Start » Proeflezen » [roman] De Gele Kamer - Proloog

[roman] De Gele Kamer - Proloog

Door: Michel Fondu
Op: 6 november 2018

Hoi

I've killed my darlings. De stukken waarvan ik dacht dat ze goed waren bleken uiteindelijk toch niet waar te maken wat ik beloofde.

Nu heb ik de eerste twee hoofdstukken samengevoegd tot een proloog waarin ik de belangrijkste figuur uit het boek naar voren breng. Veel korter, veel meer gericht op het personage waardoor ik hoop dat het nu wel aanspreekt.

Kan dit stuk boeien? Maakt het nieuwsgierig naar meer.

Mogelijks is het niet je thema. Wat denk je dan van stijl? Opbouw?
Is het een goed begin van een verhaal?

Alvast bedankt voor jullie (opbouwende) feedback!

Fragment: 

PROLOOG

Deze plek ademt stank uit.
Laag na laag van bedorven water vermengd met poetsmiddel door een schrobmachine uitgespuwd. Verstikkende nevels die samen met het vocht van drogende jassen aan kapstokken, op weg zijn naar de zwarte schimmelplekken in de hoeken van de verlaten gang. De weeïge geur van de laaghangende dakgoot met haar vermolmd hout waarop schilferende, dof geworden lakverf. Een schuilplaats voor krioelend ongedierte dat zich tegoed doet aan de verrotting onder dikke lagen mos net boven de open raam..
Deze plek is bedreigend met haar tientallen onbekende geluiden die in een ongebreidelde stampij via de luchtstroom mee naar binnen komt en alles overspoeld. Alsook de aanblik van de wind die de kruinen geselt van de oude platanen die met hun wortels de geërodeerde dekstenen aan de rand van de speelplaats naar boven tillen. De wolken die uitrafelen tot een alles bedekkend spinrag op hun vlucht doorheen het grijze uitspansel.
De zwaarmoedigheid valt over Malachi als een doorweekte en ijskoude deken terwijl het heldere, witte licht langzaam opzij schuift als een theaterdoek en deze plek voor hem ontvouwd.
Hij bedekt zijn neus en kokhalst. Dit oord van de eindigheid zou voor een zoveelste keer zijn gevangenis worden.
Hij keek nog een laatste keer naar het licht achter hem en het witte, vertrouwde zand onder zijn voeten. Het voelde alsof hij werd gedwongen om de behaaglijkheid van een warm bad te verlaten en naakt en onbeschermd in een ijzige kilte te gaan staan. Hij ademde diep in en ging behoedzaam verder. De weerzin in hem zwol aan.
De opening sloot zich genadeloos achter hem nadat hij schoorvoetend de plek van zijn zelfgekozen ballingschap was binnengetreden. De weg terug nu verzegeld en zijn onbehagen nog steeds groeiend. Er was nu geen ontkomen meer aan tot hij zijn opdracht had volbracht.
Hij keerde zich weg van het open raam en bemerkte de oude man achter het bureau. Malachi had tijd nodig om zich aan te passen aan deze verraderlijke omgeving. Steeds meer details drongen zich op. Zoals de geur van dode huidcellen en zweet, bedekt met een reuk van stervende bloemen. De geur van krijt op het bord dat nog nat was van de spons die door vuil omringd in een emmer lag te dobberen. De sensatie kwam zo fel dat hij opnieuw moest kokhalzen.
Het zand van zijn wereld, zacht als meel, was gewisseld voor een koude tegelvloer in zwart-wit dambordmotief met viezigheid die plakte aan zijn voeten. Hij kon wel huilen van ellende.
De stem van de oude man vooraan begon langzamerhand de overhand in zijn bewustzijn te krijgen.
“…Wat van oudsher in mij zit, zal altijd blijven. Ook als ik zelf dood ben. Dat is de onsterfelijkheid van de ziel.”
De man keek in de richting van Malachi die nu ook de zittende jongeren rondom hem zag. Naast hem klonk een stem. Een jonge kerel met onverzorgde haren en een snor van zwarte dons.
“Meerdere levens? Je leeft toch maar één keer? Ik weet toch niets meer van een vorig leven.”
Er klonk een gedempt grinniken. Alsof hij zich nog in een bel bevond.
“Je weet het misschien niet meer hier.” De leraar wees op zijn hoofd “Maar je weet het wel nog hier.” De vinger zakte tot op de hoogte van zijn hart. “Het schone, het rechtvaardige, nemen wij niet waar met onze zintuigen maar met de ziel. We voelen het en herinneren het ons omdat we het kennen vanuit de wereld waarin we zaten voor we geboren werden. Dit herinneren noemt Plato de anamnese. Dat herinneren moeten we leren. We kunnen het ons niet zomaar herinneren omdat het lichaam de kennis van de ziel wegduwt omdat het kernvermogen van de ziel verstoord wordt door het geweld van de zintuigelijke uitdrukkingen.” De man vooraan keek naar zijn leerlingen.
“Sorry mijnheer,…euh,… welke uitdrukkingen?”
“De zintuigelijke.” Een zuinige glimlach. “Zoals kleuren, geuren en geluiden. Deze worden doorgegeven aan de hersenen. Die verwerken de prikkels en beoordelen of een reactie nodig is. Er zijn er nog veel meer. Kijk maar eens op de schutting achter het fietsenrek als je seffens naar huis gaat. Dat geeft een goeie indicator van één van de belangrijkste.”

Reacties

madam Bovary
Laatst aanwezig: 6 uren 42 min geleden
Sinds: 17 Okt 2017
Berichten: 319

@ Michel Fondu

Ik zou beginnen met: deze plek stinkt.
In zin vijf moet het niet: de open raam maar het open raam zijn.

Verder heb ik diagonaal gelezen omdat het ik fragment niet zo goed vond. Vanaf: de man keek in de richting van Malachi, wordt het beter.

Etesian
Laatst aanwezig: 15 uren 33 min geleden
Sinds: 5 Mei 2018
Berichten: 156

@ madam Bovary,

@ Michel Fondu

"Ik zou beginnen met: deze plek stinkt."

"Deze plek" vind ik zwak klinken. Het is te onbepaald. Ik zou hier opteren voor: De stank!

Etesian
Laatst aanwezig: 15 uren 33 min geleden
Sinds: 5 Mei 2018
Berichten: 156

@ Michel Fondu

Ik heb je fragment (momenteel) ook slechts diagonaal gelezen.
Ik vind deze versie minder sterk dan de vorige. Toch minstens het begin.

"Laag na laag" dit begrijp ik niet in de zin, wat volgt kan ik me niet in lagen voorstellen.

"drogende jassen aan kapstokken," vind ik een origineel gegeven en een mooi beeld, dat ze op weg zijn naar schimmel ook. Maar in die zin met nevels komt het niet tot z'n recht.

"De weeïge geur", klinkt wel mooi ja, maar neen, mooi hoeft het niet te zijn. Is het geen afkeer dat je hier teweeg wil brengen? met 'flauwe' geuren komt dat niet helemaal over.

"tientallen onbekende geluiden". Zoveel is dat nu ook weer niet, toch niet erg schrikbarend. Ieder onbekend geluid, klinkt voor mij veel dreigender.

"De wolken die uitrafelen tot een alles bedekkend spinrag op hun vlucht doorheen het grijze uitspansel." dit klinkt voor mij haast lieflijk.

In je eerste paragraaf schommelt door je beeldende woordkeuze de toon. Soms wordt het tegenstrijdig. Hier moet het eenduidig zijn, wil het werken.

"De zwaarmoedigheid valt over Malachi als een doorweekte en ijskoude deken terwijl het heldere, witte licht langzaam opzij schuift als een theaterdoek en deze plek voor hem ontvouwd." De verwoording in je vorige versie was sterker, herinner ik me. Mss voegde je teveel zinnen samen?

"Dit oord van de eindigheid zou voor een zoveelste keer zijn gevangenis worden." Waarom niet; Het oord van de eindigheid, wederom zijn gevangenis.

"Het voelde alsof hij werd gedwongen om de behaaglijkheid van een warm bad te verlaten en naakt en onbeschermd in een ijzige kilte te gaan staan." Het kan erger, niet? wanneer hij eruit wordt gesleurd eventueel. Of gewoonweg een vergelijking zonder warm bad.

" De weerzin in hem zwol aan." Met deze zin heb je me mee. pas met deze.

"De geur van krijt op het bord dat nog nat was van de spons die door vuil omringd in een emmer lag te dobberen. " De geur van krijt op het bord, nog nat van de spons die door vuil omringd in de emmer dreef. < mooi detail.

"Het zand van zijn wereld, zacht als meel, " mss kan je dit verwoorden als een zintuiglijke beleving.
Je hebt het tot nu toe over geuren, geluiden, en het gevoel van de grond. Waarom staat hij niet even duidelijk afkerig tegenover wat hij ziet? En smaak erbij nemen, is wellicht niet zo moeilijk? En blijven jouw engelen nog steeds beperkt tot de menselijke zintuigen? Waarom beschrijf je niet het gevoel hoe jouw protagonist (tijdelijk) afstand doet van zijn onsterfelijkheid/verhevenheid?

"De stem van de oude man vooraan begon langzamerhand de overhand in zijn bewustzijn te krijgen." eventueel; Geleidelijk drong de stem van de oude man tot hem door.

"Alsof hij zich nog in een bel bevond." bubbel?

Michel Fondu
Laatst aanwezig: 4 dagen 17 uren geleden
Sinds: 17 Okt 2018
Berichten: 11

Opnieuw een dikke merci voor alle feedback.
Ik probeer inderdaad een gevoel van afkeer op te roepen. Mijn hoofdpersonage wil hier echt niet zijn.

Ik kan zeker aan de slag met jullie tips! Dikke merci!

Groetjes
Michel

Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!
MIs het komende nummer van Schrijven Magazine niet!

THEMA: Schrijf die familieroman!

  • 9 tips om jouw familieverhaal tot een succes te maken
  • Researchen voor een familieverhaal, hoe doe je dat?
  • 'Het begint met pure fascinatie' - succesvolle non-fictie-schrijvers over hun werkwijze
  • Elke Geurts schreef een roman over haar scheiding
  • Hoe schep je sfeer in verhalen?
  • Schrijf jij de nieuwe Game of thrones?
  • Rosita Steenbeek: 'Tijdens het wandelen vallen dingen op hun plek'
  • Essentieel in het schrijfproces: keuzes maken 
  • Hoe schrijf je een scenario?

Dit nummer ligt omstreeks 14 december in de winkel.

WORD ABONNEE