Start » Proeflezen » [roman] Daar, toen, samen

[roman] Daar, toen, samen

Door: Etesian
Op: 7 juni 2018

In dit stukje strooi ik niet met mist op vlak van taal. Hier wil ik bepaalde zaken die eerder in het verhaal overtrokken bleven opklaren. Voor mij is dit klaar en duidelijk. Voor jullie ook?

Fragment: 

Als kind was ik altijd vol tegenstellingen, vol twijfels. Iedereen noemde me een typische weegschaal, steeds zoekend naar evenwicht. Maar na die allereerste veertiende april zou ik geen stabiele toestand meer kennen. Het gewicht aan de beide zijden van de balans zou nooit meer gelijk zijn.
Ik heb het altijd ervaren, naast mijn zus, op de kaft van onze dagboeken en tegenover iedereen op school. Ik ervoer alles als een ontembare leegte; het bed, het bad, elke kamer, het ganse huis, de hele wereld en mijn eigen huid. Ik was niet heel, niet volkomen. Ik moest worden aangevuld, maar het deel dat mij vervolledigde was ik kwijt.
Ik ben geboren op twee oktober. Maar mijn leven begon pas een half jaar later, op veertien april. De slechtste dag van het jaar. De dag waarop mijn broer, mijn identieke tweelingbroer, mij is ontnomen.
Ik herinner het mij alsof het gisteren was. Pijn. Glashelder en haarscherp.
Zijn afwezigheid bleef een gemis waar maar geen gewenning voor is gekomen. Een oneindige fantoompijn. Een die de zinnen bestookte, maar nochtans buiten mij lag. De pijn was niet de mijne, maar die van hem. Onze scheiding had mij bezet met de pijn die hij nu niet meer voelen zou. Ze is het enige dat ik aan ons samenzijn heb overgehouden.
De weinige herinneringen die er aan hem zijn, zijn niet de zijne, maar de onze. In de eerste maanden was er niets dat ons verdeelde, niets dat ons als eenheid scheidde. Had hij koorts, ik ook. Had ik luierirritatie, hij ook. Kon hij niet snel genoeg inslapen, ik evenmin.
Over hem is niets te vertellen. Hij heeft geen verhaal. Eerst was er alleen het onze en daarna slechts veronderstellingen, geïnspireerd door mij. Hoe goed hadden we op elkaar geleken; zou zijn vermoeidheid ook een rimpel tussen zijn wenkbrauwen getekend hebben; zou zijn haar ook die weerborstel in dezelfde richting vertonen wanneer hij het gewoon door tijd liet drogen, of zou deze zich bij hem in spiegelbeeld hebben voorgedaan, zoals de ooievaarsbeet in mijn hals die hij rechts droeg en de aardbeivlek op mijn onderrug die bij hem aan de linkerkant lag; had hij dezelfde dingen leuk gevonden, dezelfde dingen even goed gekund? Hoe hij mogelijk zou zijn geweest, werd onvermijdelijk vertekend door hoe ik ben. Zijn verhaal is het mijne dat in twijfel wordt getrokken.
Hoe we zouden heten was al van tevoren beslist. Wie welke naam zou dragen, konden mijn ouders echter niet besluiten en zijn dan maar het alfabet gevolgd. Hun eerstgeboren zoon zou Felix gaan heten, de tweede Floris. Toch ben ik als tweede geboren. Een goed uur voordien had mijn moeder mijn oudere broer in haar armen gehad en hem Felix genoemd. Het eerste gevoel dat mijn moeder met hem deelde was eenheid. Ze heeft me ooit verteld hoe heerlijk het voelde om zijn kleine lijfje tegen haar borst te houden, aangezien hij dezelfde lichaamstemperatuur had, ervoer ze hem nog als een deel van haar. Hoe het eerste contact met mij had gevoeld, kon ze evenwel niet zeggen.
Hoe vlot zijn geboorte was verlopen, zo moeizaam ging die van mij. Mijn moeder vertelde me hoe natuurlijk het had aangevoeld om te persen, te volgen in wat haar lichaam haar opdroeg. Zijn geboorte ging zo goed als vanzelf. Daarna hielden de weeën echter op. Haar lichaam voelde kennelijk niet meer de noodzaak om mij op de wereld te zetten. Even zag het er niet goed meer uit, maar na moeizaam duwen van drie verpleegsters waarvan een met de benen gespreid over mijn moeder was komen zitten, slaagden ze erin de beslissing van de natuur te herroepen. Elk gevoel dat mijn moeder toen had ervaren werd na deze gelukkige afloop door opluchting overstemd. Afgezien van het tijdstip waarop we geboren waren, was ons gewicht het enige dat we niet gemeen hadden. Ik woog eenentwintig gramme minder.
Na die netelige bevalling besloten mijn ouders – de betekenis indachtig – mij de naam Felix te geven in de plaats van aan mijn identieke tweelingbroer. Bovendien vonden ze het gemak waarmee hij was geboren meer in overeenstemming met de betekenis van de naam Floris. Niettegenstaande hij het eerste licht al onder de naam Felix had gezien en mijn moeder hem al zo had genoemd, ben ik diegene die nu deze naam draag. Soms vraag ik me af of dit er iets mee had te maken, of dit onze identiteiten niet door elkaar had geschud.
Zes maanden later, op veertien april, sloeg het onheil toe in de vorm van wiegendood. Ik herinner mij het gevoel alsof het mijn lichaam betrof. Ineens en zomaar was ik ontmand uit het geheel waaruit ik was ontstaan

Lees Schrijven Magazine

THEMA: Week van het Schrijven | Overzicht schrijfcursussen

  • Kritiek geven en ontvangen: o zo moeilijk!
  • Ellen Deckwitz: zo word je een geweldige dichter
  • Schrijftips van Bert wagendorp (Ventoux)
  • Talent pools bij uitgeverijen: hoe kom je erbij?
  • Leer liedjesschrijven van Jan Rot
  • Hoe voorkom je fouten in perspectief?
  • Scenarioschrijven: zo geef je een personage vorm
  • Wat romanschrijvers van speechschrijvers kunnen leren (en vice versa)
  • Hoe vorm je familieverhalen om tot een roman?

Nog geen abonnee? Meld je aan vóór maandag 21 juli 16:00 u., dan krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN
Lees Schrijven Magazine

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Meld je aan vóór maandag 16:00 u.!

Word abonnee