Start » Proeflezen » [roman] Partizaan (deel 7)

[roman] Partizaan (deel 7)

Door: Steve
Op: 15 maart 2019

Komt de sfeer een beetje over? Lees de tekst vlot? Heeft iemand nog tips om dit fragment levensechter te maken?

Fragment: 

Hoofdstuk 8- februari 1949
Alsof het gewone arbeiders waren, floten de twee bewakers allerlei liedjes terwijl ze de lege cel aan het herschilderen waren. De zoveelste laag kwam op de muren te zitten om de namen en nota’s die de gevangen erin hadden gekrast, te verwijderen. Het gefluit drong door tot de naburige cel waarin Arvydas zat en wekte een gevoel van wrok op. “Het alledaagse van een gewone werkdag vermomd in hun gefluit terwijl wij hier liggen te creperen,” flitste er door zijn hoofd. “Hopelijk krijgt de cel een vrolijk kleurtje maar ze zullen het wel weer op deprimerend grijs of legergroen houden.” Arvydas keek even rond. De anderen stoorden zich blijkbaar niet aan het gefluit of schermden zich ervan af. De priester was wakker maar zat met gesloten ogen te verwijlen in een ander oord. Juozas werd nog steeds genegeerd. Aanvankelijk had hij geprobeerd om enkele malen een gesprek aan te knopen, maar niemand reageerde nog op hem. Uiteindelijk had hij het opgegeven en ondertussen had hij al twee dagen niets meer gezegd. Vytautas was lichamelijk gebroken. Na de folteringen hadden ze hem twee dagen laten recupereren. Daarna hadden ze hem in de watercel gestopt. “Iedereen breekt in de watercel, Erelis, iedereen.” “Hij noemt me bij mijn codenaam,” dacht Arvydas terwijl hij zich naast het ingevallen lichaam van de eens zo brede man had gezet. “Hij beseft het misschien niet, maar zijn geest biedt nog tegenstand.” “Is het zo erg?” fluisterde Arvydas. Hij legde zijn hand op de borst van Vytautas om diens stokkende ademhaling tot rust te brengen. Het hielp niet maar hij had zijn vriend niet meer te bieden dan dit teder gebaar. “Het is er…ijskoud. Ik bedoel...Het is winter en er is geen verwarming. Er is zelfs geen glas in het kleine venster.” Vytautas zweeg even en Arvydas kon zich de harteloze kilte van het vertrek perfect voorstellen. Een rilling liep van zijn onderrug tot aan zijn nek. “In het midden van de cel staat een soort van opgehoogde schijf ter grootte van een klein wiel. De rest van de cel hebben die smeerlappen onder water gezet. Onder water!” Hij hijgde en Arvydas vroeg zich af of Vytautas een nieuwe ondervraging zou overleven. “Zolang je wakker blijft, kan je op die stolp blijven staan. Maar als je in slaap valt of je evenwicht verliest, plons je in dat water. .. En ze hebben me er wel twee volledige dagen laten staan. “ Hij hoestte en spuwde onbewust een gelig slijm op de vloer. De hoestbui bleef aanhouden en Arvydas tilde het hoofd van zijn vriend op. “Ik ben er zes keer ingevallen, Erelis, zes keer!” fluisterde Vytautas.

Ze tilden hem op omdat hij zelf niet meer in staat leek om recht te komen. Deze keer keek Arvydas de bewakers openlijk vijandig aan en Valentin voelde zijn priemende blik. “Jij bent binnenkort aan de beurt, zwijn. Ik ben benieuwd of je dan nog zo kijkt.” Even leek het erop dat de bewaker hem zou slaan. Arvydas besefte dat het verstandig was om zijn blik af te wenden maar zijn haat was te groot. Hij walgde van alles dat naar de Sovjetunie rook en Valentin was de personificatie van dat land. Hij bleef staren terwijl ze Vytautas uit de cel sleepten en zijn blik bleef nog op de celdeur gericht lang nadat die al terug was gesloten.
Vandaag ging hij hen vertellen wat ze wilden weten. Vytautas realiseerde het zich meteen toen ze hem kwamen halen. Hij had de kracht niet meer om de pijn te verduren. Hij wist niet welke methode ze deze keer zouden gebruiken, enkel dat die nog pijnlijk zou zijn dan de vorige. En hij kon zich niet indenken dat iets nog pijnlijker was dan de twee nachten in de watercel. Zijn handen waren doof en gevoelloos geweest, zijn spieren stijf en verkrampt. Zijn huid was loodkleurig geweest en hij had aldoor gerild. Uiteindelijk was hij bewusteloos geraakt en hadden ze hem terug naar zijn cel gebracht. Ze ondersteunden hem in de gang en voetje voor voetje ging het opnieuw naar de trap. Valentin volgde hen op korte afstand en Vytautas voelde aan dat de Sovjet het ondertussen persoonlijk opnam dat hij nog niet was gekraakt.

  • Carry Slee onthult haar schrijfgeheimen
  • Waarom je niet moet wachten met je debuut
  • Schrijftips van John Boyne (De jongen in de gestreepte pyjama)
  • Wat verdient een schrijver aan een boek? (En hoe eerlijk is dat)
  • 9 (te) gekke manieren om inspiratie op te doen
  • Ontdek waarom je van je leven een schrijf-mijnenveld moet maken. 
  • Interview met Simone van der Vlugt
  • Tips door Bregje Hofstede en Saskia de Coster, ze schreven allebei boeken die uitblonken in originaliteit en kwaliteit. Hoe deden ze dat? 
  • We spraken Sabine van den Berg over haar carrière, prozawerk, de liefde voor het schrijven van gedichten en over studenten zonder talent
  • Uitblinken in Spoken Word en/of Performance Poetry?

Als je je aanmeldt vóór maandag 27 mei 16:00 u. krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN
Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!