Plastic poppetjes

Door: Henkie
Op: 18 februari 2018

Dag Schrijven Online,

Hier een fragment uit project-het-zoveelste.
Ik probeer een scène (wat is daar eigenlijk de precieze definitie van?) te creeëren die op het eerste gezicht onschuldig lijkt, maar die een diepere betekenis bevat; die betekenis, te vinden in Niekes spel, zal steeds terugkeren.
Mijn belangrijkste vraag: pik je deze diepere betekenissen op als lezer of is het fragment pointless? Kun je je aan de hand van wat Nieke zijn poppetjes laat zeggen ongeveer voorstellen wat de rode draad van het verhaal wordt?
Dit zijn de eerste alinea's en ik hoop wel dat een lezer er iets van begrijpt. Ik wil geen warrig verhaal schrijven.

Andere vragen:
- Is de openingsdialoog verwarrend?
- Wat voor sfeer heeft het fragment? Het is altijd erg lastig dat te bepalen wanneer je de tekst zelf geschreven hebt, en het kan ook geen sfeer hebben, wees maar eerlijk;
- zijn er dingen in de stijl waaraan je je stoort?
- Zou je de voorspellende zin '... al zou hij dat na het avondeten van die dag wel doen' houden of schrappen? Ikzelf hou wel van af en toe de alwetende verteller spelen.

Alvast bedankt!

Fragment: 

'En hij nam het land in. Nee! Dat deed hij niet.
Jawel - mijn vlag wappert nu in jouw land dus het is van mij, daar kom je niet onderuit.
Nee! We zijn nog niet uitgevochten, Pluimhelm.
Jawel. Jouw land is nu van mij. Weet je waardoor?
Waardoor, Pluimhelm? O, mijn zwaard is misschien roestig, maar ik...
De waarheid! Daar kom je niet onderuit. Mijn vlag is het wapperend bewijs.' Hij speelde met zijn plastic ridderpoppetjes. De één had een helm met een rode pluim en een soort stalen rok en sandalen aan, de ander leek uit een later tijdperk te komen en droeg een middeleeuws harnas.
Nieke was alleen thuis. Hij mocht zo hard praten als hij wilde. Hij zat in de woonkamer. Zonlicht viel door het grote raam naar binnen en deed de kleuren fel oplichten. De kat keek af en toe op als zijn stem uitschoot.
'De waarheid, Harnas! Alles wat echt is! En dan nu mijn speer.' Hij bewoog zijn linkerhand met Pluimhelm naar zijn rechterhand met de middeleeuwse ridder en maakte onduidelijke geluidseffecten tot Harnas ten slotte dood op het kleed lag.
'Overwonnen,' mompelde Nieke. Hij wreef in zijn ogen; Pluimhelm viel op de grond. Niekes blik stelde zich scherp. De overgang van fantasie naar werkelijkheid was alsof hij van een boot op het vasteland stapte, of alsof hij na een poos geschaatst te hebben zijn gewone schoenen aantrok. Hij moest wennen aan de tafel en de stoelen die daaraan stonden, aan de kat die op een donzig kussen lag te slapen en aan de klok die drie uur 's middags aanwees. (Hij kon allang klokkijken.) Alles was weer zoals het meestal was, maar zijn fantasie was leuker geweest.
Hij geeuwde en graaide in de plastic bak naast hem, waarin meer poppetjes zaten, én onderdelen voor een kasteel. Hij pakte de losse poort van het kasteel, die glom als hij hem in het zonlicht bewoog, en besloot zich opnieuw in zijn fantasie te begeven.
Ingespannen, zijn ogen half dichtgeknepen, klikte Nieke de plastic onderdelen aan elkaar. Toen het kasteel - bruin met blauwe punttorens en een slotgracht van bedrukt papier - klaar was zette hij er een voor een al zijn poppetjes in. Ridders, prinsessen, koningen en koninginnen, normale mensen met normale beroepen als dokter of brandweer, ze staarden hem aan. Plastic mensen in een plastic wereld.
Nieke was tevreden en pakte zijn spel weer op. Nu was het de brandweer waarmee Pluimhelm in conflict was. 'Mijn sandalen laten geen water door!'
Hij nam een poppetje van een heks: een kromgebogen oud vrouwtje met een groenige huid, een paarse cape en een punthoed waarvan het topje omviel. Hij nam een moment om het te bekijken, staarde toen nadenkend in het zonlicht. 'Dat is mamma.' Hij zette de heks naast Harnas, die roerloos met zijn zwaard in de aanslag stond.
De rest van de dag zwierf hij het grote huis rond en beleefde hij avonturen met zijn poppetjes. De eerste woonkamer op de begane grond, de tweede woonkamer op de eerste verdieping, zijn slaapkamer die de afmetingen van een klaslokaal had, de kamer waar zijn moeder haar klanten ontving en waar hij eigenlijk niet mocht komen.
Een schemerige kamer was dat. Er stond een zware tafel van donker hout, bijna niet te onderscheiden in het halfduister. Daarop een bol van lichtpaars glas, of kristal - hij was hoe dan ook kostbaar, want Nieke mocht er niet aankomen. Hij keek in het voorbijgaan even naar de vervormde weerspiegeling van zijn gezicht en liet de bol verder voor wat hij was.
Nieke stond nooit stil bij wat zijn moeder met die bol voorspeld had, al zou hij dat na het avondeten van die dag wel doen.

Hij had het al eerder van haar gehoord. 'Nieke, over een jaar ben je dood.'
Alleen zijn moeder kon zoiets zonder pijnlijk gezicht tegen een kind zeggen. Het was nu eenmaal haar werk om noodlottige dingen te voorspellen.
Ze heette Wia en was een helderziende. Niet zoals de helderzienden op tv, die voorspellingen deden over relaties en carrières - Wia hield zich alleen bezig met het het verstrijken van de tijd. Met hoe ieders leven op de een of andere manier een kloppend verhaal was. Aan de hand van de aanwijzingen die ze overal meende te zien deed ze haar voorspellingen. Haar cliënten kwamen altijd met verontruste gezichten de spreekkamer met de glazen bol uit.
Gaat dat echt gebeuren? vroegen ze zich af. Ze voelden zich dan bang en wilden het liefst in een hoekje kruipen.

Reacties

janpmeijers
Laatst aanwezig: 9 min 28 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 6013

Henkie,

'Is de openingsdialoog verwarrend?'
Nee, ik vind het origineel en sterk. schrap wel dit: 'Hij speelde met zijn plastic ridderpoppetjes.' Laat de lezer zelf die conclusie trekken. Leg het niet uit. Vertrouw op je lezer!
'- Wat voor sfeer heeft het fragment? Het is altijd erg lastig dat te bepalen wanneer je de tekst zelf geschreven hebt, en het kan ook geen sfeer hebben, wees maar eerlijk;'
Nieke zit volledig in zijn wereld, prima. Houden zo. Wees karig met wat je 'alwetende verteller' noemt. (het is alwetend neutraal perspectief)
'zijn er dingen in de stijl waaraan je je stoort?'
Niet aan de stijl, wel je inzet van perspectief, zie hierboven
'- Zou je de voorspellende zin '... al zou hij dat na het avondeten van die dag wel doen' houden of schrappen? Ikzelf hou wel van af en toe de alwetende verteller spelen.'
Daar zullen de meningen over verdeeld zijn, het kan soms werken zo'n vooruitziende zin. Dat heet een topische zin: een vooruitblik op wat komen gaat. Ik houd er niet zo van, laat het gewoon zien in de scene. De lezer merkt wel wat er gaat gebeuren.

zo ook hier:

Citaat:

De overgang van fantasie naar werkelijkheid was alsof hij van een boot op het vasteland stapte, of alsof hij na een poos geschaatst te hebben zijn gewone schoenen aantrok. Hij moest wennen aan de tafel en de stoelen die daaraan stonden, aan de kat die op een donzig kussen lag te slapen en aan de klok die drie uur 's middags aanwees.

Dit vind ik echt storend. De lezer snapt die overgang wel. Maak er geen gekunstelde toestand van. De beleving van Nieke, daar gaat het om. Suggestie: Hij moest wennen aan de overgang naar de werkelijkheid. De tafel, de stoelen, de kat op een donzig kussen en de klok die drie uur aanwees.

dit ook:

Citaat:

Plastic mensen in een plastic wereld.

echt schrappen zo'n zin. Houd het alleen bij de beleving vanuit Nieke.

Citaat:

Ik probeer een scène (wat is daar eigenlijk de precieze definitie van?

Een eenheid van tijd, ruimte en handeling vormt de kern van een scene. In dit fragment ga je uit die eenheid na de witregel - je gaat in algemene zin vertellen over de moeder: 'Ze heette Wia en was een helderziende.'
De eenheid is weg. Tip: geef de moeder ook een scene waarin ze doet wat ze doet.

succes

Henkie
Laatst aanwezig: 7 weken 1 dag geleden
Sinds: 1 Aug 2016
Berichten: 215

Bedankt, Janpmeijers!

Ik heb alleen wel een opmerking bij je opmerking. Je zegt: Houd het bij de beleving van Nieke.
Nu is het alleen zo - en dat ben ik vergeten te vermelden, dom - dat het in deze scène niet om zijn beleving gaat. De scène is bedoeld als een soort voorbode op alles wat er te gebeuren staat. Iedere zin heeft een betekenis, ook de zin "Plastic mensen mensen in een plastic wereld" die jij echt zou schrappen.
Ik zou het fragment omschrijven als een vreemd soort proloog. Ik probeer Nieke als trekpop te gebruiken zoals hij zelf met zijn poppetjes speelt, helemaal in dienst van het verhaal en de zinnen.
Het is een stijl die vanzelf uit mijn vingers komt als ik typ. Of deze effectief is is nog maar de vraag - ik hoor er graag je mening over.
Wanneer het verhaal eenmaal op gang is zal ik het wèl bij de beleving houden en niet kunstelen, want ik snap wel wat je bedoelt. In de suggestie om "Hij speelde met zijn plastic ridderpoppetjes" te schrappen kan ik me bij dit fragment overigens wel vinden.

Chrissie de Jager

janpmeijers
Laatst aanwezig: 9 min 28 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 6013

Henkie,

henkie schreef:

De scène is bedoeld als een soort voorbode op alles wat er te gebeuren staat. Iedere zin heeft een betekenis,

Dat mag. Over de verhouding tussen lezer en schrijver heeft Thea Beckman het volgende gezegd:
Een boek gaat over wat je er zelf uithaalt. Niet over wat de schrijver belangrijk vindt.
Probeer dat als schrijver steeds in je achterhoofd te houden.

succes.

Henkie
Laatst aanwezig: 7 weken 1 dag geleden
Sinds: 1 Aug 2016
Berichten: 215

Daar moet ik even over nadenken.
Bedoel je dat een lezer mijn boodschappen, verborgen in lekker 'theatrale' zinnen (gekunstelde zinnen), niet oppikt? En dat alleen ik ze belangrijk vind?

Chrissie de Jager

janpmeijers
Laatst aanwezig: 9 min 28 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 6013
Henkie schreef:

Daar moet ik even over nadenken.
Bedoel je dat een lezer mijn boodschappen, verborgen in lekker 'theatrale' zinnen (gekunstelde zinnen), niet oppikt? En dat alleen ik ze belangrijk vind?

Zoiets ja. smile Je weet als schrijver niet wat de lezer zal oppikken. Probeer daarom zo min mogelijk te sturen en concentreer je op het tonen/laten zien van de personages en hun handelen.

Thérèse
beheerder
Laatst aanwezig: 19 uren 47 min geleden
Sinds: 2 Aug 2009
Berichten: 5933

Zijn Pluimhelm en Harnas écht belangrijk voor het verhaal? Dan zou je ze meteen bij hun naam kunnen / moeten noemen (en ook de kat). Dat P. en H. poppetjes zijn, maakt de lezer wel op uit de context.

Voor mijn gevoel wordt het verhaal pas interessant als het kind de heks pakt en zegt: 'Dat is mama.'

Het kan zijn dat Pluimhelm en Harnas een belangrijkere rol in het verhaal hebben dan mama - maar meestal is toch voor een kind mama het belangrijkst. Als je verhaalconcept het toelaat zou je de scène met mama voorop kunnen plaatsen en die met Pluimhelm en Harnas daarna. Er ontstaat dan wel een probleem: dat je een anticlimax beschrijft: van een belangrijk personage in een bepaalde situatie naar een minder belangrijk in een andere situatie. Toch moet je - om de lezer 'binnen te slepen' - krachtig beginnen. Gezien het vervolg van het verhaal lezen we meer over de mama dan over Pluimhelm en Harnas. Daar verzwikt de opzet van het fragment op zijn psychologische gehalte.

Henkie schreef:

Ikzelf hou wel van af en toe de alwetende verteller spelen.

Henkie schreef:

Alleen zijn moeder kon zoiets zonder pijnlijk gezicht tegen een kind zeggen.

Dat blijkt. Maar waarom breng je de lezer helemaal in het gevoel en de beleving van het kind en laat je dat volledig los en schakel je over in een uitleg over mama? Áls je dan alwetende verteller bent, schakel na de witregel dan over op het gevoel en de beleving van de mama.

Óf: wees ook bij Nieke de alwetende verteller.

Daarnaast: als een kind van zijn mama hoort dat hij over een jaar dood is, heeft dat een reactie tot gevolg. Niet bij Nieke. Laat weten waarom hij de boodschap niet serieus neemt, of hoe hij zich ertegen verweert, of hoe hij er bang van wordt, of ... geef in elk geval (al is het kort) zijn gevoel daarover weer. Nu laat je de opmerking in het luchtledige zweven, terwijl het zo goed als een doodsbedreiging is.

Henkie schreef:

Nu is het alleen zo - en dat ben ik vergeten te vermelden, dom - dat het in deze scène niet om zijn beleving gaat.

Dat weet jij - maar waarom breng je dan de lezer wél in de beleving van Nieke?

Henkie schreef:

zijn er dingen in de stijl waaraan je je stoort?

Het zit meer in de structuur, het perspectief en de psychologie c.q. logica.

Henkie schreef:

De scène is bedoeld als een soort voorbode op alles wat er te gebeuren staat.

Zorg dan voor de eenheid, die Jan hierboven aanhaalt: niet alleen in plaats, tijd en handeling, maar ook in perspectief en psychologie. Focus je op één aspect, zet dat in het volle licht waarbij de lezer precies dát te zien krijgt wat hij nodig heeft om geïntrigeerd te raken en dóór te willen lezen.

Psychologie van het personage - wat is het en hoe beschrijf je het? Lees het hier: https://www.mboox.nl/blog/https:--www.mboox.nl-sep...

Henkie
Laatst aanwezig: 7 weken 1 dag geleden
Sinds: 1 Aug 2016
Berichten: 215

Interessante feedback, Thérèse! Die zal ik zeker nog een aantal keer overlezen.
Ik was een beetje aan het spelen met verschillende manieren om een verhaal te beginnen en die je in het fragment leest vond ik het leukst. Jij gaat heel diep in op álle aspecten en dat kan ik waarderen - vooral omdat ik veel van wat je me hierboven vertelt over het hoofd zie.
Dat de structuur niet echt klopt kan ik begrijpen... Ik heb daar moeite mee, ga het liefst meteen in op mijn fantasie (zoals de hoofdpersoon in mijn fragment). Ik zal er eens goed op oefenen en misschien plaats ik een herschrijf.

Chrissie de Jager

Henkie
Laatst aanwezig: 7 weken 1 dag geleden
Sinds: 1 Aug 2016
Berichten: 215

Wat is een alwetende verteller eigenlijk precies?

Chrissie de Jager

janpmeijers
Laatst aanwezig: 9 min 28 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 6013
Henkie schreef:

Wat is een alwetende verteller eigenlijk precies?

Zie bij Auctoriaal:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vertelperspectief#Au...

Henkie
Laatst aanwezig: 7 weken 1 dag geleden
Sinds: 1 Aug 2016
Berichten: 215

Dank je.
Er staat: 'moeilijkst hanteerbaar van alle vertelperspectieven en meest gedateerd'! Nou, ik heb mezelf blijkbaar een uitdaging gegeven.

Chrissie de Jager

janpmeijers
Laatst aanwezig: 9 min 28 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 6013

Henkie,
Dat auctoriale kenmerkt zich dus door een in het verhaal aanwezige verteller, die zelf geen personage is. Even overdreven: Ik zal het vast verklappen, beste lezer, in het volgende hoofdstuk zal er iets vreselijks gebeuren met Nieke. Voor het zover is wil ik u meenemen naar de moeder van Nieke. Kijk, daar zit ze in haar spreekkamer, met haar glazen bol. Wat denkt u, is ze te vertrouwen?

Je kunt ook een alwetend perspectief gebruiken. De verteller is dan niet zelf aanwezig in het verhaal, wel als een arrangeur achter de schermen. Bijvoorbeeld: Nieke speelde met zijn plastic ridders. Boven het huis dreven wolken traag voorbij.
(die wolken vallen buiten het blikveld van Nieke en via het alwetend perspectief krijgt de lezer die info)

Maak voor je verhaal een duidelijke keus qua perspectief.

  • THEMA Kan schrijven je leven redden?
  • Hoe beschrijf je emoties?
  • Zo vind je een uitgever die bij je past
  • Zo belangrijk zijn de eerste 10 pagina's
  • Schrijftips van Anne-Gine Goemans
  • Schrijftechniek: vertellen en vertonen
  • Taaltips: taal en logica

Dit nummer verschijnt omstreeks 6 december oktober. Nog geen abonnee? Meld je aan vóór maandag 25 november 16:00 uur, dan krijg je dit nummer thuis!

Introductiekorting!
Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!