Start » Proeflezen » [roman] "Hoe Jan Duivenfokker op bodem van een openbaar zwembad terecht kwam."

[roman] "Hoe Jan Duivenfokker op bodem van een openbaar zwembad terecht kwam."

Door: jens_guijt
Op: 3 maart 2018

Hier een fragment uit het begin van mijn zoveelste poging tot het schrijven van een "literair-debuut". Deze heeft voorlopig de volgende titel: "Hoe Jan Duivenfokker op de bodem van een openbaar zwembad terecht kwam".

Ik zou graag feedback ontvangen met betrekking tot voornamelijk de volgende punten:
- Leest het fragment goed door?
- Stoort de regelmatig wat omvangrijke zinslengte bij het lezen? (Een terugkerend aspect in vrijwel alles wat ik schrijf.)
- Nodigt dit fragment uit tot het omslaan naar de volgende bladzijde(n)?
- In hoeverre is de schrijfstijl gangbaar en, hiermee samenhangend, voelt deze soms misschien te "gekunsteld"?

Alvast bedankt voor alle feedback!

Fragment: 

Zijn gezicht werd gedefinieerd door een overtollige hoeveelheid aan ongefilterde melancholie en was hiermee verworden tot een uiterst effectieve reflectie van zijn inmiddels tot tragedie verheven bestaan. Een bestaan dat in diens volledigheid in het teken had gestaan van conformiteit, passiviteit en schijnbaar onafwendbare ongelukkigheid. Zijn achterstand was al voorafgaand aan de eerste stappen betrokken bij zijn creatie aanwezig geweest. Dit in de vorm van de straf die al meerdere decennia ieder van gelederen binnen de familielijn aan zich onderdanig had gemaakt, hun gedeelde achternaam, “Duivenfokker”. Meermaals had hij al gepoogd om zich met al zijn mentale capaciteit te verplaatsen in de hoofden van zijn voorouders en de gedachtekronkel verantwoordelijk voor deze keuze te definiëren. Dit echter met iedere keer dezelfde conclusie: ongefilterde, onverklaarbare, middeleeuwse stupiditeit, niet anders dan dat had deze naam als resultaat kunnen hebben. Net als ieder van de lotgenoten die hij vond binnen zijn familie had hij zijn hele leven gepoogd om deze ongelukkige achtergrond te ontstijgen. Waar vrijwel ieder van zijn voorafgaande familieleden hierin onherroepelijk gefaald was had hij wel enige vorm van resultaat weten te boeken, althans in eerste instantie. Als jonge man had hij de kans gekregen om te werken als financieel medewerker bij een antiekhandelaar in het stadscentrum. Hij had geen moment getwijfeld, gedreven door visioenen van eindelijk voor de hand liggend levensgeluk was hij ingegaan op de openstaande vacature om nog binnen dezelfde dag te horen te krijgen dat hij de volgende dag al zijn functie zou mogen betreden. Binnen een periode van enkele jaren had de antiekhandel zich aanzienlijk uitgebreid en had hij zich weten op te werken tot hoofd van de financiële afdeling, een afdeling die nog niet eens bestaan had toen hij er al die jaren als enige financiële medewerker was begonnen. Gelukkiger was hij echter niet geworden ten midden van deze carrière-technische opmars, er was sprake van een steeds omvangrijkere disconnectie tussen hem en zijn familie en achtergrond, wat niet vreemd was aangezien hij immers zelf actief had gepoogd deze te bewerkstelligen. Hij had echter gedacht dit emotionele gat wel op te kunnen vullen met de onmeetbare excessen van de stedelijke welvaart. Het was inmiddels echter pijnlijk duidelijk geworden dat nog welvaart of ook maar enige daaruit voortkomende vorm van bedwelmende middelen ook maar iets zou kunnen veranderen aan deze groeiende melancholische leegte. Hoewel hij zich inmiddels wel bewust was van de waarheid schuilgaande achter deze ongefilterde ongelukkigheid had hij nooit het lef gehad deze ontwikkeling terug te draaien. Hij had zichzelf uiterst zorgvuldig opgesloten in een zelf-geconstrueerde kooi bestaande uit een overschot aan materiële welvaart, oppervlakkige, van deze welvaart afhankelijke vriendschappen en een dieet bestaande uit verdovende middelen. Waar menigeen onder dergelijke omstandigheden misschien nog oppervlakkig geluk zou kunnen opmaken uit diens werk was dit in zijn geval ook geen optie meer. Gedurende een aanzienlijk deel van zijn loopbaan bij de handelaar had ook hij zich nog kunnen verdrinken in gedesillusioneerd vak-enthousiasme maar met zijn nieuw verkregen “toppositie” leek het plafond definitief bereikt. Natuurlijk, hij zou gewoon ontslag kunnen nemen en pogen zijn passie te hervinden, en dit was ook zeker meer dan eens door zijn schedelpan geschoten, maar hier had hij de durf noch het vertrouwen voor. Iets wat overigens ook voor een aanzienlijk deel te wijten was aan zijn directe omgeving die hem bij iedere uiting van ongenoegen of onvrede om zijn situatie met een zorgelijke blik doorverwees naar de zoveelste tot absurde hoogten opgehypte amateur-psycholoog. Het was toch niet mogelijk dat Jan Duivenfokker, de ultieme underdog, het brein achter het onvoorstelbare succes van een antiekzaak met inmiddels internationale allure nu daadwerkelijk ongelukkig was, laat staan depressieve neigingen zou hebben? Nee, dat kon het volgens ieder van hen absoluut niet zijn, het lag dieper, ogenschijnlijk bij zijn jeugd.

Reacties

Yrret
Laatst aanwezig: 3 uren 13 min geleden
Sinds: 16 Jul 2012
Berichten: 6048
jens_guijt schreef:

- Leest het fragment goed door?

Neen.

jens_guijt schreef:

- Stoort de regelmatig wat omvangrijke zinslengte bij het lezen?

Ja.

jens_guijt schreef:

- Nodigt dit fragment uit tot het omslaan naar de volgende bladzijde(n)?

Neen.

jens_guijt schreef:

- In hoeverre is de schrijfstijl gangbaar en, hiermee samenhangend, voelt deze soms misschien te "gekunsteld"?

De schrijfstijl is, gezien de moeite die ik heb ondervonden een stijl te ontdekken in deze duistere woordenbrij, uitermate ongebruikelijk en beslist veel te gekunsteld, en mag derhalve - zoals in de vraag is gesteld - de term 'misschien', waar natuurlijk geen twijfel over mag zijn, niet dragen, want in een vragende zin die schijnbaar de intentie heeft minder gekunsteld over te kunnen komen dan de vraagsteller kennelijk al zelf heeft bedacht is hiermee onsamenhangend bewezen dat kunstjes onder bepaalde omstandigheden niet het meervoud zijn, maar ook niet is, van kunst.

jens_guijt schreef:

Het was inmiddels echter pijnlijk duidelijk geworden dat nog welvaart of ook maar enige daaruit voortkomende vorm van bedwelmende middelen ook maar iets zou kunnen veranderen aan deze groeiende melancholische leegte.

Bedoel je - noch welvaart?

Ooit protesteerde ik tegen het 'monopolie der oude heren'. Nu ben ik er zelf één.

janpmeijers
Laatst aanwezig: 9 uren 14 min geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 6012

jens-guijt,

- Leest het fragment goed door?
voor mij niet - ik ging wel steeds sneller lezen in de hoop te lezen wat het personage zelf vindt.
- Stoort de regelmatig wat omvangrijke zinslengte bij het lezen? (Een terugkerend aspect in vrijwel alles wat ik schrijf.)
ja, en je weet dat je zinnen gemiddeld te lang zijn, waarom dat dan handhaven.
- Nodigt dit fragment uit tot het omslaan naar de volgende bladzijde(n)?
Nee
- In hoeverre is de schrijfstijl gangbaar en, hiermee samenhangend, voelt deze soms misschien te "gekunsteld"?
Ja, gekunsteld. Ik vermoed dat je oude meesters probeer na te doen.

Je fragment is volledig in de vertelmodus. Dat zou niet zo erg zijn als je vanuit je personage vertelt. Je bent echter zelf, als schrijver, aan het woord. Je personage is een marionet. Verhalend proza, ook het ouderwetse type, gaat over personages die zelf handelen, denken en praten. Laat het idee dat elke zin een hoogstandje moet zijn los en vraag je af wat Jan Duivenfokker er zelf van vindt - schrijf dat op. Probeer dat te doen in zinnen die functioneel zijn en schrijf zonder omhaal. Je eerste zin:

Citaat:

Zijn gezicht werd gedefinieerd door een overtollige hoeveelheid aan ongefilterde melancholie en was hiermee verworden tot een uiterst effectieve reflectie van zijn inmiddels tot tragedie verheven bestaan.

kortom, zijn gezicht toonde melancholie en reflecteerde zijn tragisch bestaan.
Waarom al die andere woorden? Tip: begin met Jan Duivenfokker, laat hem iets doen - een alledaagse handeling waarin zijn melancholische gezicht aan de lezer wordt getoond. Na die zin kun je desnoods als verteller toevoegen dat die melancholie zijn tragisch bestaan reflecteerde. Maar eerst de lezer kennis laten maken met Jan Duivenfokker zelf. wink

Succes.

Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!
  • THEMA Kan schrijven je leven redden?
  • Hoe beschrijf je emoties?
  • Zo vind je een uitgever die bij je past
  • Zo belangrijk zijn de eerste 10 pagina's
  • Schrijftips van Anne-Gine Goemans
  • Schrijftechniek: vertellen en vertonen
  • Taaltips: taal en logica

Dit nummer verschijnt omstreeks 6 december oktober. Nog geen abonnee? Meld je aan vóór maandag 25 november 16:00 uur, dan krijg je dit nummer thuis!

Introductiekorting!