Lid sinds

6 jaar 6 maanden

Rol

[roman] De stenen trap - Fantasy

Dit is gelijk de eerste pagina van een verhaal in een Fantasy setting. Om deze reden wil ik graag de volgende dingen van jullie weten: - Grijpt het aan / nodigt het uit tot verder lezen? - Is het storend dat er nog veel onduidelijkheid is over het wie/ wat/ waar/ hoe? - Taalkundige tips? - Er is mij gewezen op het feit dat mijn zinnen op één of andere manier nét niet lekker lopen. Ik ben het hiermee eens, maar kan er, net als de proeflezer, de vinger niet opleggen waar het mis gaat. Graag jullie mening en advies. - Spanning schrijven is iets wat ik naar mijn mening niet erg goed kan. Ben het hiermee eens en heb je tips? - Anders namelijk?

Fragment

‘Doorlopen!’ Met een harde stoot in haar rug, werd Jamila naar voren geduwd. ‘Doe normaal, eikel!’ beet ze de persoon achter zich toe. ‘Je ziet toch dat ik niet verder kan!’ Jamila stond opeengepakt in een krioelende mensenmassa, die zich een slingerende, stenen trap op probeerde te wringen. De verzengende hitte van een hoge zon deed haar humeur geen goed. Plotseling werd ze opnieuw vooruit geduwd. Dit keer niet door één persoon, maar door een hele meute. Met een smak kwam ze tegen de borsthoge muur, die de zijkanten van de trap omgaf. Alle lucht werd uit haar longen gedrukt. Haar kreet van verbijstering en pijn werd overstemd door een luid gekrijs achter haar. Een jonge vrouw werd aan haar haren tussen de mensen door gesleept, door een lange man met een donkere baard en een forse lijfgordel over zijn borst. Jamila werd opzij gedrukt toen de man vlak naast haar op de muur stapte en de vrouw moeiteloos met zich mee omhoog trok. ‘Dit is passagier nummer één voor de Pethanos!’ riep de bebaarde man luid, terwijl hij de haren van de vrouw omhoog trok alsof hij pronkte met een versgevangen zalm. ‘Nee!’ gilde de vrouw. ‘Nee, alstublieft!’ De tranen stroomden over haar wangen terwijl ze de man verwoed bij zijn gordel probeerde te grijpen. ‘Ik zal alles doen! Alstublieft!’ ‘Nee! Galene!’ klonk er plotseling van achter de muur. De menigte drukte Jamila zo strak tegen de stenen dat ze eroverheen kon kijken. Ze stond zeker acht meter boven de grond. Hoe kon ze al zo hoog opgeklommen zijn? Ze was nauwelijks halverwege de trap! Door de drukte om haar heen, was het haar niet eerder opgevallen dat er ook buiten de stenen omheining een overvloed aan mensen stond. Allemaal keken ze naar de vrouw die nog altijd aan haar haren omhoog gehouden werd en smeekte alsof haar leven er van af hing. Uitdrukkingen van verbijstering en afschuw waren af te lezen op hun gezichten, maar niemand sprak. Slechts één iemand wrong zich tussen de mensen door. Een kleine man met grijzend haar stak zijn armen uit naar de vrouw op de muur. ‘Galene, nee! Alstublieft, niet mijn Galene!’ Als antwoord liet de man met de donkere baard het haar van de vrouw los. ‘Wil je terug naar je vader?’ Direct knikte ze. ‘Ja, alstublieft, Frouron. Ik zal me gedragen, ik beloof het!’ Iets in de beweging van de man zorgde ervoor dat Jamila instinctief met beide handen naar de vrouw greep. ‘Nee!’ Het was te laat. Met een doffe bons raakte de voet van de man het kleine lichaam. Ze slaakte een ijzingwekkende gil, teneinde gebracht door een misselijkmakende dreun op het moment dat haar lichaam de grond raakte. De stilte die volgde werd alleen verbroken door het jammerende gehuil van de kleine man. Jamila’s hartslag schoot omhoog. Ze duwde een jongen naast haar opzij. Met uitgestrekte armen boog ze zich naar voren om de man met de lijfgordel een zet te geven die hem hetzelfde lot zou bezorgen als de jonge vrouw. Op het moment dat ze hem kon raken, werd ze met een ferme ruk aan haar arm terug getrokken. ‘Niet doen!’ fluisterde iemand dwingend in haar oor. ‘Of wil jij soms de volgende zijn? Je valt al genoeg op!’ Ze trok zich los en reikte alsnog naar de kerel. Te laat. Hij spong van de muur en verdween in de menigte van de trap, die zich inmiddels opnieuw begon te bewegen. Met een ruk draaide Jamila zich om. ‘Waarom hield je me nou tegen?! Die hufter had het verdiend!’ Een zacht, rond gezicht met amberkleurige ogen keek haar aan. ‘Je kunt niets beginnen tegen de Frouron. Zij zijn veel sterker dan wij.’ De jongen gebaarde langs de muur en voor het eerst zag Jamila dat de man met de baard niet de enige was. Over de hele lengte van de omheining stonden barbaars ogende mannen die allemaal dezelfde, zware lijfgordel droegen. ‘Je kunt je maar beter gedeisd houden,’ vervolgde de jongen. ‘Anders wacht je straks hetzelfde lot als Galene. Je kans is al groot genoeg dat je op de Pethanos belandt.’ ‘Op de wat?’ Jamila herkende het woord, omdat de wachter dat zojuist ook had gebruikt, maar ze had geen idee wat het betekende. Gelijk zakte de mond van de jongen open. Hij keek haar aan alsof ze heiligschennis pleegde met die vraag. ‘De Pethanos!’ fluisterde hij dwingend. ‘De Pethanos!’ Jamila rolde met haar ogen. ‘Ja, je kan het nog acht keer zeggen, maar dan weet ik nog steeds niet wat je bedoelt.’ Als met stomheid geslagen, wees de jongen naar de bovenkant van de trap, waar ze gestaag heen geduwd werden.

Lid sinds

6 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Dag Sweet Lucy, 'Er is mij gewezen op het feit dat mijn zinnen op één of andere manier nét niet lekker lopen. Ik ben het hiermee eens, maar kan er, net als de proeflezer, de vinger niet opleggen waar het mis gaat. Graag jullie mening en advies.' Ik heb je fragment twee maal gelezen, en kan ook niet duiden, hoewel je idd gelijk hebt. Wat ik wel gemerkt heb - en of dat de (enige) reden is of niet, ik weet het niet - er zijn veel zinnen waar je 'werd ... voltooid dw' gebruikt. (de passieve vorm) werd ... geduwd plotseling werd ze opnieuw vooruit geduwd lucht werd gedrukt kreet werd overstemd een jonge vrouw werd gesleept Jamila werd opzij gedrukt Dit alles in de eerste alinea. Ik geef maar als voorbeeld ter wijziging: i.p.v. 'Haar kreet van verbijstering en pijn werd overstemd door een luid gekrijs achter haar.' Een gekrijs achter haar overstemde haar kreet van verbijstering en pijn. En mss ook net iets te veel bijvoeglijke naamwoorden, bvb 'De verzengende hitte van een hoge zon deed haar humeur geen goed.' De verzengende hitte deed haar humeur etc... OF De hoge zon deed ...

Lid sinds

6 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Dank je, marlie! Dat veelvuldig gebruik van "werd - voltooid dw" was me nog niet opgevallen, goede tip! Wellicht is dit hét verbeterpunt wat ik nodig heb :) Ja, ik ben inderdaad dol op bijvoeglijk naamwoorden.. :o Is het storend? Mijn proeflezer gaf aan het te kunnen waarderen. Ik vind het zelf wel bijdragen aan de toon van een verhaal, maar het moet absoluut niet storend of overvloedig worden (wat ik moeilijk kan beoordelen bij mezelf). Dank je wel!

Lid sinds

11 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Hoi Lucy, Ik kan je nog een dingetje noemen dat je zinnen hier en daar in de weg zit: gebruikt overbodige komma's die je zinsritme opbreken. Haal in deze stukken in ieder geval de komma's weg: - Met een harde stoot in haar rug, werd Jamila naar voren geduwd - een krioelende mensenmassa, die zich - de borsthoge muur, die de zijkanten van de trap omgaf - Door de drukte om haar heen, was het haar niet eerder opgevallen - riep de bebaarde man luid, terwijl hij - Jamila herkende het woord, omdat de wachter dat zojuist ook had gebruikt - Als met stomheid geslagen, wees de jongen naar de bovenkant van de trap Mijn volgende indruk is iets minder duidelijk aan te wijzen, maar het valt me wel op: je wil vaak te specifiek zijn. Je noemt een object, en noemt er dan nog drie dingen bij om dát precieze object te pinpointen, alsof je bang bent dat de lezer anders niet snapt wat je beduidt. Ik haal er even een paar voorbeelden uit. - ‘Doe normaal, eikel!’ beet ze de persoon achter zich toe. 'De persoon achter zich' is een uitleg, geen verbeeldend stuk proza. 'Doe normaal, eikel!' beet ze over haar schouder/ gromde ze, omkijkend / ... verzin iets wat beeldend is en impliceert tegen wie ze het heeft, op een minder klinische wijze dan 'de persoon zijn locatie' te noemen. - Jamila stond opeengepakt in een krioelende mensenmassa Hier ga je overboord met de bijvoeglijke naamwoorden (c.q. bijwoorden). Opeenpakken, krioelen én wringen tegelijk, op een gegeven moment voegen de extra duidingen gewoon niks meer toe aan het beeld. - Dit keer niet door één persoon, maar door een hele meute. Hier heb je een leuke tegenstelling bedacht met de vorige actie. Eerste kreeg ze een por van één vent, nu begint de hele menigte haar te duwen. Maar het benoemen van die tegenstelling vind ik niet erg mooi. Mooier zou ik het vinden als je jouw eigen gedachte (daarnet één persoon, nu de hele meute) losliet, en het gebeuren gewoon voor zichzelf liet spreken. 'Ze werd opnieuw geduwd. De hele meute perste zich steeds dichter opeen en Jamila werd tegen de borsthoge muur langs de zijkant van de trap gedrukt.' Een ander stuk dat je directer op Jamila mag betrekken, om zo wat duiding en uitleg te kunnen schrappen: - Door de drukte om haar heen, was het haar niet eerder opgevallen dat ('Het viel haar nu pas op dat', zegt genoeg, niet waar?) Ik denk dat dit het soort dingen is waarop je kunt letten. Schrijf to the point. Wanneer je jezelf meer dan vijf woorden ziet gebruiken om één object/bijpersonage/handeling aan te duiden, stop dan even en probeer het anders te zeggen, vanuit een andere hoek te beschrijven, of gewoon genoegen te nemen met een enkel woord. Al die omschrijvingen en toevoegingen die je verzint zijn stuk voor stuk misschien mooi, maar de zin waarin je al die woorden samenpropt, wordt log. Ik hoop dat je er wat mee kunt. PS: Ik kon het niet uit mijn hoofd zetten. 'Frouron' moet de nieuwe naam zijn voor het power couple Frodo&Sauron, niet?

Lid sinds

6 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Diana, dank je wel voor je feedback, hier kan ik absoluut iets mee! Niet alleen voor dit stukje, maar waarschijnlijk voor mijn gehele schrijfstijl. Tnx! Over de komma's: ik heb geleerd dat een komma voor woorden als "terwijl" en "omdat" noodzakelijk zijn. Hier op dit forum heb ik gelezen dat er een komma hoort voordat je iets gaat omschrijven (het bakje, dat... de jongen, die...). Maar ja, ik heb ook geleerd dat er nooit een komma voor het woordje "en" mag.... Zijn er eigenlijk wel eenduidige regels voor wanneer wel en wanneer geen komma? Want blijkbaar is onzetaal.nl en de zoekfunctie binnen deze website ook niet heilig. PS: o. mijn. god. JAAA! Dat had ik nog nooit bedacht! Wat heerlijk slecht :lol:

Lid sinds

5 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Hoi Sweet Lucy, de komma's vallen inderdaad op. Voor woorden zoals terwijl en omdat zijn niet noodzakelijk hoor. Het zin wel leestekens die zinnen verbinden, maar geen bijvoeglijk naamwoorden. " die zich een slingerende, stenen trap op probeerde te wringen" slingerende stenen trap is 1 zinsdeel, en geen losse zinnen die verbonden moeten worden. Misschien kan je het boek 'Schrijfwijzer' van Jan Renkema bemachtigen. Daar staat aardig wat in over leestekens. Qua opbouw en spanning loopt je verhaal wel goed. Wees zuinig met je bijvoeglijk naamwoorden. Alleen als het echt iets toevoegt, gebruik ze dan. Het haalt soms je lezer ook uit het verhaal.

Lid sinds

9 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Sweet lucy,
Zijn er eigenlijk wel eenduidige regels voor wanneer wel en wanneer geen komma? Want blijkbaar is onzetaal.nl en de zoekfunctie binnen deze website ook niet heilig.
Die eenduidige regels zijn er wel en gelden met name in zakelijk teksten, zoals journalistiek en juridische kaders. In proza mag je alles zelf bepalen. Desondanks is het wel raadzaam een paar basisregels te handhaven. Een komma tussen twee persoonsvormen en een komma voor/na een aanhef. Zoals in:
Diana, dank je wel voor je feedback
Annette Rijsdam schrijft:
misschien kan je het boek 'Schrijfwijzer' van Jan Renkema bemachtigen. Daar staat aardig wat in over leestekens.
Prima boek voor zakelijke teksten - als prozaschrijver heb je er minder aan.

Lid sinds

11 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Hier op dit forum heb ik gelezen dat er een komma hoort voordat je iets gaat omschrijven (het bakje, dat... de jongen, die...).
Dat is niet de officiële regel, en wat kort door de bocht. Er zijn twee soorten bijzinnen waarmee je iets kunt omschrijven: uitbreidende bijzinnen en beperkende bijzinnen. Uitbreidende bijzinnen horen, inderdaad, tussen komma's. - Het bakje, dat op het aanrecht stond, viel om. Nota bene: er is hier maar sprake van één bakje. Er zijn geen andere bakjes in beeld, right? Dat het ding op het aanrecht stond is gewoon extra (uitbreidende) info. Beperkende bijzinnen geven een omschrijving die duidelijk maakt over welk bakje het precies gaat (terwijl er, in principe, meerdere bakjes zouden kunnen staan). Zulke bijzinnen horen níet tussen komma's: Het bakje dat op het aanrecht stond, viel om. (Terwijl het bakje dat op tafel stond gewoon bleef staan.) In deze zin staat nog wel een komma, maar dat is omdat er twee persoonsvormen (stond&viel) achter elkaar staan. Wanneer je zulke 'omschrijvende' bijzinnen gebruikt, zorgt het wel-of-niet gebruiken van komma's voor een daadwerkelijk verschil in betekenis. Dat maakt 't dus extra belangrijk :)
In proza mag je alles zelf bepalen.
(Als ik zo vrij mag zijn daar iets aan toe te voegen...) In de praktijk van proza-schrijven komt dit er vaak op neer dat je wat minder komma's gebruikt dan strikt genomen noodzakelijk. Omdat komma's ritme dicteren en daarmee het natuurlijke ritme van de zin aan strakke banden leggen. Terwijl goed proza zijn eigen ritme moet hebben; de keuze en volgorde van de woorden hebben van zichzelf een welluidendheid die het toevoegen van zakelijke leestekens overbodig maakt. Of dat is het streven, tenminste.

Lid sinds

5 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
In proza mag je inderdaad alles bepalen, de heerlijke vrijheid van de kunstenaar. Maar..... wie is je doelgroep? Anarchie is leuk, maar regels kan je alleen breken als je ze kent. En zelfs de grootmeester van literaire vrijheid eindigt zijn epische gedicht met de beroemde woorden: i.e. it al coheres all right even if my notes do not cohere [...] I cannot make it flow thru The Cantos (Ezra Pound) Het is een briljant gedicht van 800 pagina's. Je hebt er minimaal 6 boeken aan naslagwerk voor nodig om het te kunnen begrijpen. Je moet er voor gestudeerd hebben zeg maar.... en dan nog. Schrijfwijzer is geen schrijfbijbel, misschien gericht op zakelijke teksten en er zijn nog meer andere betere boeken te vinden, maar sommige richtlijnen zijn wel handig om te weten. Bovendien wordt dit boek ook gebruikt door studenten in opleiding voor een beroep in de uitgeverij, als redacteur, journalist, recensent e.d.

Lid sinds

6 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Dank allen, voor deze zeer nuttige informatie. Om eerlijk te zijn is het op deze manier een stuk beter te begrijpen dan aan de hand van vage voorbeeldteksten online.

Lid sinds

10 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker
Taalkundige tips?
Misschien! Ik weet het niet zeker! Oordeel zelf maar!
‘Doorlopen!’ ‘Doe normaal, eikel!’ ‘Je ziet toch dat ik niet verder kan!’ ‘Dit is passagier nummer één voor de Pethanos!’ ‘Nee!’ ‘Nee, alstublieft!’ ‘Ik zal alles doen! Alstublieft!’ ‘Nee! Galene!’ Ze was nauwelijks halverwege de trap! ‘Galene, nee! Alstublieft, niet mijn Galene!’ Ik zal me gedragen, ik beloof het!’ ‘Nee!’ ‘Niet doen!’ Je valt al genoeg op!’ ‘Waarom hield je me nou tegen?! Die hufter had het verdiend!’ ‘De Pethanos!’ ‘De Pethanos!’
Uw uitroepteken vraagt/roept/schreeuwt om veel aandacht! Is dat echt nodig! Ik denk dat het iets minder mag!

Lid sinds

9 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
@Annette Rijsdam,
Schrijfwijzer is geen schrijfbijbel, misschien gericht op zakelijke teksten en er zijn nog meer andere betere boeken te vinden, maar sommige richtlijnen zijn wel handig om te weten. Bovendien wordt dit boek ook gebruikt door studenten in opleiding voor een beroep in de uitgeverij, als redacteur, journalist, recensent e.d.
En Schrijfwijzer leert allen dat citaten tussen aanhalingstekens staan en dat de leestekens erna komen. Zo zie je het ook in alle kranten en tijdschriften inclusief columns. Echter uitgevers volgen de ELDA regel: Eerst leestekens dan aanhalingstekens. Zoals je het zelf ook doet in je proefleesstuk. Het beletselteken bestaat overigens altijd uit drie puntjes. Dit kan echt niet:
In proza mag je inderdaad alles bepalen, de heerlijke vrijheid van de kunstenaar. Maar..... wie is je doelgroep?
;)

Lid sinds

6 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
- Grijpt het aan / nodigt het uit tot verder lezen? Ja, ik vind het echt heel goed geschreven. - Is het storend dat er nog veel onduidelijkheid is over het wie/ wat/ waar/ hoe? Nee, helemaal niet - Taalkundige tips? Ik zag een paar 'peanuts', wringen of dringen? Forse lijfgordel. Ik zou forse weglaten. Zo waren er nog een paar kleinigheidjes. - Er is mij gewezen op het feit dat mijn zinnen op één of andere manier nét niet lekker lopen. Ik ben het hiermee eens, maar kan er, net als de proeflezer, de vinger niet opleggen waar het mis gaat. Graag jullie mening en advies. Naar mijn mening valt het reuze mee, gewoon op deze manier lekker blijven doorschrijven. De foutjes zijn voor de volgende ronde. - Spanning schrijven is iets wat ik naar mijn mening niet erg goed kan. Ben het hiermee eens en heb je tips? Ik ben het niet met je eens, dit is een heel goed en ook een spannend fragment naar mijn mening. - Anders namelijk? Je hoeft niet onzeker te zijn over je schrijfkwaliteiten. Je kunt goed schrijven.