Start » Proeflezen » [roman] Na al die jaren

[roman] Na al die jaren

Door: JeanDuBois
Op: 8 september 2019

Setting en perspectief: zijn ze correct?

Astrid Pronk was terug, na tien jaar, in haar geboorte stad. Na de hoge school is ze naar het plaatsje Fleurie in de Beaujolais gegaan. Daar heeft Astrid de scepter gezwaaid over een klein hotel, dat heeft ze uitgebouwd van 8 naar 30 kamers, een gloednieuw restaurant en een gezellig wijnproeflokaal als kelder voor de alle wijnen uit de Beaujolais. Nu? Was ze weer in Holland, weer thuis. Ze woonde nu bij haar moeder, zij woonde alleen in een groot huis in de wijk die de goudkust werd genoemd.
Het ouderlijk huis was nog steeds kleiner dan het huis, geen voortuin, maar ook een eerste etage, met drie slaapkamers en maar een grote badkamer.
Het huis in Frankrijk, had een grote voortuin met een oprijlaan met links en rechts half hoge bomen die de scherpe zon kon tegenhouden. Een eerste en een tweede etage, elke slaapkamer had een badkamer. De achtertuin was immens groot, waar Juliette heerlijk en vrij kon spelen.
Er stond een grote schommel in, die hing aan de enige boom in die tuin, die verder met bloemen was bezaaid. Die tuin liep over in een wijngaard, waar een heerlijke wijn vandaan kwam en zelfs in hele goede jaren prijzen had gewonnen.
Haar moeder woonde de laatste vier jaar alleen in dat huis. Haar vader was overleden aan een acute hart stilstand. Pats boem weg, dat was het. Ze heeft hem niet meer gezien. Ze kon niet naar de uitvaartdienst komen. Astrid was maanden overstuur, dat ze niet naar bij haar vaders crematie kon gaan. Monique was ziek, lag regelmatig in het ziekenhuis en rekende voor honderd procent op Astrid. Er was een grote verbouwing van het hotel begonnen en dat ging met de Franse slag, dus helemaal verkeerd. Ze moest constant er boven op zitten om alle mannen aan het werk te houden. Vaak en lang stonden die mannen met elkaar te praten over alles en nog wat, het weer, te veel of te weinig regen, te warm of te koud. Te veel auto’s door de wijngaarden, daarna vooral dan over de kosten voor diesel en gas. Het ging niet. Als Astrid eraan dacht werd ze, na al die jaren, bedroefd en liet de tranen vrij lopen om het verlies van haar vader. Elke traan gaf haar na al die jaren weer een kleine stukje terug van haar vader. De verhalen voor het slapen gaan, het leren fietsen, zwemmen, maar ook die ellendige tafels van één tot twintig die ze moest opzeggen en daarna weer terug naar één. Het stukje gevoel dat hij gaf, als hij zei: vooruit meisje, je kan het wel. Ze zag zichzelf weer op de duikplank staan en die eerste duik ervan af maken. Maar ook op de kunstschaatsen, toen hij haar handen vast hield en achteruit op het ijs liep, zonder te vallen en haar voor te trekken.
Nu had zij die taak voor haar meisje, maar haar meisje was zo bijdehand, zij had ook een goed gevoel voor evenwicht, rolschaatsen en schaatsen ging haar veel beter af. Ze was gewoon een natuurtalent.

Juliette keek op van haar kleurboek, met een verdrietig gezicht vroeg ze in het Frans: ‘Mam, wanneer gaan we naar huis?’
‘We zijn thuis, lieverd. Nu slapen we nog bij oma, straks hebben we allebei een eigen slaapkamer in eigen huis. Om een huis te kopen, moet ik werk hebben, dat heb ik nu niet,’ zei haar moeder in het Nederlands terug en streelde haar over haar hoofd.
Juliette zei niets, ze kleurde gewoon verder.
‘Ding dong,’ galmde de bel in de gang. Astrid maakte een stap in de richting van de deur, of de kleine meid, gooide haar potlood op de tafel, sprong van haar stoel en holde haar voorbij en deed open.
‘Mam, er staat een mevrouw voor de deur.’ Ze sprak nu Nederlands, ze liep terug de kamer in.
Astrid deed de deur verder open en……………ineens een hoop gegil. De kleine meid keek verbaast op. Waarom zou haar moeder zo gillen. Nieuwsgierig als altijd wilde ze weten waarom er zoveel herrie was in de gang.
‘Hey lieve schat, ben je terug,’ hoorde Juliette zeggen. Het geluid van zoenen kon ze in de kamer horen. Ze liep weer terug naar de gang en zag dat de mevrouw binnen was gekomen.
‘Ja,’ was het enige wat Astrid zei en omhelsde die vrouw.
‘Kom binnen, geef me je jas.’ Zij trok haar jas uit. Het was nog lang geen winter, maar de jas was zwaar, met een bont kraag.

Fragment: 

hfst 2

Na anderhalve week kwam Astrid weer in Fleurie terug. Haar vader had een klein blauw busje gehuurd, ze zaten met hun drieën naast elkaar, daarmee is hij naar haar nieuwe adres gereden met wat spullen van haar erin. Haar moeder wilde Monique leren kennen.
Ze werden hartelijk ontvangen en moesten een nacht blijven en de volgende morgen pas na een goed ontbijt en koffie weer naar Holland rijden.
Het busje werd naar het huisje achter in de tuin gereden, daar begonnen ze gelijk uit te laden. Monique had nog wat spullen van haarzelf eruit gehaald. De kleerkasten allemaal leeg gehaald, daar hingen nog wat oudere zomerkleren in.
Alle dozen werden verdeeld over het huisje. Ze waren gelukkig niet zwaar. De dozen met kleding gingen allemaal naar de slaapkamers. De doos met keukentextiel en andere keukenspullen naar de keuken, haar fiets werd in de schuur gezet.

Astrid begon al met uitpakken. Haar moeder nam de keuken onderhanden. Ze maakte de kastjes schoon en zette de borden, potten en pannen in de kasten, vulde ze de koelkast met wat boter, limonade, melk en Hollandse kaas.
Monique kwam even kijken en maakte een praatje met haar moeder. Ivonne kreeg een goed gevoel van Monique. Ze zou het daar leuk, maar druk krijgen. Tegen zes uur was alles uitgeladen en weer ingeruimd.

Daarna liet Monique het hele hotel zien. Alle kamers, met hun badkamers. De linnenkamer, waar de lakens en kussenslopen lagen, de extra dekens en kussens. In de linnen kamer lagen de voorraden voor de badkamers, zeep, shampoo vullingen, toiletpapier en de handdoeken in verschillende maten. Daarna de ontbijtzaal. Monique vertelde dat in de zomer er een kok kwam, die een 3-gangen diner klaar maakt als er ten minste genoeg aanmeldingen waren. Dat was van begin juni tot eind augustus. In de ontbijtzaal namen ze nog een koffie, Monique vertelde over de geschiedenis van het hotel. Hoe haar vader en moeder er mee zijn begonnen, het later uitbouwden tot wat het nu is. Ze vertelde dat haar jongere zusje regelmatig binnen wandelde, een koffie neemt zegt een paar woorden, vervolgens gaat ze dan naar haar eigen restaurant aan de andere kant van het dorp, in het volgende dorp wat een paar kilometers verder ligt.
Ze liepen samen nog even naar de achterste gebouwen om daar het washok te bekijken. Daar stonden twee grote wasmachines met twee drogers erboven. Hierin konden ze in twee keer de hele was doen en drogen. Strijken van de lakens deed ze zelf, dat vond ze zo rustgevend werk. Astrid lachte erom.
Haar ouders kregen die nacht een kamer, die Astrid de volgende morgen zelf moest schoonmaken.
Na het ontbijt, nog en klein beetje warme croissantjes met jam, namen ze nog een kop koffie en rond half twaalf reden ze, na een innig afscheid, naar huis. Astrid’s moeder hield het niet droog. Met een zakdoek haalde ze de tranen van haar gezicht, zwaaide nog een keer naar haar dochter en op dat moment reden ze de hoek om, richting de snelweg en naar huis. Astrid zwaaide ze met natte ogen uit. De tranen glinsterden als diamantjes in de zon met tientallen stralen. Haar nieuwe leven was nu begonnen.

Astrid liep nu een beetje onwennig in het kleine hotel rond. Wat nu? Ze liep naar Monique toe.
‘Wat kan ik nu voor je doen,’ vroeg ze aan haar.
Monique vertelde dat één van de belangrijkste taken van haar was het boekingssyteem. De eerdere wijzigingen die ze van haar had gekregen, had ze gelijk doorgevoerd. Ze liet het zien. Daarna kwam de kamer indeling. Het zou het beste zijn als de kamer geen overloop hebben. Ze legde uit wat dat betekende: zoveel mogelijk aansluiten, geen lege kamers van één of twee nachten ertussen. Minimaal vier nachten. Monique had dit nog niet gezegd of de telefoon ging. Via nummerherkenning kon Monique zien dat het geen vrienden waren. Ze wees naar de telefoon, ze moest het gesprek aannemen.
‘Goede morgen, u spreekt met Astrid van Hotel La Fleurie.’
‘Goede morgen met Max Dupont, heeft een nog een kamer vrij voor volgende week vrijdag?’ Ondertussen schreef Astrid de voornaam, achternaam en het telefoonnummer op wat ze in de display zag staan.
‘Ik ga even kijken meneer Dupont, hoeveel nachten wilt u bij ons verblijven?’ Ze zocht gelijk in het systeem de bezetting op. Er waren nog twee grote kamers vrij, voor een iets hogere prijs of anders voor minimaal drie nachten.
‘Voorlopig twee nachten, kan dat?’

Reacties

janpmeijers
Laatst aanwezig: 10 min 20 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 6063

JeanduBois

'Setting en perspectief: zijn ze correct?'
De setting in het eerste deel is vooral een letterlijke. Het is wat saai. Begin liever met een emotionele setting: een scene waarin je toont hoe Astrid zich voelt. Nu geef je een samenvating van wat er gebeurd is, dat is weinig verhalend. Het verhaal begint voor mij pas bij de kleurpotloden.
Het perspectief is een neutrale alwetende verteller - probeer vanuit een personage te schrijven. Immers die moet het verhaal dragen. Halverwege het eerste deel ga je vanuit het kind schrijven.
paar opmerkingen:

Citaat:

Astrid maakte een stap in de richting van de deur, of de kleine meid, gooide haar potlood op de tafel, sprong van haar stoel en holde haar voorbij en deed open.

De komma's maken dit tot een merkwaardige zin, waarom isoleer je 'of de kleine meid'. Ik vermoed dat je zoiets bedoelt:
Astrid maakte nog geen stap in de richting van de deur of de kleine meid gooide haar potlood op de tafel, sprong van haar stoel, holde haar voorbij en deed open. (schrap 1 of 2 van de handelingen van het kind, bijvoorbeeld: Astrid maakte nog geen stap in de richting van de deur of de kleine meid gooide haar potlood op de tafel en holde haar voorbij. (uit het vervolg blijkt dat ze opendoet)

Citaat:

Astrid deed de deur verder open en……………ineens een hoop gegil. De kleine meid keek verbaast op.

het beletselteken bestaat altijd uit drie ... puntjes. 'keek verbaasd op'

hey - hé, lieve schat,
Deze passage schrijf je ineens vanuit het kind, tot dat moment is er een neutrale verteller. De overgang is abrupt. Maak (als schrijver) een duidelijk keus vanuit wie het verhaal tot de lezer komt.

(het 2e deel heb ik niet gelezen)

succes.

  • Hoe schrijf je subtiel over emoties?
  • Zo vind je een uitgever die bij je past
  • Minicursus flashbacks
  • Zo belangrijk zijn de eerste 10 pagina's 
  • THEMA Kan schrijven je leven redden?
  • Schrijftips van Anne-Gine Goemans
  • Schrijftechniek: vertellen en vertonen
  • Taaltips: taal en logica

Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór maandag 16:00 uur, dan krijg je het nummer thuisgestuurd!

Introductiekorting!
Schrijven Magazine SUPERAANBIEDING

Korting én 2 cadeaus!

Word nu abonnee!