Lid sinds

9 jaar

Rol

[roman] Het legerkamp

(enkel toepasselijk voor dit stukje) Ik zou willen weten; - of het stuk vlot leest - de emoties juist overbrengt - het de aandacht blijft trekken - grammaticaal juist is En overige commentaar/tips zijn uiteraard ook welkom Bedankt!

Fragment

Deel 1 De nacht koelde zwaar af in de passen en had vorst met zich meegebracht. Het gras was bedekt in een witte laag ijzel. Een van de mannen struikelde, wat leidde tot een paar grimassen, maar niemand die de energie had te lachen. Sinds de twee bataljons de rangen hadden ontvlucht bleef er minder dan honderd man over. Honderd man en de knul die nu hun gevangene was. De knaap had de kledij van de Trytaljanen aan wanneer twee verkenners hem hadden zien liggen naast een verdorde eik. Het witte gewaad was donker gekleurd door bloed. De jongen moest een behoorlijke afstand hebben gewandeld voordat hij neer was gevallen. Desondanks dat de gewonde jongen onbekend was voor de twee verkenners, werden de mannen woest wanneer ze het gewaad zagen. Elk van de mannen die nu nog leefden herinnerde zich de fel witte gewaden en hoe ze wapperden in de verte van het slagveld terwijl het leger alsmaar verdunde. Vrienden, kameraden met wie iedereen dronk en lachte, waren afgeslacht vlak voor hun ogen. Wanneer je ten strijde trekt accepteer je de mogelijkheid dat een ander man je het leven ontneemt, maar niemand was voorbereid op de monsters die de witgewaden, de Trytaljanen, stuurden. Beide verkenners hebben de ingewanden gezien van hun maten voordat de beesten zich er aan tegoed deden. Ze verlangden naar een manier om wraak te kunnen nemen. De jongen was ruw wakker geschud geweest en had geen tijd gehad om verbaasd te zijn want meteen werd hij al terug achterover geslagen. Gilvard keek achterom en zag dat de jongen nog altijd niet had bewogen in zijn kooi. Hij likte zijn hangsnor in de hoop wat kruimels te vangen van het brood van gisteren. Het buffet dat ze gekregen hadden bij hun vertrek was appetijtelijker dan het steenharde brood dat overbleef. En ook dat was snel aan het opraken. 'Laat me er door, ik snijd zijn keel over!', klonk het vanachter een groep jonge soldaten. Een gezette jongen duwde zich een weg door de groep en haastte zich naar de kar waar de kooi op stond. Gilvard fronste en stapte op de knul af. 'Wat denk jij dat je in hemelsnaam aan het doen bent?', blafte Gilvard uit. De jongen stopte en keek hem verbaasd aan, alsof hij niet verwacht had dat iemand hem zou willen tegenhouden. Na een korte stilte verklaarde hij dat hij de zoon van de kolonel was en duwde Gilvard opzij. Gilvard keek de knaap minachtend aan. Wie denkt die vlegel dat ie is verdomme? 'Zoon van de kolonel, zoon van.. Al was je de zoon van de generaal! In deze garde sta je zolang je zelf geen titel boven kapitein hebt, onder mijn commando!' De jongen leek elk moment vuur te kunnen spuwen. 'Hoor je dat witjurk', beet hij de gevangene toe, 'ouwe hier heeft wel een oogje op je. Hij heeft blijkbaar een voorkeur voor verwaande ratten.' Dat deet het em. Gilvard liet zijn gebalde vuist neerdalen op het gezicht van de jongen. De mengeling van verbazing en woede op zijn gezicht vond Gilvard prijsloos en enigzins kalmeerde het hem. Mompelend stond de jongen recht. 'Mijn vader hoort hier van!' En toen snelde hij zich weg. Gilvard keek hem met een starende blik na. Dat rotjoch verschuilt zich achter zijn vader's naam. Heeft hij dan zelf geen ruggengraat? Gilvard keerde zich om. De man in de kar ging rechtop zitten, 'Gilvard is het?' Even keek Gilvard hem aan, gromde toen iets en begaf zich richting zijn tent. Een groep soldaten kwam zingend voorbij. Ze hadden een ree weten te vangen en droegen het nu door het kamp. Bereid met een vleugje wijn zou het een heerlijk maal zijn. Gilvard's maag liet van zich horen. Het middaguur was nog niet aangebroken, maar hij was al op van voor de ochtendgloren. Vergaderingen. Alle officiers met een noemenswaardige titel moesten aanwezig zijn. Sinds de dood van generaal Wusko was het een zooitje ongeregeld geworden in de vergaderingen. Wusko was een van de weinige officieren met wie Gilvard het kon vinden. Hij was een oprecht man geweest. De gevoelens die zijn dood opriepen bij Gilvard konden moeilijk beschreven worden als teneergeslagen. Hij vond het... jammer. Rouwen om de doden had Gilvard lang geleden afgeleerd. Een hoofd verscheen door de tentopening. 'Ah heer. Ik heb u overal gezocht.' Een jongen met een ietwat slungelige bouw kwam de tent uitgestapt. 'Kolonel Brooke heeft U ontboden.' Even kreeg Gilvard het benauwd. Zou Brooke acht hebben geslagen om de klap op zijn zoon? Alsof de loopjongen zijn gedachten kon lezen vervolgde hij, 'Er zou nog een vergadering plaatsvinden.'

Lid sinds

9 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
oké, ik weet natuurlijk niet wat er voor dit stukje gebeurt maar na dat stukje over depressieve soldaten en een gewonde jongen vond ik de opkomst van Gilvard nogal onverwacht. Het klinkt misschien beter om het eerste stukje te bekijken van uit zijn standpunt Iets als: Het leidde tot wat grimassen maar niemand had echt de energie om te lachen. Gilvard kon dit maar al te goed begrijpen. Ook hij had mensen zien sneuvelen, kameraden waarmee hij enkele dagen eerder nog gelachen en gedronken had. Op die manier lijkt het me toch makkelijker om gevoelens er in te brengen. Desondanks dat de gewonde jongen onbekend was voor de twee verkenners, werden de mannen woest wanneer ze het gewaad zagen. dit stukje is in de verleden tijd dus werden verander je beter in waren de mannen woest geworden Met mijn dyslectici ga ik maar beter niet over het grammaticale want ben er zelf ook niet sterk in, in ieder geval hoop ik dat je aan het andere hebt

Lid sinds

9 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Bedankt voor je reactie Primrose! Heb er meteen wat mee gedaan. Er staat nu: Een van de mannen struikelde, wat leidde tot een paar grimassen, maar niemand die de energie had te lachen. Dat vond Gilvard heel begrijpelijk. Een vrolijke stemming was momenteel uitgesloten. Daarvoor waren er te veel doden gevallen bij de afgelopen veldslag. En inderdaad, 'waren geworden' is beter in deze context. Moet ik over het hoofd gezien hebben.

Lid sinds

13 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator
(enkel topeasselijk voor dit stukje) verplaatst naar het veld voor de specifieke vragen om feedback; hoort niet bij de titel.

Lid sinds

9 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Waar ik op duidde met (enkel toepasselijk voor dit stukje) was de titel hoor. Het volledige verhaal zal absoluut niet Het legerkamp heten. Dit is maar een heel klein stukje van het verhaal. Nu ja, als zulke informatie niet bij het titelgedeelte zelf hoort, mijn excuses. Ik ben tenslotte nieuw he :p

Lid sinds

11 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
"Desondanks dat de gewonde jongen onbekend was voor de twee verkenners, werden de mannen woest wanneer ze het gewaad zagen." Ondanks dat, desondanks staat volgens mij altijd op zich. En ik zou 'toen' gebruiken in plaats van 'wanneer'. Het is misschien ook een goed idee om duidelijk te maken wat voor woede ze voelen, of welke andere gevoelens die woede begeleiden, want het komt nu op me over als woede uit medelijden, terwijl uit de zinnen die volgens juist het tegenovergestelde blijkt. "Elk van de mannen die nu nog leefden herinnerde zich de fel witte gewaden en hoe ze wapperden in de verte van het slagveld terwijl het leger alsmaar verdunde." Ik vind dit een vreemde zin... het verhaal is gefixeerd op de mannen, dus het is logisch dat ze nog leven toch? De zin loopt ook niet helemaal lekker. "De jongen was ruw wakker geschud geweest en had geen tijd gehad om verbaasd te zijn want meteen werd hij al terug achterover geslagen." Deze zin zin lijkt niet goed aan te sluiten op de vorige, en 'was ruw wakker geschud geweest' is niet goed. De zin is ook erg lang, ik zou zeggen deel hem op. "Gilvard keek achterom en zag dat de jongen nog altijd niet had bewogen in zijn kooi." En nu is er op eens een kooi. Waar komt die opeens vandaan? Er lijkt niet echt een lijn in je verhaal te zetten tot nu toe, flashbacks naar het verleden zijn prima, maar maak dan wel goed duidelijk wat nu is en wat toen. "Dat deet het em." Deed met een d en spreektaal. "De mengeling van verbazing en woede op zijn gezicht vond Gilvard prijsloos en enigzins kalmeerde het hem." 'Zijn' verwijst hier naar Gilvard, die het onderwerp in de vorige zin is. Het leest allemaal op zich wel vlot, de interacties zijn levendig, maar het is, vooral in het begin, niet helemaal duidelijk wat er precies gebeurd, en dat maakt dat je als lezer niet veel zin krijgt om verder te lezen.

Lid sinds

9 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Allereerst al hartelijk bedankt voor je commentaar, dit is de cement die ik nodig heb om de gaten te dichten :D Goed ik heb van die eerste zin dit gemaakt: "Ondanks dat de gewonde jongen onbekend was voor de twee verkenners, waren de mannen woest geworden toen ze het gehate gewaad van de Trytaljanen zagen." Leest het zo beter? "die nu nog leefde" is weggelaten. Was inderdaad overbodig, goed opgemerkt! Om de zin beter te doen aansluiten heb ik van de vorige dit gemaakt: "Ze verlangden naar een manier om wraak te kunnen nemen en de gewonde jongen was daar een perfecte opportuniteit voor." Opgevolgd door: "De mannen hadden hem ruw wakker geschud. Tijd om de situatie waar te nemen had hij niet gekregen want meteen werd hij al terug achterover geslagen en meegesleept naar het kamp. Onderweg hadden de verkenners geen moeite gedaan om puntige stenen te mijden. Gilvard zou bijna medelijden met hem krijgen. Nee. Hij schudde zijn hoofd. Dit was niet het moment voor medelijden, oorlog voeren verbied dat. Hij keek achterom en zag dat de jongen nog altijd niet had bewogen in zijn kooi." Leest dit beter?: "De mengeling van verbazing en woede op het bewerkte gezicht vond Gilvard prijsloos en enigzins kalmeerde het hem." Het is natuurlijk nooit goed dat de lezer wordt ontmoedigd verder te lezen dus ik hoop dat met deze aanpassingen het stuk ietwat aangenamer leest. Nogmaals bedankt voor je becommentariëring!

Lid sinds

11 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Graag gedaan :D Het is beter zo, maar ik zou het bij de zin na "Ze verlangden naar een manier om wraak te kunnen nemen en de gewonde jongen was daar een perfecte opportuniteit voor." duidelijker maken dat het in hetzelfde tijdsframe gebeurt, en dat ze hem daarna ik een kooi hadden gestopt. Nu is het nogal vaag. Ik stel zoiets voor: Ze verlangden naar een manier om wraak te kunnen nemen en de gewonde jongen was daar een perfecte opportuniteit voor. De mannen hadden de Trytaljan jongen ruw wakker geschud en hem aan zijn benen naar het kamp gesleept. De jongen had aanvankelijk tegengesparteld, maar een fikse schop tegen zijn hoofd had daar een eind aan gemaakt. Eenmaal aangekomen bij het kamp, hadden de mannen de jongen in een kooi gestopt en verder geen aandacht meer aan hem besteed. Gilvard keek achterom, naar de kooi, en zag dat de jongen nog altijd niet bewogen had. Die schop tegen zijn hoofd was hard aangekomen. Je zou bijna medelijden met hem krijgen... Hij schudde zijn hoofd. Nee. Dit was niet het moment voor medelijden, dit was oorlog.

Lid sinds

9 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Mooi! Is het oke als ik dit stukje kopieer? Ik vind het namelijk heel goed passen bij de tekst en denk dat ik mezelf een loer aan draai wil ik het in andere woorden zetten. Zou ik - als je er de tijd en de wil voor vindt - je een groter stuk van het verhaal mogen laten proeflezen? (dat zou neerkomen op een 3-tal pagina's)

Lid sinds

11 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Prima als je het kopieert hoor, het is niet alsof ik er iets mee zal doen ;) Proeflezen is nogal vermoeiend en tijdrovend, vooral langere stukken, maar als meer stukjes hier op proeflezen zet zal ik er zeker naar kijken.

Lid sinds

9 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Daar moet ik maar mee doen dan, toch bedankt! :D Deel 1 - aangepaste versie: De nacht koelde zwaar af in de passen en had vorst met zich meegebracht. Het gras was bedekt in een witte laag ijzel. Een van de mannen struikelde, wat leidde tot een paar grimassen, maar niemand die de energie had te lachen. Dat vond Gilvard heel begrijpelijk. Een vrolijke stemming was momenteel uitgesloten. Daarvoor waren er te veel doden gevallen bij de afgelopen veldslag. Sinds de twee bataljons de rangen hadden ontvlucht bleef er minder dan honderd man over. Honderd man en de knul die nu hun gevangene was. De knaap had de kledij van de Trytaljanen aan wanneer twee verkenners hem hadden zien liggen naast een verdorde eik. Het witte gewaad was donker gekleurd door bloed. De jongen moest een behoorlijke afstand hebben gewandeld voordat hij neer was gevallen. Ondanks dat de gewonde jongen onbekend was voor de twee verkenners, waren de mannen woest geworden toen ze het gehate gewaad van de Trytaljanen zagen. Elk van de mannen herinnerde zich de fel witte gewaden en hoe ze wapperden in de verte van het slagveld terwijl het leger alsmaar verdunde. Vrienden, kameraden met wie iedereen dronk en lachte, waren afgeslacht vlak voor hun ogen. Wanneer je ten strijde trekt accepteer je de mogelijkheid dat een ander man je het leven ontneemt, maar niemand was voorbereid op de monsters die de witgewaden, de Trytaljanen, stuurden. Beide verkenners hebben de ingewanden gezien van hun maten voordat de beesten zich er aan tegoed deden. Ze verlangden naar een manier om wraak te kunnen nemen en de gewonde jongen was daar een perfecte opportuniteit voor. De mannen hadden de Trytaljan jongen ruw wakker geschud en hem aan zijn benen naar het kamp gesleept. De jongen had aanvankelijk tegengesparteld, maar een fikse schop tegen zijn hoofd had daar een eind aan gemaakt. Eenmaal aangekomen bij het kamp, hadden de mannen de jongen in een kooi gestopt en verder geen aandacht meer aan hem besteed. Gilvard keek achterom, naar de kooi, en zag dat de jongen nog altijd niet bewogen had. Die schop tegen zijn hoofd was hard aangekomen. Je zou bijna medelijden met hem krijgen... Hij schudde zijn hoofd. Nee. Dit was niet het moment voor medelijden, dit was oorlog. Hij likte zijn hangsnor in de hoop wat kruimels te vangen van het brood van gisteren. Het buffet dat ze gekregen hadden bij hun vertrek was appetijtelijker dan het steenharde brood dat overbleef. En ook dat was snel aan het opraken. 'Laat me er door, ik snijd zijn keel over!', klonk het vanachter een groep jonge soldaten. Een gezette jongen duwde zich een weg door de groep en haastte zich naar de kar waar de kooi op stond. Gilvard fronste en stapte op de knul af. 'Wat denk jij dat je in hemelsnaam aan het doen bent?', blafte Gilvard uit. De jongen stopte en keek hem verbaasd aan, alsof hij niet verwacht had dat iemand hem zou willen tegenhouden. Na een korte stilte verklaarde hij dat hij de zoon van de kolonel was en duwde Gilvard opzij. Gilvard keek de knaap minachtend aan. Wie denkt die vlegel dat ie is verdomme? 'Zoon van de kolonel, zoon van.. Al was je de zoon van de generaal! In deze garde sta je zolang je zelf geen titel boven kapitein hebt, onder mijn commando!' De jongen leek elk moment vuur te kunnen spuwen. 'Hoor je dat witjurk', beet hij de gevangene toe, 'ouwe hier heeft wel een oogje op je. Hij heeft blijkbaar een voorkeur voor verwaande ratten.' Dat deed het em. Gilvard liet zijn gebalde vuist neerdalen op het gezicht van de jongen. De mengeling van verbazing en woede op het bewerkte gezicht vond Gilvard prijsloos en enigzins kalmeerde het hem. Mompelend stond de jongen recht. 'Mijn vader hoort hier van!' En toen snelde hij zich weg. Gilvard keek hem met een starende blik na. Dat rotjoch verschuilt zich achter zijn vader's naam. Heeft hij dan zelf geen ruggengraat? Gilvard keerde zich om. De man in de kar ging rechtop zitten, 'Gilvard is het?' Even keek Gilvard hem aan, gromde toen iets en begaf zich richting zijn tent. Een groep soldaten kwam zingend voorbij. Ze hadden een ree weten te vangen en droegen het nu door het kamp. Bereid met een vleugje wijn zou het een heerlijk maal zijn. Gilvard's maag liet van zich horen. Het middaguur was nog niet aangebroken, maar hij was al op van voor de ochtendgloren. Vergaderingen. Alle officiers met een noemenswaardige titel moesten aanwezig zijn. Sinds de dood van generaal Wusko was het een zooitje ongeregeld geworden in de vergaderingen. Wusko was een van de weinige officieren met wie Gilvard het kon vinden. Hij was een oprecht man geweest. De gevoelens die zijn dood opriepen bij Gilvard konden moeilijk beschreven worden als terneergeslagen. Hij vond het... jammer. Rouwen om de doden had Gilvard lang geleden afgeleerd. Een hoofd verscheen door de tentopening. 'Ah heer. Ik heb u overal gezocht.' Een jongen met een ietwat slungelige bouw kwam de tent uitgestapt. 'Kolonel Brooke heeft U ontboden.' Even kreeg Gilvard het benauwd. Zou Brooke acht hebben geslagen om de klap op zijn zoon? Alsof de loopjongen zijn gedachten kon lezen vervolgde hij, 'Er zou nog een vergadering plaatsvinden.'