Lid sinds

5 jaar 5 maanden

Rol

[kort verhaal] De Visser

Dit is de introductie van een kort verhaal waarin een visser een merkwaardige geschiedenis gaat vertellen aan de 'ik' figuur. De introductie bevat inleidende historische tekst. Ik kies er bewust voor om dit door de 'ik' figuur historisch te laten vertellen als introductie en inleiding op het verhaal van de visser. Ik passeer hiermee bewust het 'show do'nt tell' principe een beetje. Het eigenlijke verhaal komt dus pas aan het eind van dit gedeelte als de oude visser zijn verhaal gaat vertellen. Voor liefhebbers van een stukje historie Noord-Holland interessant, voor anderen misschien minder... Maar daar ben ik nu dus benieuwd naar: - Slaat de verveling niet toe? - Is het boeiend genoeg? - Wordt de nieuwsgierigheid gewekt naar meer? - Andere suggesties?

Fragment

Het was in de dertiger jaren dat ik vrij geregeld op Wieringen kwam. Het waren de jaren dat Wieringen nog moest wennen aan een nieuwe situatie. Door inpoldering en drooglegging was nieuw land ontstaan en daarmee kwam ook een grote ruilverkaveling op gang. Na hiervoor zorgvuldig door de overheid uitgekozen te zijn, gingen velen vreemden zich met hun boerenbedrijf vestigen in de Wieringermeerpolder. Bovendien was in 1932 de Afsluitdijk gereedgekomen, met grote gevolgen voor de visserij. De zoutwatervis, de mossels en de alikruiken verdwenen uit het IJsselmeer en daarmee ook de vissers. De vloot van Wieringervissers ging snel in aantal terug. Maar toch bleven er nog echte vissers op Wieringen. Vissers voor wie het leven op het land te beperkt was, vissers die de oneindigheid van de zee nodig hebben om zelf te kunnen leven. De zee, dat was nu het getemde IJsselmeer, maar iedereen had het nog over de Zuiderzee. De zee die kan grommen en brullen, maar ook liefelijk en fluisterstil kan zijn. En hoewel de zee generaties lang bevaren was door de ervaren vissers van Wieringen, was het diezelfde zee die nog ontelbare geheimen in haar schoot draagt. Het dorp Den Oever aan de oostkant van het voormalig eiland kon de visserij nog redelijk in standhouden. Het had ook belangrijke voordelen ten opzichte van de andere eilandbewoners. De haven van Den Oever hield verbinding met zowel de zoute kant van de nieuwe Afsluitdijk, als de zoete kant. De open zee was direct bereikbaar, maar ook het IJsselmeer, al was het door de sluizen. Met alle veranderingen die eiland meemaakte is Den Oever een vissersplaats gebleven, hier werd de Wieringeraak nog gevonden, hier lagen de netten te drogen in de haven en hier leefden de vissersverhalen voort. Het was tijdens een verblijf in Den Oever dat ik op een koude regenachtige avond met een oude schipper in gesprek was. We zaten bij het haardvuur in zijn kleine visserswoning. Mijn oude vriend was een eenvoudig man, hij was laag opgeleid, maar had in zijn leven een rijke levenservaring opgedaan waaruit hij boeiend kon vertellen. Bovendien bleek de visser veel belangstelling te hebben voor het verleden. We kwamen al snel te spreken over de veranderingen die het eiland had doorgemaakt en zijn herinneringen: de visserij van zijn jeugd, de quarantainebarakken die hij nog gekend had en het wiervissen. In ons gesprek dwaalden we steeds verder af naar vroegere jaren van het eiland tot daar waar de historische feiten eindigen en de legenden beginnen. De verhalen over plaatsen als Grebbe, Gonseind en Lammoer. Dorpen en nederzettingen die lang geleden door de zee waren verzwolgen en alleen nog een plaats hadden in onbestemde verhalen, die doorverteld werden van vader op zoon. Soms met een onderbreking als er een geslacht werd overgeslagen, maar daarna weer terugkomend, vaak met enige verandering. We vertelden elkaar over het oude kerkhof dat lang geleden was ontdekt, een kerkhof met verstilde historie van lang geleden waar niemand iets van wist. Dan waren er de verhalen van vissers die vroeger lijkkisten hadden opgevist, oude sarcofagen van oude tijden met daarin verstilde levens van oorspronkelijke bewoners van wat nu het zeewater was. Het was op dit punt dat ik zijn voorhoofd zag fronsen. Hij blies grote rookwolken uit en keek nadenkend voor zich uit. 'Ik zal je daar een verhaal over vertellen,' zei hij. 'Wat weinig mensen weten is dat ik misschien wel de laatste ben geweest die iets dergelijks heb opgevist.' Hij kwam uit zijn stoel en porde de houtkachel nog wat op en stopte zijn pijp. We keken samen even naar het oplichtend vuur en ik kreeg het gevoel dat uit de vlammen een bijzonder verhaal naar voren zou komen.'Ik had de hele dag gevist ergens onder Texel. Het was schit-terend weer geweest en de avond viel toen ik weer de terugtocht wilde nemen naar de haven van Den Oever. Ik had daarvoor even het anker uitgeworpen om wat netten te herstellen, toen dat gedaan was ben ik rustig in de kuip blijven zitten. Ik wist dat ik nu terug moest naar de haven, voordat de duisternis zou invallen, maar er was iets wat me tegenhield. Misschien was het de warmte van de zwoele avond, misschien wel de stilte van de zee of de schoonheid van de ondergaande zon. In elk geval werd ik op dat moment bevangen door een soort van mysterieuze rust die als een deken over mij heen viel. Niet alleen over mij, het leek wel of zee om mij heen volledig stil was. Ik hoorde geen golfslag, maar ook geen vogelgeluiden... [einde fragment]

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Oef, het lijkt wel een wikipediatekst, die opening. Waarom laat je je personage niet iets meer rondlopen, spreken, beleven?