Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

[kort verhaal] Oorlogsverhaal

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een verhaal heb geschreven. Ik heb het vroeger wel eens geprobeerd, maar die pogingen strandden meestal. Dit is dus eigenlijk mijn eerste verhaal, dus ik heb geen idee of het wat is. Het is een stukje uit een oorlogsverhaal waar ik mee bezig ben. Het verhaal draait om een twintigjarige student die opgepakt is en in een gevangenenkamp zit. Wat ik specifiek wil weten is het volgende: - Leest het lekker weg / zit er voldoende variatie in de zinnen? - Zitten er hele 'kromme' zinnen tussen? (soms zie ik het gewoon niet de eerste keer) - Dit is een stukje waar eigenlijk niets gebeurd (hij moet 24 uur stil blijven staan). Dan is het lastig om het interessant te houden. Is het niet te saai geworden?

Fragment

Het was vandaag weer raak. Zodra ze de naam 'Arthur Westerman' bij het dagelijks appèl hadden opgeroepen, werd deze direct gevolgd door een 'ausstiegen!' Arthur moest zich melden en werd meegenomen naar de poort. Am Tor was een beruchte strafmaatregel die veelvuldig werd toegepast. Gevangenen moesten één of meerdere dagen blijven staan op dezelfde plaats, zonder eten en drinken. Ze mochten zich niet verroeren en ze mochten niet zitten of liggen. Vragen naar de reden waarom hij deze straf kreeg leverde Arthur niets op. Dit was blijkbaar weer zo'n moment dat ze hem een lesje wilde leren. Ze waren hem dus nog niet vergeten. Arthur had voor zijn straf duidelijke instructies gekregen: 'Hier stil blijven staan. Zodra je gaat zitten of liggen krijg je klappen. Begrepen?' Daarna vertrokken ze, Arthur achterlatend in de rozentuin. De rozentuin was een bijzondere naam voor een vijandige en grimmige plek, omringd door betonnen palen en omwonden met een dubbele rij prikkeldraad. Dit stond in schril contrast met het feit dat de bodem van de rozentuin uit fijn, zacht zand bestond. Blijkbaar had de SS een wrang gevoel voor humor. De eerste tijd was het nog goed uit te houden. Het uitzicht op de werkende gevangenen en de bedrijvigheid in het kamp zorgden voor een beetje afleiding. Aan het eind van het kamp zag Arthur zelfs Herman af en toe de latrines in en uitgaan. In de verte vloog een zwerm spreeuwen voor de ondergaande zon langs en maakte mooie patronen van zwart en oranje kleurgradiënten. Naarmate de tijd voortschreed begon Arthur al wat last van zijn voeten te krijgen. Hoe lang stond hij er al? Het was moeilijk in te schatten, maar het was zeker een uur of vier. Hij probeerde zich een liedje te herinneren. Hoe ging het ook alweer? '... De rust die 't daar zo prettig maakt was stellig gauw er af, want binnen veertien dagen zat voor d' een of and're straf het hele Hollands leger met zijn Generale staf, al in de petoet, al in de petoet, al in de petoet...' Arthur neuriede het zacht, zodat de bewakers het niet konden horen. Ze hadden niets gezegd over neuriën of zingen, maar Arthur ging er maar van uit dat de bewakers daar ook bezwaren tegen hadden. Het leidde hem echter niet af van de pijn aan zijn voeten. Hoewel hij gewend was om klompen te dragen begonnen ze te irriteren lang de rand. Zou hij ze mogen uittrekken? Vast niet. Misschien hielp het om op één been te staan, zodat de andere voet tot rust kwam. Arthur probeerde het uit en wisselde na vijf minuten van been. Na een paar keer wisselen begon het nog meer pijn te doen, zodat hij toch maar besloot om met beide benen op de grond te blijven staan. Het avondappèl was ondertussen voorbij en het werd al behoorlijk donker. Arthur zag geen bewakers meer in de omgeving van de rozentuin, behalve in de wachttorens, maar zij konden hem in het donker toch niet goed zien. Stiekem deed hij zijn klompen uit en stapte met zijn blote voeten in het zand. Hij kreeg altijd erg warme voeten in die klompen en het koele zand voelde fijn tussen zijn tenen. Een lichtflits in de verte kondigde een onweersbui aan. Fijn. Ook dat nog! Het begon harder te waaien. De bladeren aan de bomen ritselden en in de verte kon je het rommelen van het naderende onweer goed horen. Het geluid van de eerste regendruppels op het platte dak van de barakken vormden de voorhoede van een flinke regenbui die spoedig volgde. De koude regen doordrenkt zijn uniform en Arthur hoopte dat hij er niets aan overhield. Hij had, in tegenstelling tot veel andere gevangenen, nog een goede gezondheid, maar het was nog maar de vraag hoeveel weerstand hij nog over had nu hij zo veel was afgevallen. Hij keek omhoog naar de lucht en dronk wat van de regen terwijl de lichtflitsen in hevigheid toenamen. Bij iedere flits leken de schaduwen van de barakken te bewegen. De onweersbui trok recht over het kamp en hij stond precies in het middelpunt. Er was buiten niemand te bekennen. Zou hij het durven? Hij vroeg zich af wat er zou gebeuren als hij gewoon even ging zitten. Hij had nu ook kramp in zijn benen gekregen van het lange staan, maar hij riskeerde het niet. Je kon ze gewoon niet vertrouwen die SS-ers. Wie weet stond er iemand ergens verscholen om hem te observeren.

Lid sinds

10 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Hallo Doerian, Als je over de oorlog schrijft en over de SS, verplicht je mij tot een reactie Graag gedaan overigens. Op zich goed geschreven, wat kleine taal/spellingfoutjes, maar die zijn ondergeschikt. Ik zou in dit geval even een korte intro geven (voorafgaand aan de proefleestekst), zoals welk kamp bevinden wij ons of hoe lang is Arthur daar al. De wijze waarop je beschrijft hoe Arthur niets anders doet dan staan is prima. Het fragment mist wat spanning, terwijl je die hier prima kunt inbedden. De suggestie die je (pas) op het laatst wekt dat een SS'er hem ergens vandaan observeert zou ik eerder opvoeren. Bovendien (facts!) er was altijd wel een bewaker in de buurt. Een suggestie is dus niet juist, het was een zekerheid. Voer met die aanwezigheid de spanning direct op. Laat een SS'er bijvoorbeeld ook daadwerkelijk vlakbij hem staan. beschrijf hem, met zijn arrogante kop en zijn snauwerige toon. Was hij niet die klootzak die enkele dagen terug iemand had doodgeschopt? Ook mis ik de echte misère in in zijn situatie. Hij kan voor mij nu even zo goed op de bus staan wachten. De pijn aan zijn voeten, de zere benen, de angst, de honger, de hoofdpijn; duidt het meer! De pijn aan zijn voeten beschrijf je goed, maar dat is zeker niet het enige dat hem op dat moment tergt, zeker niet met het verstrijken van de tijd. Laat de lezer voelen wat hij voelt, vooral de spanning van het kamp. Dit is een uitstekend moment om Arthur te laten memoreren. Gebruik die ruimte optimaal. Voorts: Let op je perspectief. Vooral in het eerste deel gebruik je te veel tell. Veel info die je door de zinnen heen wilt rammen. Show. Dus "Am Tor", laat het die SS'er zeggen. "Am Tor! Schnell, laufen! schreeuwde Heinz. Heinz heette hij, dat wist Arthur. De vorige dag had hij gezien hoe hij ... verhaal verhaal verhaal...) De rozentuin. Beschrijf die vanuit Arthur. Hij staat daar, wat ziet hij? Succes! Ik ben overigens benieuwd naar het grotere geheel! Johan

Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Je hebt gelijk. Er moet meer show in, hoewel ik dat wel een stuk moeilijker vind. Als ik teruglees wat ik heb geschreven krijg ik ook de indruk dat mijn hoofdfiguur van bordkarton is. Herschrijven die stukken dan maar! De echte misère mist (naast bovenstaande) ook omdat hij nog maar een paar weken in het kamp zit. De echte misère moet dus nog komen.

Lid sinds

10 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Je hebt gelijk. Er moet meer show in, hoewel ik dat wel een stuk moeilijker vind. Als ik teruglees wat ik heb geschreven krijg ik ook de indruk dat mijn hoofdfiguur van bordkarton is. Herschrijven die stukken dan maar! De echte misère mist (naast bovenstaande) ook omdat hij nog maar een paar weken in het kamp zit. De echte misère moet dus nog komen.
Helder. Maar zonder belerend te willen zijn: een paar weken in een kamp (ik weet nog niet welk kamp) dat geleid werd door de SS, was gelijk aan een verblijf van weken in de hel. De misère begon al voor de poorten. Jouw hoofdpersoon heeft al de meest verschrikkelijke dingen gezien en meegemaakt. Laat mij dat voelen. Lukt je wel. Succes.

Lid sinds

11 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Hoi Doerian, Eén puntje vooraf: Arthur had voor zijn straf duidelijke instructies gekregen: 'Hier stil blijven staan. Zodra je gaat zitten of liggen krijg je klappen.' Precies de informatie die je in deze zin geeft, heb je in de regels daarvóór al uitgelegd. Dubbelop, ik zou de uitleg vooraf weghalen, dan heb je meteen al heel wat minder tell ;) Ik vind het eerlijk gezegd wel verfrissend dat de misère (nog) niet zo op de voorgrond staat, dat hij (nog) niet zo neergeslagen is. Maar ik ben het wel met Johan eens dat het hier net te veel ontbreekt. Hij staat er inderdaad bij alsof hij op de bus staat te wachten. Heeft hij geen verschrikkelijke dingen gezien om hem heen, dingen die hem nu voor de geest komen nu hem zelf straf overkomt? Op geschiedkundig gebied kan ik aan Johans opmerkingen verder niets toevoegen. Maar iets heel anders. In je voorstelpost zei je dat je gewend bent zakelijke teksten te schrijven. Misschien is het omdat ik je voorstelpost nu toevallig net gelezen heb, maar ik zie wel enige connectie. Je schrijft ook hier vrij zakelijk. Ik heb even goed moeten zoeken naar de oorzaak daarvan. Ik denk dat het komt door 1. de lengte van je zinnen - die variëert niet of nauwelijks en 2. de manier waarop je informatie geeft. Duidelijk en overzichtelijk. Chronolisch, gerangschikt naar belang en mate van detail. Bovendien, de dingen die je zegt zijn erg zakelijk. Deze manier van informatie geven maakt je vertelling afstandelijk. Je gaat namelijk voorbij aan het standpunt van je hoofdpersoon. Bijvoorbeeld: Hij had, in tegenstelling tot veel andere gevangenen, nog een goede gezondheid, maar het was nog maar de vraag hoeveel weerstand hij nog over had nu hij zo veel was afgevallen. Dit is vast en zeker waar, het is ook interessant, relevant en helemaal op zijn plek in het verhaal. Maar erg droog. Ik wil dus twee dingen zeggen. a. de manier waarop je het beschrijft is voor mij te zakelijk. Woorden zoals 'in tegenstelling tot', 'nu...', 'het is maar de vraag', die zitten mij niet lekker. b. Inhoudelijk is het ook zakelijk. Je noemt algemene feiten. Wat als je het nou niet algemeen maakt, maar op je hoofdpersoon betrekt? Door zíjn ogen. Show. Als ik zo vrij mag zijn: Hij hoopte dat hij er niets aan over hield. Met de dag leek hij meer op de gevangen uit blok C, graatmager en lijkbleek. Hij had hen zien bezwijken aan zo weinig als een verkoudheid. Hij sloeg zijn armen om zijn lijf. Daar, ik geef dezelfde informatie, maar dan niet als feiten, maar als beelden. Soort van. Snap je? Waar mijn commentaar op neerkomt is waar het altijd op neerkomt: show don't tell. Maar ik hoop dat ik je een beetje heb kunnen helpen om te zien hoe je dat kunt doen.