Start » Proeflezen » [kort verhaal] De kamer

[kort verhaal] De kamer

Door: Grijze-sluier
Op: 23 augustus 2019

Ik heb sinds lange tijd weer een kort verhaal geschreven.
Ik twijfel ten eerste nog over de titel. Zijn er suggesties? (Ik dacht eerst aan 'Droomkamer')
Daarnaast twijfel ik aan het einde. Kan dit eventueel sterker en zo ja, hoe?
Verloopt de overgang van de ene in de andere situatie op een prettige manier?
En ik ben natuurlijk gewoon benieuwd wat er over het algemeen van wordt gevonden. Is het iets dat je vaker zou lezen of niet?
Alvast bedankt!

Fragment: 

Ik word wakker in mijn hemelbed. Terwijl ik me omdraai, knijpen mijn ogen zich direct tot spleetjes. Een zonnestraal glijdt mijn kamer binnen door een opening tussen de handgemaakte, blauwe gordijnen. Ik sla de maagdelijk witte dekens van mij af en ga op de rand van het bed zitten. Ik voel dat een briesje mijn gezicht streelt. Ik open mijn ogen nu volledig en aanschouw de rust om mij heen. De kleding die ik de vorige avond op een net stapeltje op de stoel naast mijn bed heb gelegd, zegt me dat de vorige dag goed is afgesloten en ik voel me sereen. De kamerplant die groen siert tegen de witte muur, toont me de levenskracht die ik op anderen uitoefen. En de gordijnen die nog steeds zacht wapperen van het briesje geven me een fijne rilling door heel mijn lichaam. Een warme rilling, die me het gevoel dat ik veilig ben. Ik zou uren in deze kamer kunnen blijven en genieten van de sensatie die het in me teweegbrengt, maar ik besluit de kamer te verlaten.

Ik trek een zijden badjas aan en loop via de overloop en de trap naar beneden. Uit de brievenbus pak ik de krant van vandaag, sla hem open en ga aan de massiefhouten eettafel zitten. Ik zie op de voorpagina een stukje staan over een verkeersongeval. Ik sla de krant open naar ‘Pagina 08’ en lees daar dat een vrouw een ernstig auto ongeluk heeft gehad en met spoed naar het ziekenhuis is gebracht. “Of de situatie levensbedreigend is, valt nog niets te zeggen.” Ik sluit mijn ogen even.

Als ik ze weer open doe, voel ik een kille wind over mijn gezicht schuren. Een fel licht verblind me en ik knijp mijn ogen direct samen. Als ik eindelijk mijn ogen weer kan openen zie ik dat het een plafondlamp is die mijn ogen te verduren geeft. De lamellen voor het raam wapperen heen en weer door het grove geschut van de wind. Ik wil op de rand van het bed gaan zitten, maar kan mij niet bewegen. Ik kijk om me heen en zie naast me een stapeltje kleding liggen op een stoel. Ik herken mijn kleding, maar kan me niet herinneren het zelf te hebben opgevouwen. Het idee dat iemand me heeft uitgekleed en hier neer heeft gelegd jaagt me angst aan. Paniekerig kijk ik in het rond. Er staat een plantje op het nachtkastje naast mijn bed. Er hangt een kaartje aan, maar ik kan niet lezen wat erop staat. Er gaat een koele rilling door me heen en ik voel me steeds minder veilig. Ik wil zo snel mogelijk weg, maar kan me nog steeds niet bewegen. Ik zie aan het bed een bord hangen en kan net zien wat er op staat.
‘Elze van Kampen. Vrouw. 32 jaar. Verkeersongeval. Ernstig bloed verlies. Dwarslaesie.’
Ik lees niet verder. Ik besef wat er is gebeurd, maar het komt niet binnen. Dit kan ik niet zijn, dit moet een droom zijn, maar dat is het niet. Ik werd niet wakker in een droom, ik droomde dat ik wakker werd.

Reacties

Thérèse
beheerder
Laatst aanwezig: 1 uur 59 sec geleden
Sinds: 2 Aug 2009
Berichten: 5915
Grijze-sluier schreef:

En ik ben natuurlijk gewoon benieuwd wat er over het algemeen van wordt gevonden.

Soms gaat het bij een verhaal minder om de inhoud en meer om de stijl. De inhoud van het verhaal is best goed, en tegelijkertijd een beetje voorspelbaar (afhankelijk van de belezenheid van de lezer; bij sommigen zal vooral het eind een schok teweegbrengen; bij anderen een 'sja'-gevoel van: zoiets hebben we al eens eerder gelezen).

In dat laatste geval komt het dan vooral op stijl aan. Die is op dit moment nog te staccato, of anders gezegd: de zinnen zijn te weinig gevarieerd; ik haal er even wat constructies uit die je met wat creativiteit en speelsheid een andere 'look' kunt geven, waardoor het verhaal een spannender opbouw krijgt. Niet schrikken, maar dan zie je meteen wat ik bedoel. Je verhaal wemelt namelijk van de 'Ik'-zinnen:

Ik word
Ik sla
Ik voel
Ik open
Ik voel
Ik zou
Ik besluit
Ik trek
Ik zie
Ik sla
Ik sluit
Ik knijp
Ik wil
Ik herken
Ik kan
Ik voel
Ik wil
Ik zie
Ik lees
Ik werd
Ik droomde

Mijn advies zou zijn: probeer wat dat betreft bewegelijkheid in de formuleringen te krijgen. Hoe? Door gewoon te schrijven wát het personage voelt etc. Er is maar één personage in het verhaal, daarom zal de lezer zonder meer begrijpen dat zíj het is die dit alles doet of ondergaat.

Tijdens de zomervakantie schrijfmeters maken in De scribbe? Lees er meer over op deze pagina.

eppicninjabunny
Laatst aanwezig: 1 uur 49 min geleden
Sinds: 19 Jun 2017
Berichten: 79

Net als Thérèse schreef gebruik je heel veel Ik-zinnen, heel, heel, heel veel Ik-zinnen. Ik kan je een zinnetje geven zoals jij het schrijft en zoals ik het zou schrijven om je een idee te geven hoe het ook kan:

Jouw zin:
Ik voel dat een briesje mijn gezicht streelt.

Mijn zin:
Een briesje streelt mijn gezicht.

Of:
over mijn gezicht streelt een klein briesje.

Parttime schrijver, grafisch ontwerper en youtuber

Grijze-sluier
Laatst aanwezig: 19 uren 9 min geleden
Sinds: 1 Feb 2019
Berichten: 16

Dankjulliewel! Hier kan ik al heel veel mee en ik zal er zeker mee aan de slag gaan. Als ik dat heb gedaan zal ik een update zetten in de reacties.

JacG
Laatst aanwezig: 5 dagen 48 min geleden
Sinds: 19 Aug 2019
Berichten: 6
Citaat:

Daarnaast twijfel ik aan het einde. Kan dit eventueel sterker en zo ja, hoe?

Het eind kan inderdaad sterker. Hoe? Je zou door kunnen gaan op je thema en haar nóg een keer laten ontwaken. Weer terug in de kamer met het hemelbed. En dat blijkt dan gelukkig tóch haar echte wereld te zijn. Of zoiets.

Grijze-sluier
Laatst aanwezig: 19 uren 9 min geleden
Sinds: 1 Feb 2019
Berichten: 16

Bij deze de vernieuwde versie. Is het gebruik van 'ik' zo beter? Ik heb het geprobeerd te verminderen en te veranderen, zodat 'ik' niet aan het begin van de zin staat, maar ín de zin.
Daarnaast heb ik het einde ook een beetje aangepast naar het idee van JacG.

Ik word wakker in mijn hemelbed. Terwijl ik me omdraai, knijpen mijn ogen zich direct tot spleetjes. Een zonnestraal glijdt mijn kamer binnen door een opening tussen de handgemaakte, blauwe gordijnen. De maagdelijk witte dekens glijden sierlijk van mij af terwijl ik op de rand van het bed ga zitten. Een briesje streelt mijn gezicht. Mijn ogen openen zich nu volledig en aanschouwen de rust om mij heen. De kleding die ik de vorige avond op een net stapeltje op de stoel naast het bed heb gelegd, zegt me dat de vorige dag goed is afgesloten en ik voel me sereen. De kamerplant die groen siert tegen de witte muur, toont me de levenskracht die ik op anderen uitoefen. En de gordijnen die nog steeds zacht wapperen van het briesje geven een fijne rilling door heel mijn lichaam. Een warme rilling, die me het gevoel geeft dat ik veilig ben. Uren zou ik in deze kamer kunnen vertoeven en genieten van de sensatie die het teweegbrengt, maar ik besluit de kamer te verlaten.

Ik trek een zijden badjas aan en loop via de overloop en de trap naar beneden. Uit de brievenbus hangt de krant van vandaag. Op de massiefhouten eettafel leg ik hem neer en ik ga zitten. Op de voorpagina staat een stukje over een verkeersongeval. De krant leg ik open op ‘Pagina 08’ en lees daar dat een vrouw een ernstig auto ongeluk heeft gehad en met spoed naar het ziekenhuis is gebracht. “Of de situatie levensbedreigend is, valt nog niet te zeggen.” Ik sluit mijn ogen even.

Als ik ze weer open doe, voel ik een kille wind over mijn gezicht schuren. Een fel licht verblindt me en mijn ogen knijpen zich direct samen. Als ik eindelijk mijn ogen weer kan openen, blijkt het een plafondlamp die mijn ogen te verduren geeft. De lamellen voor het raam wapperen heen en weer door het grove geschut van de wind. Ik wil op de rand van het bed gaan zitten, maar kan mij niet bewegen. Ik kijk om me heen en zie naast me een stapeltje kleding liggen op een stoel. De kleding herken ik als die van mij, maar kan me niet herinneren het zelf te hebben opgevouwen. Het idee dat iemand me heeft uitgekleed en hier neer heeft gelegd jaagt me angst aan. Paniekerig kijk ik in het rond. Er staat een plantje op het nachtkastje naast het bed. Er hangt een kaartje aan, maar ik kan niet lezen wat erop staat. Er gaat een koele rilling door me heen en ik voel me steeds minder veilig. Ik wil zo snel mogelijk weg, maar kan me nog steeds niet bewegen. Aan de zijkant van het bed hangt een bord en ik kan net zien wat er op staat.
‘Elze van Kampen. Vrouw. 32 jaar. Verkeersongeval. Ernstig bloedverlies. Dwarslaesie.’
Ik lees niet verder. Mijn ogen sluiten zich in wanhoop en tranen verlaten ze. Als ik ze weer open, zien zij een zonnestraal mijn keuken binnenglippen. Ik adem diep in en een zucht van opluchting verlaat mijn lichaam.

eppicninjabunny
Laatst aanwezig: 1 uur 49 min geleden
Sinds: 19 Jun 2017
Berichten: 79
Grijze-sluier schreef:

Bij deze de vernieuwde versie. Is het gebruik van 'ik' zo beter? Ik heb het geprobeerd te verminderen en te veranderen, zodat 'ik' niet aan het begin van de zin staat, maar ín de zin.
Daarnaast heb ik het einde ook een beetje aangepast naar het idee van JacG.

Ik word wakker in mijn hemelbed. Terwijl ik me omdraai, knijpen mijn ogen zich direct tot spleetjes. Een zonnestraal glijdt mijn kamer binnen door een opening tussen de handgemaakte, blauwe gordijnen. De maagdelijk witte dekens glijden sierlijk van mij af terwijl ik op de rand van het bed ga zitten. Een briesje streelt mijn gezicht. Mijn ogen openen zich nu volledig en aanschouwen de rust om mij heen. De kleding die ik de vorige avond op een net stapeltje op de stoel naast het bed heb gelegd, zegt me dat de vorige dag goed is afgesloten en ik voel me sereen. De kamerplant die groen siert tegen de witte muur, toont me de levenskracht die ik op anderen uitoefen. En de gordijnen die nog steeds zacht wapperen van het briesje geven een fijne rilling door heel mijn lichaam. Een warme rilling, die me het gevoel geeft dat ik veilig ben. Uren zou ik in deze kamer kunnen vertoeven en genieten van de sensatie die het teweegbrengt, maar ik besluit de kamer te verlaten.

Ik trek een zijden badjas aan en loop via de overloop en de trap naar beneden. Uit de brievenbus hangt de krant van vandaag. Op de massiefhouten eettafel leg ik hem neer en ik ga zitten. Op de voorpagina staat een stukje over een verkeersongeval. De krant leg ik open op ‘Pagina 08’ en lees daar dat een vrouw een ernstig auto ongeluk heeft gehad en met spoed naar het ziekenhuis is gebracht. “Of de situatie levensbedreigend is, valt nog niet te zeggen.” Ik sluit mijn ogen even.

Als ik ze weer open doe, voel ik een kille wind over mijn gezicht schuren. Een fel licht verblindt me en mijn ogen knijpen zich direct samen. Als ik eindelijk mijn ogen weer kan openen, blijkt het een plafondlamp die mijn ogen te verduren geeft. De lamellen voor het raam wapperen heen en weer door het grove geschut van de wind. Ik wil op de rand van het bed gaan zitten, maar kan mij niet bewegen. Ik kijk om me heen en zie naast me een stapeltje kleding liggen op een stoel. De kleding herken ik als die van mij, maar kan me niet herinneren het zelf te hebben opgevouwen. Het idee dat iemand me heeft uitgekleed en hier neer heeft gelegd jaagt me angst aan. Paniekerig kijk ik in het rond. Er staat een plantje op het nachtkastje naast het bed. Er hangt een kaartje aan, maar ik kan niet lezen wat erop staat. Er gaat een koele rilling door me heen en ik voel me steeds minder veilig. Ik wil zo snel mogelijk weg, maar kan me nog steeds niet bewegen. Aan de zijkant van het bed hangt een bord en ik kan net zien wat er op staat.
‘Elze van Kampen. Vrouw. 32 jaar. Verkeersongeval. Ernstig bloedverlies. Dwarslaesie.’
Ik lees niet verder. Mijn ogen sluiten zich in wanhoop en tranen verlaten ze. Als ik ze weer open, zien zij een zonnestraal mijn keuken binnenglippen. Ik adem diep in en een zucht van opluchting verlaat mijn lichaam.

Dit stuk leest al een stuk beter. Sommige mensen gaan het misschien te langdradig vinden, maar ik vind zulke stukken echt geweldig.

Dit stuk zou een goed voorbeeld zijn voor 1Eduard, ik denk dat een aantal zijn thread nog wel in het geheugen staat gebrand. Hier zou hij eigenlijk een voorbeeld aan moeten nemen.

Edit: als je het over de duvel hebt. Hij heeft zojuist iets gepost.

Parttime schrijver, grafisch ontwerper en youtuber

Grijze-sluier
Laatst aanwezig: 19 uren 9 min geleden
Sinds: 1 Feb 2019
Berichten: 16
eppicninjabunny schreef:

Dit stuk leest al een stuk beter. Sommige mensen gaan het misschien te langdradig vinden, maar ik vind zulke stukken echt geweldig.

Dankjewel, wat een compliment! Ik hoop mensen te kunnen vermaken met wat ik schrijf en ben nog echt beginnend, dus ben blij dat ik u al heb kunnen vermaken!

Lees Schrijven Magazine
  • Schrijflessen van thrillerkoning Stephen King
  • Wanneer ben je klaar voor een uitgeverij?
  • Schrijftips van Sander Kollaard (Stadium IV)
  • Wat verdien je aan een boek?
  • Crashcourse publiciteit & promotie
  • Wat kun je doen tegen een schrijfdip?
  • Hoe voorkom je langdradige dialogen?

Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Neem vóór 23 september 16:00 u. een abonnement!

Introductiekorting!
Lees Schrijven Magazine!

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Meld je aan vóór 23 september!

Word abonnee