Lid sinds

9 jaar

Rol

[kinderverhaal] Voor kleuters: Pien en prins Pom

Naast mijn fantasy manuscript waar ik momenteel weer volop aan werk, ben ik ook bezig met een voorleesverhaal voor kleuters. Het is al eens proefgelezen, aan de hand daarvan heb ik verbeteringen aangebracht, daarna heeft het een tijdje stil gelegen en nu ben ik het weer helemaal aan het herschrijven. Het verhaal gaat over een meisje dat een fantasievriendje heeft, maar dan geheel verteld vanuit het perspectief van het fantasievriendje. Pien en prins Pom beleven allerlei avonturen, zowel in de echte wereld van Pien als in de fantasiewereld van Pom. Zo brengen ze bijvoorbeeld een bezoekje aan de supermarkt (gezien door de ogen van Pom, die nog nooit in een winkel is geweest), of ze proberen samen een draak te verslaan. Fantasie en werkelijkheid lopen in het verhaal dus behoorlijk door elkaar. Ik heb nu besloten de stap te wagen en het eerste hoofdstukje hier te plaatsen. Ik hoop op commentaar van mensen die (verstand hebben van) kinderverhalen schrijven, of van mensen die zelf kleuters hebben en regelmatig voorlezen. Mijn vragen: Sluit het aan bij de doelgroep, gaat het te snel of is het misschien juist te kinderlijk? Is het begin niet te beschrijvend? Denk je dat een dergelijk verhaal kinderen aanspreekt; zou je het zelf leuk vinden om zo’n verhaal voor te lezen? Andere feedback is natuurlijk ook zeer welkom.

Fragment

1. Prins Pom kan het helemaal zelf Fantasieland is een bijzonder land. Alles wat je maar kunt verzinnen, bestaat daar echt. Je kunt bijvoorbeeld een kasteel verzinnen, een kasteel met heel veel torens, en hup, het staat er al. De muren van het kasteel zijn wit en de torens zijn blauw. De daken hebben gouden pannen die blinken in de zon. In het kasteel woont een jongetje. Hij heet Pom. Pom is de prins van fantasieland. Dat kun je zien aan het kroontje op zijn hoofd. Het staat altijd een beetje scheef en zijn zwarte haartjes pieken er aan alle kanten onderuit. Prins Pom heeft precies vijf sproeten op zijn neus. Hij heeft ze zelf geteld, toen hij in de spiegel keek. Poms vader is de koning van Fantasieland en zijn moeder is de koningin. Samen moeten ze het land regeren. Dat is belangrijk werk. Ze hebben bijna nooit tijd om met Pom te spelen. Daarom heeft hij zijn eigen lakei. Die heet Mik en hij verzint altijd leuke spelletjes. Maar vandaag kan Mik niet spelen. Hij kan niet bouwen met de blokken en ook geen kuilen graven in de zandbak. Dat komt door zijn been. Daaromheen zit dik, wit gips. Pom kijkt ernaar met grote ogen. Wat is er gebeurd met Mik? ‘Ik was blij omdat de zon scheen,’ zegt Mik. ‘Ik was blij omdat het weer een leuke dag zou worden. Ik huppelde de torentrap af. En toen viel ik! Nu is mijn been gebroken.’ ‘Huppelen op de trap is erg onverstandig,’ bromt brombeer Bruin streng. Brombeer Bruin is de beer van prins Pom. Hij is zijn beste vriend. Hij is reuze verstandig. Pom houdt hem stevig in zijn armen. ‘Je kunt voorlopig niet met Pom spelen, Mik,’ zegt de koningin. ‘Je moet in de tuin onder de parasol in een stoel gaan zitten. Mijn lakei zal je thee en koekjes brengen.’ ‘Maar hoe moet het dan met prins Pom?’ vraagt Mik. ‘Wie moet er op hem passen? En wie moet er spelletjes voor hem verzinnen?’ ‘Ik pas wel op Pom,’ bromt Bruin. ‘Ik ben niet voor niets een erg verstandige brombeer.’ ‘Ik kan heus zelf wel iets verzinnen hoor,’ zegt Pom stoer. ‘Ik ben al groot!’ Maar eerst mag hij zijn naam op het gips schrijven. Dat kan hij al goed. Met mooie letters schrijft hij: Pom. Brombeer Bruin mag ook zijn naam schrijven. Pom houdt de stift voor hem vast. Het puntje van zijn tong komt tussen zijn tanden. Hij schrijft: Bruin. ‘Dat is heel netjes, Pom,’ zegt zijn moeder de koningin. ‘Je bent echt al groot. Groot genoeg om zelf iets verzinnen. Ga maar lief spelen!’ Pom voelt een kriebeltje in zijn buik. Hij geeft nog gauw een kusje op het gips. Hij vindt het zielig voor Mik, maar het is ook spannend. Nu kan hij alles gaan doen wat hij maar wil! Eerst gaat hij met brombeer Bruin naar de tuin. Daar is de tuinman bloemen aan het plukken. ‘Mag ik ook plukken?’ vraagt Pom. Hij kijkt verlangend naar de rode, de gele en de blauwe bloemen die allemaal heerlijk ruiken. ‘Nee,’ zegt de tuinman. ‘Ik moet boeketjes maken voor alle meisjes die vandaag jarig zijn. Opdracht van de koningin.’ Pom en brombeer Bruin gaan naar de keuken. ‘Mag ik koekjes bakken?’ vraagt Pom. ‘Nee,’ zegt de kok. ‘Ik moet broodjes bakken voor alle kinderen die honger hebben. Opdracht van de koning.’ ‘Zo gaat het als je een prinsenkind bent,’ zegt Pom tegen brombeer Bruin. ‘Dan heeft niemand tijd voor je.’ ‘Ik ben er toch?’ bromt Bruin. ‘Jawel,’ zegt Pom gauw. ‘Jij bent mijn allerbeste vriend, ouwe brombeer! Maar ik wil weleens met andere kinderen spelen. En niet enkel met jou of met Mik.’ ‘Andere kinderen,’ bromt Bruin. ‘Die rennen en gillen en plagen. Het is heus niet zo leuk om met ze te spelen.’ ‘Wel waar,’ zegt Pom koppig. Vastbesloten klemt hij brombeer Bruin onder zijn arm. Hij zal wel eens op zoek gaan. Eén enkel kind moet er in het kasteel toch wel te vinden zijn?

Lid sinds

7 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Ik hoop op commentaar van mensen die (verstand hebben van) kinderverhalen schrijven, of van mensen die zelf kleuters hebben en regelmatig voorlezen.
Ik heb nooit een kinderverhaal geschreven (niet zo tenminste) en ik heb zelf ook geen kleuters én ik lees ze ook niet voor. Maar toen ik het fragment las, kreeg ik een brede glimlach op mijn gezicht dus ik zal toch 'proberen' om iets nuttigs (of iets in die richting) te reageren. Door de zin:
Je kunt bijvoorbeeld een kasteel verzinnen, een...
Kreeg ik het idee dat het kasteel dat je daarna omschrijft op dat moment 'ontstaat', maar later vertel je dat Pom erin woont. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik het verkeerd begrijp...
De daken hebben gouden pannen die...
Ik heb het idee dat een kleuter de 'gouden pannen' linken aan daadwerkelijke pannen, i.p.v dakpannen. :o Heel veel feedback heb ik niet, omdat ik natuurlijk totaal geen ervaring met kleuters heb en ik zelf ook nooit kinderverhalen schrijf. Maar ik heb toch iets geprobeerd :nod: Hoop dat je er íets aan hebt gehad.

Lid sinds

10 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Ik heb het idee dat het eerste stukje over het verzinnen van het kasteel gericht is aan de kleuter. Je kunt een kasteel verzinnen en hop, het staat er. En in dat kasteel woont dan een jongetje, waarna het over dat jongetje gaat.

Lid sinds

7 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Ook ik had even moeite met het eerste stukje. Kun je het verbinden aan elkaar? Iets als... "Fantasieland is een bijzonder land. Alles wat je maar kunt verzinnen, bestaat daar echt. Je kunt bijvoorbeeld een kasteel verzinnen, een kasteel met heel veel torens, en kijk, het staat er al. Zie je de witte muren van het kasteel? De torens zijn blauw, de daken hebben gouden pannen die blinken in de zon. In het kasteel woont een jongetje. Hij heet Pom. Pom is de prins van fantasieland..." Op deze manier trek je het kind mee in iets wat jij gaat tekenen, maken, fantaseren, bedenken... Verder een erg leuk verhaaltje! Niet teveel beschrijvend vind ik. Ik denk dat kinderen het leuk vinden en het taalgebruik is sowieso gezellig. Maar kinderen om voor te lezen heb ik niet! Kleine dingetjes: - is het woord 'enkel' niet wat te ouwelijk? - gips in een fantasiewereld: die breuk tover je toch zo weg? :) Groetjes Elza

Lid sinds

9 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Gek: je geeft aan dat de lezer alles mag verzinnen en een zin later vul je alles in voor mij. Er staan te veel volwassen woorden in maar de toon vind ik leuk.

Lid sinds

9 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Bedankt voor jullie reacties :) Ik zie al dat ik duidelijker moet maken dat Pom ook verzonnen is; dat is wel belangrijk voor het verhaal. Aaron: Dat van die pannen was ik zelf ook al een beetje bang voor. Misschien moet ik er toch gewoon dakpannen van maken. Elza: Vooralsnog wordt er in deze fantasiewereld niet getoverd. Al sluit ik niet uit dat ze ooit nog eens zoiets zullen verzinnen :) . Nienke; Ik zal het taalgebruik nog eens onder de loep nemen. Ik ben al snel bang dat het te kinderachtig wordt.

Lid sinds

7 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Ik vind het een goed verhaal. [Ik ga de opleiding pedagogisch medewerker kinderopvang doen maar heb nu natuurlijk nog niet zoveel ervaring..] Het is niet te ingewikkeld, maar ook niet te eenvoudig. Een leuk verhaal om te leren hoe je naar een verhaal kan luisteren en dat volgen. Als je er leuke plaatjes bij hebt het perfecte voorleesboekje. Let wel op dat de woorden niet te moeilijk zijn, kinderen leren de verhalen ook uit hun hoofd en willen dat het ook altijd precies hetzelfde voorgelezen wordt. Dan moeten ze wel alle woorden kunnen begrijpen. ik hoop dat je daar iets aan hebt. Groetjes Lucia

Lid sinds

9 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Er is een verschil tussen kinderachtig en (ik wil geen onvriendelijk woord gebruiken want zo bedoel ik het niet) ouwbollig of bejaard. Wat je vaak ziet in jeugd en YA is dat er woorden en gezegdes instaan die alleen mensen van boven de 30-40 gebruiken. Doorslaan naar de andere kant is ook niet de bedoeling. Maak het levendiger en uitdagender. Verzin woorden etc.