Start » Proeflezen » [roman] Het jaar van de zwerver

[roman] Het jaar van de zwerver

Door: Scardanelli
Op: 19 april 2019

Lieve proeflezer

Welke gevoelens/vragen roept het fragment bij je op?

Waar denk je dat het over gaat?

Zou je graag het volledige verhaal lezen?

Is het té vermoeiend om te lezen?

Alvast bedankt!

Fragment: 

De wind gierde verder over een steppeveld, dat zich zuidelijk van het moeras deed verschijnen. Het speelde met de gang van een wild paard, hoe het haar draderige manen bereed, het moest een przewalski zijn. Doch, een brandmerk op de hals deed de zon van het oosten schitteren. Ze was losgeslagen nu, maar verspreidde waar ze maar kwam de storm van haar barbaarse eigenaars. Mensen, zijn het geen werelden in werelden? Stof en zweet als bloem op het deeg, de grond werd gekneed door gemene hoefstoten, de wind deed het verkleumen en de hitte trok alles krom. Kloven in de grond onttrokken het water en speelden het door naar de diepe geesten die er brouwsels maakten. Een van de geesten was Baäl Kabirou, thans bracht hij de tijden door in eenzaamheid. De tempel waar hij huisde, met zulke overdaad versierd in kersenrood en amarant, had meer tronen dan alleen de zijne. Ooit waren er nog twee als hem, zij waren gebouwd uit vlees en een taaie, zwarte huid. In die vervlogen tijd waren er alleen nog maar klanken, of soms een beeld, maar werkelijk nooit een woord – de wereld als kakofonie van blind geweld. De drie schimmen vernamen net zomin zichzelf als elkander, tenzij als een verdwaalde kreet of lichtflits. Zo gingen zijn tezamen opdat zij niet alleen zouden zijn, het woud bewandelend dat eens de zee overwoekerde. De bliksem had hen het licht gebracht, het begiftigde hen met de kracht van het vragen omdat ze nu eenmaal zichzelf hadden gezien. De eerste die het licht in kwam had een gelaat van gegoten brons, daarom heette hij Baäl Kabirou: zo ontstond er taal. De spiegeling van het licht in zijn brons, die aldoor briljante confrontatie met het duister, maakte van hem het oog der waarnemer. In het uitvloeisel van zijn grootse daden volgden de twee schimmen, stokend op niets dan de begeerte om net als hem te worden. Op die manier was het altijd geweest, ja, stellig kenden zij niets anders. Tot op zekere dag het lot omsloeg. De prille zon stond zo fris en groen als een spruit, vele malen kleiner dan het pompeuze gevaarte dat heden het ondermaanse dirigeert. Ver weg van Rome, het moest aan de Perzische oevers zijn, hadden zij onder een olijfboom de middagrust gevonden. Uit de zee boven Akkad waarde een vochtige wind, ze zeeg neer over de huid van Kabirous volgers en bekoorde hen tot slapen. In hun zachte droom bevoeren zij de Indus langs grote kloofgebergten tot aan een wonderlijke laagvlakte. Het was hun laatste troost geweest. Met goesting de mond spoelend, nam de Baäl zijn slapende volgers bij de enkel en sleurde hij hen hun roes uit, recht zijn grote bek in. Het kauwen liet hij achterwege – het vuur in zijn maag deed hem gloeien als een bakoven, zodat wanneer zij schreeuwden een genoegzame lach bulderde door de orgelpijpen van zijn ingewand. De maaltijd deed hem schokken van plezier, het verdampende bloed borrelde als kwijl over zijn verzadigd hangende lippen. De wil tot worden was het, die Kabirou tot deze gruweldaad, deze broerdermoord had bewogen. De fluittoon van hun verroette botten verlustigde hem in zijn wreedheid, het bracht hem het alleenrecht van de onmetelijkheid. De verzwelging van het buitenstaande deed hem nog helderder schitteren in dit oerbos van het vooraardse, zijn identiteit projecterend op de zijnskern van het heelal. Uit de trance gewekt, droogde hij zijn kin met een zijden doek. De herinnering had zijn hart gekaapt, als door taaie teer verstikt en vastgelopen. Zijn droom van een wereld daarboven, geboren uit het schimmig onderaardse, gaf hij de vorm van een rijdend ros. Een oplichtend punt van bewustzijn sloeg in op zijn zwijmelgeest, het kwam als een dief in de nacht. Deze droom was ach zo levensecht, de indruk wekkend dat juist het waakbeeld naar zijn gelijkenis was ontstaan, eerder dan andersom.

Reacties

L.P.
Laatst aanwezig: 4 dagen 22 uren geleden
Sinds: 10 Apr 2019
Berichten: 51

Het is inderdaad vrij vermoeiend om te lezen. Een beetje cryptisch schrijven kan leuk zijn, maar het is iets té. Ik snap het beeld niet echt dat je in het begin probeert te schetsen.

Voor mij is de link tussen de eerste paar zinnen en het stuk over Baäl niet duidelijk. De stukken lijken niet echt tot elkaar bij te dragen.

Welke gevoelens roept het op? Donkere gevoelens. Het lijkt allemaal zowat tragisch.

Ik denk dat het gaat om een mythe, zoals een soort scheppingsverhaal dat verteld over de goden en hoe zij hun invloed hebben gehad op het leven van de mens zoals het is in je verhaal.

Zou ik het volledige verhaal willen lezen? Niet als het zo vermoeiend leest als dit stuk. Zou ik graag een herschrijving willen lezen? Ja zeker. Er zit zeker iets je schrijfstijl wat maakt dat je iemand kan boeien: namelijk je beeldend woordgebruik. Sommige mensen doen dit te weinig waardoor het saai wordt, bij jou is het omgekeerd: je gebruikt het te veel waardoor het, zoals je zelf al aangeeft, het vermoeiend leest.

Mijn tip: denk even goed na wat je exact wil vertellen, en vertel het, maar niet te cryptisch en met niet al te veel beeldend woordgebruik (als je begrijpt wat ik bedoel). Vertel het heel duidelijk en droog en probeer die vertelling dan wat vlotter en aangenamer te laten lezen door woorden te kiezen die meer geladen zijn en de sfeer oproepen die je neer wil zetten. Door te beginnen vanuit een heel droge vertelling ga je meer to the point komen. Nu zie ik bijvoorbeeld geen link tussen het paard en die geest. En je vermeld ergens de bereiders/eigenaars van het paard, maar daarna zeg je er niets meer over. Is die info nodig?

Hopelijk is mijn feedback duidelijk en kan je hiermee aan de slag. Veel succes!

Ook actief op: Sweek (L.P., @elpee) en Wattpad (L.P., @LP_elpee)

janpmeijers
Laatst aanwezig: 4 uren 5 min geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 5899

scardanelli,

Het is wat vermoeiend. Op deze manier(stijl) zal ik niet verder lezen. Je hebt, vermoed ik, plezier in het schrijven. Prima. Probeer het ook plezierig te maken voor de lezer. Immers die begint aan een verhaal ter ontspanning.

Je begin:

Citaat:

De wind gierde verder over een steppeveld, dat zich zuidelijk van het moeras deed verschijnen. Het speelde met de gang van een wild paard, hoe het haar draderige manen bereed, het moest een przewalski zijn. Doch, een brandmerk op de hals deed de zon van het oosten schitteren. Ze was losgeslagen nu, maar verspreidde waar ze maar kwam de storm van haar barbaarse eigenaars.

In de eerste zin stap je van de wind naar het steppeveld naar het moeras. De tweede zin begint met 'het' en slaat op de wind, denk ik, en gaat verder over een wild paard. Probeer je per zin aan een onderwerp/zaak te houden. Een zin over de wind, een over het moeras, enz.

Je derde zin begint met 'doch', waarom is dat? Het duidt op een tegenstelling, die lees ik niet. De vierde zin begint met 'ze' en slaat op het paard - ook daar, groepeer de informatie. Het tweede deel van die zin gaat over 'ze' - het paard, neem ik aan. En dat paard verspreidt de storm(?), is dat de wind uit de 1e zin?

Een metaforische stijl kan uiteraard, zorg dat de beelden kloppen. Lees je zinnen eens een voor een goed door. Staat er wat je wilt dat er staat? Verplaats je ook in de lezer en onthoud dat de lezer altijd blanco het verhaal ingaat.

succes.

Scardanelli
Laatst aanwezig: 11 weken 2 dagen geleden
Sinds: 1 Jun 2017
Berichten: 4

Zeer bedankt voor jullie reacties, ik ga ermee aan de slag.
Ik heb er fout aan gedaan om botweg een fragment uit het verhaal te knippen en het hier te plaatsen, waardoor je de context van het hoofdstuk misloopt. Het hoofdstuk beschrijft in feite een hevige storm die over het land raast, van een bos door een moeras tot aan het steppeveld. Ik begrijp dus heel goed dat het voor een blanco lezer inhoudelijk een chaos lijkt. Er gebeurt veel.

Betreffende de 'doch', die zou in de juiste context moeten wijzen op de tegenstelling/spanning tussen het 'wilde' paard en het bezit door de Oosterse eigenaars ervan. Dat brandmerk moest dit bekrachtigen. Het speelt zich op dit punt van het verhaal, wel te lezen, op een zweverig toneel af.

Ik neem mee dat ik een afgelijnde structuur moet vasthouden, meer boodschapgericht, om zulke hak-op-de-tak situaties te vermijden.

Lees Schrijven Magazine

THEMA: Week van het Schrijven | Overzicht schrijfcursussen

  • Kritiek geven en ontvangen: o zo moeilijk!
  • Ellen Deckwitz: zo word je een geweldige dichter
  • Schrijftips van Bert wagendorp (Ventoux)
  • Talent pools bij uitgeverijen: hoe kom je erbij?
  • Leer liedjesschrijven van Jan Rot
  • Hoe voorkom je fouten in perspectief?
  • Scenarioschrijven: zo geef je een personage vorm
  • Wat romanschrijvers van speechschrijvers kunnen leren (en vice versa)
  • Hoe vorm je familieverhalen om tot een roman?

Nog geen abonnee? Meld je aan vóór maandag 21 juli 16:00 u., dan krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN
Foto: Annaleen Louwes

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Meld je aan vóór maandag 16:00 u.!

Word abonnee