Lid sinds

8 jaar 6 maanden

Rol

[kort verhaal] In de trein

Beste proeflezer, Ik ben bezig met een onderzoek naar het korte verhaal. Als soort eindproduct probeer ik zelf een paar korte verhalen te schrijven. Met dit verhaal probeerde ik ook te oefenen met het ik-perspectief, dat ik meestal niet gebruik. Ook wilde ik leren op een lekker lopende dialoog te schrijven. vandaar de volgende vragen: Kloppen perspectief en vertelsituatie? Is inspringen nodig en waar eventueel? Lopen de dialogen lekker? Ik twijfel ook waar de komma moet bij: ‘Ik bedoel mooie stad’ zeg ik (…) Moet er dan een punt achter stad, of een komma. En moet de komma buiten de aanhalingstekens of binnen? Als laatste vroeg ik mij af of het duidelijk is dat de hoofdpersoon niet goed vreemden aan durft te spreken/verlegen is. het verhaal speelt zich eigenlijk grotendeels in zijn hoofd af en je weet als lezer dus aan het einde niet zeker of het hem gaat lukken om zijn verlegenheid te overwinnen. dat is het idee tenminste...wordt dat ook duidelijk zonder dat ik het hier uitleg? ;) Dankjewel alvast, desalnietteminste

Fragment

Met af en toe een lichte kreun rijdt de trein door de weiden. Ik zit op een plek met vier stoelen in de sprinter richting Rotterdam. Behalve het gezoem/geraas/ van de trein vult enkel het geluid van tikkende toetsen de stilte. Mensen die geen laptop bij zich hebben zijn druk bezig met hun telefoons. Hoewel ik geen stiltesymbool op de ramen zie, wordt er niet gepraat. Nu moet ik het doen! Mijn handen trillen. Ik haal met moeite een pakje kaarten uit mijn broekzak en trek er een kaart uit. Daarop staat: spreek een willekeurig persoon aan en vraag waar naartoe diegene onderweg is. Plotseling voel ik me veel minder zeker van mijn zaak dan toen ik thuis op de bank zat. Die vervelende gedragstherapeut ook, waarom moet hij zich met mijn leven bemoeien? ‘Voor je eigen bestwil.’ hoor ik mijn moeder al zeggen. Ik heb nu trouwens echt geen tijd voor dit soort dingen met een groot werkstuk dat aanstaande maandag moet worden ingeleverd. Mijn shirt plakt tegen mijn bezwete rug aan. Nu moet het toch echt gebeuren. Anders ben ik voor niets ingestapt. Ik kijk naar de twee mensen tegenover mij. Een man met een lichte glimlach om zijn mond zit naast een wat oudere vrouw. Hij ziet er aardig uit, met kuiltje in zijn wangen als hij lacht om iets op zijn laptop. Ondertussen pakt hij ook zijn mobiel tevoorschijn. ‘Goedendag meneer’ zeg ik zachtjes De man kijkt op van het scherm van zijn telefoon. Zo te zien was hij net aan het whatsappen. ‘Oh hallo’ zei de man tegenover hem. ‘Lekker weer hè? Echt een dag om lekker te gaan winkelen.’ Op dat moment schuift er net een wolk voor de zon. ‘Uhm ik denk het ja.’ Ik voel zijn ongemak in de verder stille wagon, maar besluit toch verder te vragen. ‘En waar moet u heen als ik vragen mag? ‘Naar station Rotterdam-Alexander’ ‘Mooi mooi…’ zeg ik. Met een frons richt de man zijn blik weer op zijn beeldscherm. ‘Ik bedoel mooie stad’ zeg ik er nog snel achter aan. Het werd weer stil in de trein. Ondertussen was mijn hart sneller gaan kloppen en voelde ik mijn wangen gloeien. Ik sta op het punt om snel weg te lopen en in een andere wagon te gaan zitten, maar ik beheers me. In plaats daarvan, om het nog niet op te geven, pak ik weer een kaart uit mijn broekzak. Dit keer moet ik een willekeurig persoon aanspreken op een mooi kledingstuk. Ik kijk naar de stoelen aan de overkant. De man is nog steeds met zijn mobiel in de weer, maar de vrouw staart voor zich uit. Zij is al op leeftijd en verbergt haar rimpels angstvallig met een dikke laag make-up. Ze draagt ook witte handschoenen om haar oude handen te verhullen. ‘Wat leuk dat u handschoenen draagt, dat zie je niet veel meer tegenwoordig.’ weet ik uit te brengen. ‘Dankjewel’ antwoordt de vrouw. ‘Het heeft vooral een praktische reden. Ik heb vreselijk last van eczeem en de aanblik is niet zo fraai. Dat wil ik de medereizigers besparen.’ Ze lacht verontschuldigend. ‘Goh, wat vervelend voor u. Ik heb zelf wel eens wratten op mijn handen die behandeld moeten worden door de huisarts. Maar met handschoenen zou ik me ongemakkelijke voelen als jongen.’ Er ontstaat een levendig gesprek waarin wij het over van alles hebben: hoelang de verbouwingen van station Utrecht Centraal wel niet duurde, hoe de krantenartikelen steeds korter werden, over gekke familieleden en nog allerlei andere dingen. De gespreksonderwerpen komen me aangevlogen. Ik durf vragen te stellen en antwoorden te geven. We lachen, ik voel me goed. Zo moest het gaan. Ik nam de fiets en reed naar het station. De trein richting Rotterdam kwam aan. De treindeuren gingen open en ik stapte in.

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
‘Ik bedoel mooie stad,’ zeg ik. (…) Daar moet ie. Binnen de aanhalingstekens. Dat is tenminste de heersende conventie in uitgeversland. Ook voor/achter klanken/groeten/aanspreeksvormen moeten komma's. 'Goedendag[komma] meneer[komma]' zeg ik zachtjes[punt] 'Oh[komma] hallo[komma]' zei de man tegenover hem. 'Lekker weer[komma] hè?' 'Uhm[komma] ik denk het[komma] ja.' 'Mooi[komma] mooi...' Dus, heel wat meer komma's dan je denkt :) Officieel trouwens moet ook hier een leesteken: 'Ik bedoel[dubbele punt of een komma] mooie stad,' - Maar artistiek gezien vind ik het ontbreken van een leesteken hier treffend, omdat de ik-persoon het gehaast zegt en misschien zelfs mompelt. Het ontbreken van een komma geeft dat mooi weer. Over de conventies omtrent inspringen weet ik eigenlijk niks. Maar sla eens een aantal boeken open en kijkt af hoe het daar gedaan is. Het verhaal speelt zich eigenlijk grotendeels in zijn hoofd af en je weet als lezer dus aan het einde niet zeker of het hem gaat lukken om zijn verlegenheid te overwinnen. dat is het idee tenminste...wordt dat ook duidelijk zonder dat ik het hier uitleg? Nee, in mijn hoofd was dit zo'n grote stap voor hem dat vanaf vandaag alles anders zou zijn: hij komt er wel. En dat is waarin goede verhalen zich onderscheiden: interpretatievrijheid. In jouw hoofd is het op het nog altijd onzeker. In mijn hoofd is het einde roze en happy ever after. Een ander ziet in jouw einde misschien de lege betekenisloosheid van sociale interactie. Dat is waarom je niet het niet moet uitleggen. Niet omdat het al duidelijk is, maar omdat de onduidelijkheid essentiëel is voor het verhaal. Lopen de dialogen lekker? Ja, heel erg. Ze zijn geloofwaardig en voorstelbaar. Alleen hier ging het even mis: ‘Goedendag meneer’ zeg ik zachtjes De man kijkt op van het scherm van zijn telefoon. Zo te zien was hij net aan het whatsappen. ‘Oh hallo’ zei de man tegenover hem. De man die hij aansprak kijkt niet op, en de man tegenover hem voelt zich aangesproken. Dat is grappig en opmerkelijk, maar in je tekst is het verwerkt alsof het vanzelfsprekend is. Je moet het op een manier schrijven die aangeeft dat het apart is, anders verlies je je lezer voor een moment. Het enige andere minpunt aan je stukje vond ik: 'Er ontstaat een levendig gesprek...' Hier ruk je me helemaal uit de setting. Alsof je als schrijver geen zin had om de scène af te maken. Weet je wat, lezer, verzin het vanaf hier zelf maar. Nee, meneer de schrijver, zo werkt dat niet! ;) Je zult een mooie overgang moeten maken van dialoog naar narrative summary. (Een witregel is zo ongeveer de meest onsubtiele overgang die er in schrijversland bestaat, daarom wordt die toegepast bij zulke rigoreuze overgangen als tijdssprongen of perspectiefwisselingen.) Als laatste vroeg ik mij af of het duidelijk is dat de hoofdpersoon niet goed vreemden aan durft te spreken/verlegen is. Ja, zondermeer.

Lid sinds

9 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker
Wat een leuk stukje! De verrassing zit voor mij in de laatste twee regels. Dan denk ik ineens: 'huh, is dit hiervoor nou wel of niet echt gebeurd?' Ik sluit me bij bovenstaande commentator aan dat je dat lekker mysterieus mag laten. Dat lukt ook omdat je in die laatste zinnen een andere tijd hebt gebruikt. Daardoor is het al duidelijk dat er 'iets' is met het stuk erboven.

Lid sinds

9 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker
Een fijne tekst om te lezen! Dat de hoofdpersoon moeite heeft met contacten leggen is geheel duidelijk, evenals het idee dat de situatie zich in zijn hoofd afspeelt. Het enige waar ik tegenaan stootte was de zin die Diana ook al aangaf. '‘Oh hallo’ zei de man tegenover hem.' Voor mij is het net of je van de eerste persoon ineens naar de derde gaat. Verder loopt je verhaal als een trein... Gegroet!

Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Komma binnen of buiten aanhalingstekens - die vraag heb ik ook wel eens op Proeflezen gesteld, en toen kreeg ik verschillende antwoorden. Logisch is er buiten, want de komma hoort niet bij het citaat. Maar wat DianaSilver zegt is wat iedereen doet. Als je wilt afwijken, overleg dat dan met de uitgever: die beslist (mee) over opmaakdetails als uitvullen, inspringen en zo. Ben je al zo ver dat je aan publicatierijp maken denkt? Het thema van een schuchter iemand die zich dwingt iemand in de trein aan te spreken is mooi - maar ik denk dat je het nog beter kan uitwerken. Het thema is zo mooi dat mijn handen jeuken om het van je te gappen en zelf ... laat ik me proberen in te houden. "Ondertussen pakt hij ook zijn mobiel tevoorschijn. "Goedemiddag meneer," zeg ik zachtjes." Uit het woordje 'ook' vermoed ik dat de HP op dat moment zijn mobiel heeft gepakt en tegen die mobiel praat. Pas bij herlezen begrijp ik dat 'ook'slaat op 'behalve zijn laptop, ook zijn telefoon'. "Daarop (op die kaart) staat: spreek een willekeurig persoon aan en vraag waar naar toe die op weg is." Dit is de sleutelzin van het verhaal, en bij eerste lezing las ik er over heen. Waarom? 1. In mijn hoofd ben ik nog bezig met me in te werken in de setting, en qua stijl past deze sleutelzin daar in. Suggestie: maak de sfeertekening iets langer, en maak dan een duidelijke breuk om die sleutelzin aan te kondigen. Dat kan door een witregel, of door een afwijkende zinvorm: een korte zin na wat voortkabbelende beschrijvingen, bijvoorbeeld. 2. Een pak kaarten in de trein, tussen laptopperende en whatsappende medereizigers doet vermoeden dat hj patiance gaat spelen. Suggestie: beschrijf die kaarten > witte kaartjes met het logo van de therapeut, een nummer en de vraag in een namaak-schrijftype, vast bedoeld om me op mijn gemak te stellen. Waarom neem je geen langeafstandstrein in plaats van een sprinter? Dan heb je meer tijd tussen de stations om de drempel tegen het aanspreken op te bouwen. Laat IK eerst diverse medereizigers opnemen, taxeren: nee, die niet, die lijkt me te onbenaderbaar want ... Je kunt dat prachtig gebruiken om karakterschetsen te geven. Het effect wordt sterker als je de gesprekken al snel onzinnig of ongemakkelijk maakt. Dat doe je ook, met dat mooie weer en die wolk voor de zon, met de andere persoon die antwoordt en met die exceem. Maar het mag best sterker, tot in het kolderieke > op dat moment slaat ineens zo'n kort zomerregenbuitje tegen het raam. De meneer kijkt me aan of hij het in Keulen hoorde donderen, maar dat was niet zo: het was in Zoetermeer. > Goh wat vervelend voor u. Voor die medereizigers bedoel ik. Gelukkig dat u nog handschoenen hebt. En dat het geen lepra is. Ik had laatst een steenpuist maar dat was op mijn bil dus dan helpt een handschoen ook niet en ..." De vrouw keek me aan met zo'n gezicht van waar-heb-je-het-over. > En dan pas in de derde poging (ik ben het eens met DianaSilver dat het te kort dor de bocht is bij die gehandschoende dame) dat levendige gesprek, liefst met iemand die hij eerst helemaal niet had durven aan te spreken omdat die zo onbenaderbaar leek. Ik geef toe, dit is slecht uitgewerkt. Maar het dit is jouw verhaal en ik moet het niet van je afpakken maar mijn handen jeuken ...

Lid sinds

8 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Dank voor alle leuke reacties en suggesties! Fijn om andere perspectieven op mijn verhaal te lezen, aan sommige dingen denk je zelf gewoon niet. Ik ga zeker een tweede versie van dit verhaal schrijven. Nu ik mijn stukje trouwens herlees, valt me op dat ik schrijf: Ondertussen was mijn hart sneller gaan kloppen en voelde ik mijn wangen gloeien. Dit stukje is in de verleden tijd, terwijl ik daarna weer verderga in de tegenwoordige tijd. Is dit fout/storend? Jullie reacties hebben me al heel erg geholpen (en mijn werkstuk ook) Groet desalnietteminste

Lid sinds

8 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Komma binnen of buiten aanhalingstekens - die vraag heb ik ook wel eens op Proeflezen gesteld, en toen kreeg ik verschillende antwoorden. Logisch is er buiten, want de komma hoort niet bij het citaat. Maar wat DianaSilver zegt is wat iedereen doet. Als je wilt afwijken, overleg dat dan met de uitgever: die beslist (mee) over opmaakdetails als uitvullen, inspringen en zo. Ben je al zo ver dat je aan publicatierijp maken denkt?
Ik zit nog op de middelbare school dus ben nog niet echt bezig met publicatierijp maken :)

Lid sinds

9 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker
Ja dat is storend, wat stom dat ik dat niet gezien heb, lol. Je kunt het beste kiezen voor een tijd en je daar dan ook aan houden. (Uitzonderingen natuurlijk voor flashbacks etc.)

Lid sinds

11 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Ayo Interessant stuk om te lezen. Vooral boeiend omdat ik laatst ook een stuk heb geschreven over de stilte in de trein waar iedereen als zombies naar schermen staren en op hun telefoons tikken. (Ik zit echt veel te veel in de trein) Wel een andere insteek maar wat mij betreft hebben we wel veel overkoepelende thema's. Ook een HP die dingen fantaseert (wel anders) maar ik zie wel gelijkenissen. Grappig :) Mijn stuk is wel wat meer uhm psycho. Lees wel de 2e versie onderaan. http://www.schrijvenonline.org/proeflezen/roman-niet-is-heilig Wel boeiend verder, weet niet zo goed wat onderzoek naar een kort verhaal is maar succes ermee.

Lid sinds

8 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
"Daarop (op die kaart) staat: spreek een willekeurig persoon aan en vraag waar naar toe die op weg is." Dit is de sleutelzin van het verhaal, en bij eerste lezing las ik er over heen. Waarom? 1. In mijn hoofd ben ik nog bezig met me in te werken in de setting, en qua stijl past deze sleutelzin daar in. Suggestie: maak de sfeertekening iets langer, en maak dan een duidelijke breuk om die sleutelzin aan te kondigen. Dat kan door een witregel, of door een afwijkende zinvorm: een korte zin na wat voortkabbelende beschrijvingen, bijvoorbeeld. 2. Een pak kaarten in de trein, tussen laptopperende en whatsappende medereizigers doet vermoeden dat hj patiance gaat spelen. Suggestie: beschrijf die kaarten > witte kaartjes met het logo van de therapeut, een nummer en de vraag in een namaak-schrijftype, vast bedoeld om me op mijn gemak te stellen. Waarom neem je geen langeafstandstrein in plaats van een sprinter? Dan heb je meer tijd tussen de stations om de drempel tegen het aanspreken op te bouwen. Laat IK eerst diverse medereizigers opnemen, taxeren: nee, die niet, die lijkt me te onbenaderbaar want ... Je kunt dat prachtig gebruiken om karakterschetsen te geven.
Is dit beter? Met af en toe een lichte kreun rijdt de trein door de weiden. Ik zit op een plek met vier stoelen in de intercity naar Rotterdam Centraal. Behalve het geraas van de trein vult enkel het geluid van tikkende toetsen de stilte. Mensen die geen laptop bij zich hebben zijn druk bezig met hun telefoons. Ik laat mijn blik over de reizigers in de wagon glijden. Alle gezichten zijn gericht op hun schermen. Plots kijkt een meisje op van haar laptop en richt haar kijkt me aan. Ik kijk snel weg. Hoewel ik geen stiltesymbool op de ramen zie, wordt er niet gepraat. Nu moet ik het doen! Mijn handen trillen. Ik haal met moeite een pakje kaarten uit mijn broekzak en trek er een kaart uit. Op de bovenkant van de witte kaartjes staat het donkerblauwe logo van mijn gedragstherapeut. De tekst op in midden van het kaartje bestaat uit sierlijke zwarte letters. Vast om me gerust te stellen. Er staat: spreek een willekeurig persoon aan en vraag waar naartoe diegene onderweg is. Ineens voel ik me veel minder zeker van mijn zaak dan toen ik thuis op de bank zat. Die vervelende gedragstherapeut ook, waarom moet hij zich met mijn leven bemoeien? ‘Voor je eigen bestwil.’ hoor ik mijn moeder al zeggen. Ik heb nu trouwens echt geen tijd voor dit soort dingen met een groot werkstuk dat aanstaande maandag moet worden ingeleverd. Mijn shirt plakt tegen mijn bezwete rug aan. Nu moet het toch echt gebeuren. Anders ben ik voor niets ingestapt. Een grote man naast mij heeft tattoos op zijn armen en luistert muziek. Die zal ik maar niet aanspreken. Tegenover mij zitten een man en een vrouw. De man ziet er aardig uit, met kuiltjes in zijn wangen als hij glimlacht om iets op zijn telefoon. Naast hem zit een wat oudere vrouw met een deftig jasje aan. groet desalnietteminste