Start » Proeflezen » [roman] Partizaan (vervolgverhaal)

[roman] Partizaan (vervolgverhaal)

Door: Steve
Op: 18 januari 2019

Ik probeer een historisch verhaal te schrijven over het Litouwen van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Litouwen was toen onderdeel van de Sovjetunie maar de Litouwers hadden eerder van de vrijheid geproefd en wilden die terug. Dit fragment is de eerste pagina en speelt zich af in de KGB-gevangenis in Litouwen. De volgende zaken wil ik graag weten:
-Hoe zit het schrijftechnisch met deze pagina?
-Is het verhaal spannend genoeg zodat lezers het vervolg willen lezen?
-Hoe kan ik mijn hoofdpersonage Arvydas verder uitdiepen?

Fragment: 

Hoofdstuk 1 januari 1949

Langzaam gingen zijn ogen open. Hij was al een tijdje wakker maar had nog niet de moed gehad om de dagdagelijkse ellende te overschouwen. Terwijl zijn ogen langzaam de al te vertrouwde muren van de krappe cel aftasten, ontsnapte een diepe zucht aan Arvydas’ lippen. Het was nog aardedonker maar zijn blaas was ondertussen gewend geraakt aan het ochtendpatroon. Eén keer per dag mochten ze naar het toilet. Om exact zes uur ’s morgens openden enkele norse Sovjets de celdeur en mochten ze de cel verlaten om het lange gangpad naar de toiletten af te wandelen. De rest van de dag moesten ze gebruik maken van de ijzeren emmer die in een hoekje van de cel prominent geurend stond te roesten. En aangezien Arvydas niet bepaald happig was op het gebruik van de emmer terwijl de vijf paar doffe ogen van zijn celgenoten hem aanstaarden, had hij zijn biologische klok ingesteld op kwart voor zes.

Terwijl hij de realiteit trachtte te aanvaarden, bonsde zijn hoofd. Voorlopig was hem “de ondervraging” nog bespaard en had hij “het voorstel” nog niet gekregen, maar de spanning begon zijn tol te eisen. Steeds op dezelfde plek voelde hij de pijn kloppen. “Spanningshoofdpijn” gromde hij en hij begon zijn nek langzaam van links naar rechts te bewegen. Hij ging rechtop zitten en zag dat de anderen nog lagen te slapen. Op de grond uiteraard want matrassen, laat staan bedden, gunden de Sovjets hen niet. Vytautas lag te snurken. Zijn nieuwe vriend vertoefde nog even in andere oorden. Misschien ergens in de veilige bossen buiten Vilnius die de partizanen als hun thuis beschouwden. Misschien lag hij in de armen van zijn boerenvrouw op hun boerderij voordat de Sovjets hen dwongen om op te gaan in een kolchoz. Arvydas bewoog zijn benen en voelde hoe het bloed zijn stramme spieren folterde. “Wat zou de dag brengen? In het beste geval kende die hetzelfde monotone verloop van de voorbije dagen. In het slechtste geval maakte het KGB-hoofdkwartier zijn beruchte reputatie waar.”

Toen de deur werd geopend, waren ze alle zes wakker. De lichtgevende buis die de gangen sierden, wierp zijn passende kunstmatigheid naar binnen. De cipier moest zelfs niets zeggen. Hij tikte even met zijn matrak tegen de celdeur en ze stonden op. Zonder een woord te zeggen strompelden ze één na één naar buiten. Eenmaal in de gang bleven ze stokstijf staan totdat de cipier opnieuw tegen de celdeur sloeg. Dan zette de karavaan koers naar de toiletten, ondertussen de celdeuren passerend waarachter andere gevangenen even ongeduldig zaten te wachten op het moment dat zij hun behoefte mochten gaan doen. Arvydas liep achter Vytautas als tweede in de rij. Achter hem liep de priester. Ze kenden zijn naam niet. Hij liet zich gewoon priester noemen. Na nauwelijks twee minuten stonden ze voor het sanitaire complex. De Sovjet die hen begeleidde hield Vytautas tegen. “Stop.” Het was geen snauw, maar ogenblikkelijk hield Vytautas halt. Arvydas zag dat nog enkele andere gevangenen gebruik maakten van het toilet. De cipier keek geërgerd. Contact tussen de verschillende cellen was verboden en dit kleine oponthoud zorgde voor een hoop administratief werk. Straks moest de man op enkele formulieren invullen welke gevangen elkaar hadden ontmoet, ook al hadden die geen woord gewisseld.

Reacties

madam Bovary
Laatst aanwezig: 14 weken 6 dagen geleden
Sinds: 17 Okt 2017
Berichten: 380

@ Steve

Het leest vlot.
Achter de titel zet ik een vraagteken omdat het volk in de Baltische staten, die onder het juk van het communisme wilden uitkomen, zich vrijheid strijders noemden. Het woord partizaan - waar ook - is/was praktisch steeds verbonden aan een communistische ideologie.

Ik heb echter, voor wat het thema betreft, "Nacht in de Middag" van Arthur Koestler gelezen. De eerste zin van het boek "De celdeur sloeg achter Roebasjov dicht". De zin is beangstigend zodat hij je al meteen meetrekt in het drama. Ik mis dit in jouw fragment.
De Arvydas in jouw tekst vertoeft in een onaangename situatie, maar het onheilspellende voel ik hier nog niet in aan.

Waarom weet ik dat jij een Vlaming bent? Omdat je dagdagelijks schrijft.

Je laatste zin: ... invullen welke GEVANGEN elkaar hadden ontmoet, ook al hadden DIE geen woord gewisseld.

Je merkt het zelf: het moet gevangenen zijn. En persoonlijk zou ik DIE vervangen door ZE..

Steve
Laatst aanwezig: 20 weken 4 dagen geleden
Sinds: 15 Jan 2019
Berichten: 11

Thanx, ik ga al meteen aanpassen.:-) Ik ben inderdaad een Vlaming:-) Je hebt gelijk over de dagdagelijke stijl.

Ps Ik heb net een tijdje in Litouwen verbleven en de woudbroeders noemden zich toch partizanen, hoor.

Yrret
Laatst aanwezig: 5 uren 48 min geleden
Sinds: 16 Jul 2012
Berichten: 5966
Steve schreef:

Ps Ik heb net een tijdje in Litouwen verbleven en de woudbroeders noemden zich toch partizanen, hoor.

Citaat:

De woudbroeders (Estisch: metsavennad, Lets: meža brāļi, Litouws: miško broliai) waren Estische, Letse en Litouwse partizanen die een guerrilla-oorlog voerden in de Baltische Staten tegen de Sovjet-Unie gedurende de bezetting van hun landen door de Sovjets na de Tweede Wereldoorlog.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Woudbroeders

Ooit protesteerde ik tegen het 'monopolie der oude heren'. Nu ben ik er zelf één.

Thérèse
beheerder
Laatst aanwezig: 4 uren 41 min geleden
Sinds: 2 Aug 2009
Berichten: 5907

Wat zou er gebeuren met je tekst wanneer je hem van beschrijvend omzette naar handelend?

Citaat:

Langzaam gingen zijn ogen open. Hij was al een tijdje wakker maar had nog niet de moed gehad om de dagdagelijkse ellende te overschouwen. Terwijl zijn ogen langzaam de al te vertrouwde muren van de krappe cel aftasten, ontsnapte een diepe zucht aan Arvydas’ lippen. Het was nog aardedonker maar zijn blaas was ondertussen gewend geraakt aan het ochtendpatroon.

Je zou hem de ogen kunnen laten openen, en meteen overgaan naar het gevoel in de blaas. De spanningshoofdpijn. Het bewegen van zijn benen. Het bloed dat zijn stramme spieren folterde (dat laatste is een beetje een clichébeeld).

Maar er is nog iets.

Arvydas opent zijn ogen, maar:

Citaat:

Het was nog aardedonker

Dan kan hij niet de dagdagelijkse ellende overschouwen en ook kunnen zijn ogen niet de al te vertrouwde muren van de krappe cel aftasten en zien dat de anderen nog liggen te slapen ...

En nog iets:

Citaat:

De cipier keek geërgerd. Contact tussen de verschillende cellen was verboden en dit kleine oponthoud zorgde voor een hoop administratief werk. Straks moest de man op enkele formulieren invullen welke gevangen elkaar hadden ontmoet, ook al hadden die geen woord gewisseld.

Vanuit wiens perspectief is dit geschreven? Bij het voorgaande verplaatste de lezer zich in Arvydas. Nu lijkt dit te verschuiven. Naar de cipier? Of komt de schrijver ineens om het hoekje kijken om de lezer iets te vertellen over 'de man'?

Tijdens de zomervakantie schrijfmeters maken in De scribbe? Lees er meer over op deze pagina.

Steve
Laatst aanwezig: 20 weken 4 dagen geleden
Sinds: 15 Jan 2019
Berichten: 11

Vytautas snoof minachtend. Vytautas was natuurlijk niet zijn echte naam. Net zoals de meeste partizanen droeg hij een codenaam. Zo was het moeilijk voor collaborateurs om hem te verlinken aan die duivelse Sovjets. En zo was het voor die smeerlappen moeilijker om uit te maken wie zijn familie was en bleef die familie misschien een tripje naar een Siberische goelag bespaard. Vytautas de Grote was een Litouwse volksheld uit de vijftiende eeuw en de partizaan droeg zijn codenaam dan ook met de gepaste trots en als een teken van opstandigheid. Hij had de naam geadopteerd en moest tegenwoordig zelfs bijna nadenken hoe hij werkelijk heette. “Ze geven ons net voldoende te eten om niet van de honger te sterven” gromde hij. Hij keek naar de twee sneden brood en het kopje heet water dat het ontbijt moest voorstellen. “Je weet toch waarom ze dat doen?” vroeg de priester waarna hij zelf het antwoord gaf . “Ze willen je weerstand breken. Ze willen geen sterke onverzettelijk partizaan voor zich hebben zitten, wanneer ze met “de ondervraging” starten. Ze willen een meegaand, angstig iemand die gemakkelijk te manipuleren valt.” Hij wachtte even en ging toen verder. “Nog even en je doet alles voor een kom hete soep of een lekker stuk vlees.” De ogen van Vytautas schoten vuur. Met enige moeite hief hij zijn enorm lijf omhoog en, enigszins wankel door het gebrek aan voedsel en daglicht, stond hij recht en balde zijn vuist. “Nooit zal ik met dat schorem samenwerken. Al krijg ik niets meer te eten. Ik ben geen landverrader. Nog liever sterf ik duizend doden” schreeuwde hij theatraal. “Jou hebben ze duidelijk nog niet gebroken” antwoordde de priester laconiek. “Maar dat komt nog wel” voegde hij eraan toe. Het kwam hem op een vieze blik van Vytautas te staan.
De priester zat met zijn rug tegen Arvydas. Jarenlang had hij de vieringen verzorgd in Paneriai. Maar toen kwamen de Sovjets, daarna de Duitsers en tenslotte de Sovjets weer. Die waren niet bepaald happig op geestelijken. Het was snel gedaan met de mis opdragen. Net zoals zovele andere katholieke kerken in Litouwen werd ook zijn kerk aangeslagen. Zelf werd hij nog gespaard. Maar toen in 1946 de Sovjetregering eiste dat de Litouwse bisschoppen het verzet zouden demoniseren, was voor hem de maat vol. Hij ging ondergronds en begon met het drukken van pamfletten tegen de Sovjets. Een jaar later werd hij verraden en belandde in de KGB-gevangenis. “Ik wil straks even biechten” vroeg Arvydas. De priester reageerde niet. Hij had in de cel wel vaker de biecht afgenomen of een gebed opgezegd. Hoewel het strafbaar was en de kans reëel dat hij werd betrapt, bleef hij onverstoorbaar volhouden. Het gaf de mannen mentale rust en iets om zich aan vast te houden. En het gaf hem het gevoel dat hij toch nog weerbaarheid toonde ondanks de 147 dagen die hij ondertussen in dit voorgeborchte van de hel doorbracht. “Laten we nog even wachten. De bewakers eten meestal om twaalf uur. Dan hebben ze het te druk om ons te controleren en heb ik minder kans om in de isoleercel te belanden.” Het was als grap bedoeld maar niemand lachte. “Hoe zou het zijn met Gintare?” vroeg de priester dan maar om de deprimerende stilte te doorbreken. Gintare was de vrouw van Arvydas en, als hij de verhalen mocht geloven, bloedmooi. De anderen maakten schunnige moppen over haar maar Arvydas ging er meestal niet op in. Hij had de priester eens in vertrouwen verteld dat het geloof dat zij op hem wachtte, hem overeind hield. “Het is september, niet? Dan zal ze wel het land aan het inzaaien zijn.” “Denk je dat ze de boerderij wist te behouden? Of zouden ze haar verplicht hebben om op een kolchoz te gaan werken?”
De Neris zond ijskoude winden richting de stad. Ze teisterden de gevangenis en kropen via spleten en tralieramen naar binnen. Heel de dag kropen de gevangen dicht tegen elkaar aan om zo hun lichaamswarmte te delen. Meubels stonden er niet in de cellen en tegen de muren leunen was ten strengste verboden. Arvydas flapperde met zijn benen om zo de bloedcirculatie op peil te houden. Niet dat het vroor in hun cel maar het was koud genoeg om ongemak te veroorzaken en de gezondheid te ondermijnen. “Ook zo proberen de cipiers ons verzet te breken,” wist Arvydas, “en het is een bijzonder effectieve methode.”
De deur ging open en grijnzend keek Valentin de celgenoten aan. “Dat wijf van je heeft je extra eten gebracht,” riep hij terwijl zijn blik op Juozas viel. Hij snoof minachtend. “Niet dat je dat verdient, wat mij betreft. Ik heb haar dan ook een goede beurt gegeven. Lang geleden dat ze nog eens een echte vent heeft gevoeld. Jullie Litouwse mietjes weten niet hoe ze een vrouw moeten verwennen.” De temperatuur in de cel kroop nog enkele graden naar beneden. Ze wisten allemaal wat dit betekende. Jouzas kreeg extra voedsel. Ondanks de harde woorden van de cipier was dat een absolute gunst. Het kon enkel betekenen dat Juozas inschikkelijk was geweest. “Had hij hen informatie verstrekt?” vroeg Arvydas zich af. “Of erger nog, hadden ze hem weten te rekruteren?” Valentin gaf een kom cepelinai en een aardebruin brood door. Iedereen wist dat er hier een spel werd gespeeld. De geur van het gekookte varkensvlees deed hen watertanden. Ze snakten allemaal naar vlees. De boodschap was niet mis te verstaan: werk mee en je wordt beloond. “Geef die kom aan die hond” tierde Valentin. Juozas nam de kom aan zonder omhoog te kijken. Hij schaamde zich maar zijn honger was te groot. Terwijl Valentin het tafereel bleef bekijken en er goed op lette dat er geen voedsel werd gedeeld, wierp de jonge Litouwer zich op het brood. Mechanisch en met een doffe blik werkte hij de maaltijd naar binnen. “Mijn god,” dacht Arvydas, “wat zou ik allemaal doen voor een warme maaltijd? Zou ik ook buigen als ze me een voorstel doen?” Hij krabde aan zijn neus en wreef daarna automatisch over zijn armen. Dat was een zenuwtrek geworden. Het verbaasde hem dat hij geen haat voor Juozas voelde opwellen. Diep in zijn binnenste voelde hij eerder een mengeling van medelijden en begrip. Hij wendde zijn blik af van de schrokkende Juozas en zag de grimmige trekken op het gezicht van Vytautas. Zijn vriend dacht er duidelijk anders over. Voor hem was Juozas vanaf nu een verrader. Een collaborateur. Iemand die het verdiende om geëxecuteerd te worden. Bezorgd vroeg Arvydas zich af wat dit betekende voor hun samenhorigheid. “Haast je,” beval Valentin terwijl hij ongeduldig tegen de celdeur leunde. “Ik heb vandaag nog wel iets anders te doen dan naar een vretend varken te kijken.”
Juozas werd uit de kring geweerd. Ze wisten allemaal dat wanneer ze hem een haar krengden de isolatiecel-of erger-wachtte. De enige manier om hem te straffen en om celgenoten met soortgelijke gedachten te waarschuwen, was het ogenblikkelijk verbreken van alle banden. Juozas moest vanaf nu alleen de kou trotseren. De anderen waren weer dicht tegen elkaar gekropen terwijl hij in een hoekje alleen zat, er goed op lettend dat hij de muur niet raakte. “Onze cirkel wordt kleiner en kleiner” dacht Arvydas. “Niet enkel hier in de cel maar ook daarbuiten. Hoe kunnen we deze strijd ooit winnen?”

madam Bovary
Laatst aanwezig: 14 weken 6 dagen geleden
Sinds: 17 Okt 2017
Berichten: 380

@ Steve

# 2 / je hebt gelijk over de dagdagelijkse stijl.

Mijn opmerking sloeg niet op de stijl maar op het woord "dagdagelijks". Een typisch Vlaams woord dat in Nederland niet wordt gebruikt.

Je schrijft vlot, maar ik kom niet onder de indruk, denk bij je beschrijving nooit: dat wist ik niet. Een opmerking zoals:" de isolatiecel of erger wachtte" is zo oppervlakkig en" het voorgeborchte der hel" zo cliché.

Lees Dostojevski zijn Dodenhuis eens. Bij het lezen viel ik van de ene verwondering in de andere, zowel over de gevangenen als de bewakers.

Thérèse
beheerder
Laatst aanwezig: 4 uren 41 min geleden
Sinds: 2 Aug 2009
Berichten: 5907

Steve, is # 5 een vervolg op je starttopic?

Zo ja, open dan daarvoor een nieuw topic, anders lopen de reacties over het ene fragment en het andere door elkaar.

P.S.
En houd dan het aantal tekens onder controle. # 5 heeft er 5.900, terwijl er 4.500 zijn toegestaan.

Tijdens de zomervakantie schrijfmeters maken in De scribbe? Lees er meer over op deze pagina.

Steve
Laatst aanwezig: 20 weken 4 dagen geleden
Sinds: 15 Jan 2019
Berichten: 11
madam Bovary schreef:

@ Steve

# 2 / je hebt gelijk over de dagdagelijkse stijl.

Mijn opmerking sloeg niet op de stijl maar op het woord "dagdagelijks". Een typisch Vlaams woord dat in Nederland niet wordt gebruikt.

Je schrijft vlot, maar ik kom niet onder de indruk, denk bij je beschrijving nooit: dat wist ik niet. Een opmerking zoals:" de isolatiecel of erger wachtte" is zo oppervlakkig en" het voorgeborchte der hel" zo cliché.

Lees Dostojevski zijn Dodenhuis eens. Bij het lezen viel ik van de ene verwondering in de andere, zowel over de gevangenen als de bewakers.

Fijn dat je me volgt. Ik doe mijn best om tussen het werk en twee kinderen door wat voor het plezier te schrijven:-) Ben een absolute amateur die nooit ene cursus volgde, dus de ambitie om aan Dostojevski te tippen is me vreemd:-) Maar thanx for the feedback. We kunnen er maar van leren!

Steve
Laatst aanwezig: 20 weken 4 dagen geleden
Sinds: 15 Jan 2019
Berichten: 11
Thérèse schreef:

Steve, is # 5 een vervolg op je starttopic?

Zo ja, open dan daarvoor een nieuw topic, anders lopen de reacties over het ene fragment en het andere door elkaar.

P.S.
En houd dan het aantal tekens onder controle. # 5 heeft er 5,900, terwijl er 4.500 zijn toegestaan.

Ha, ok. Ik moet telkens een nieuwe topic openen? Dacht vanavond wat te gaan schrijven, zal het zeker doen!

Thérèse
beheerder
Laatst aanwezig: 4 uren 41 min geleden
Sinds: 2 Aug 2009
Berichten: 5907
Steve schreef:
Thérèse schreef:

Steve, is # 5 een vervolg op je starttopic?

Zo ja, open dan daarvoor een nieuw topic, anders lopen de reacties over het ene fragment en het andere door elkaar.

P.S.
En houd dan het aantal tekens onder controle. # 5 heeft er 5,900, terwijl er 4.500 zijn toegestaan.

Ha, ok. Ik moet telkens een nieuwe topic openen? Dacht vanavond wat te gaan schrijven, zal het zeker doen!

Voor een nieuw fragment wel. Voor herschrijf op fragmenten niet.

Tijdens de zomervakantie schrijfmeters maken in De scribbe? Lees er meer over op deze pagina.

Lees Schrijven Magazine
  • Leer schrijven als Stephen King
  • Alles wat een schrijver moet weten over uitgeverijen
  • Schrijftips van Sander Kollaard (Stadium IV)
  • Wat verdien je aan een boek?
  • Crashcourse publiciteit & promotie
  • De schrijfdip en wat je ertegen kunt doen

Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Neem vóór 23 september 16:00 u. een abonnement!

MELD JE AAN
Lees Schrijven Magazine!

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Meld je aan vóór 23 september!

Topaanbieding