Lid sinds

3 jaar 10 maanden

Rol

[gedicht] Kerst

Graag wat feedback als dat mogelijk is, ben benieuwd wat iemand van de stijl vind

Fragment

Ik kan alleen maar lachen en huilen ook misschien. Het is kerst en zodra ik het schrijf, is het vervlogen, een idee, dat wat ik verdien. Een beetje een vleugje een herinnering van dat. De boom optuigen, de droom in duigen, mijn hand op mijn hart, vallend naar de nieuwe start die nu maar niet lijkt aan te breken. Breken is een groot woord en ik voel dat het me raakt. Vertel mezelf weer keer op keer dat de kerst vanzelf vergaat. Met de zon, ga godverdomme onder, weer een dag en kopje onder. Blijkbaar strijden, klote tijden, waar ik me niet van kan bevrijden. Sta op stop en tel de dagen, stel de vragen, maar niet serieus. Het is maar kerst de rest verpest al datgeen wat ik er ooit mooi aan vond. En het was zo mooi en ik wil zo graag geloven, wil glitters kopen, boom optuigen, me verloven, kinderen beloven, dat in dit moment je dingen krijgt. Geleid door warmte en gezelligheid, wat even snijd in al dat harde, kanker en nijd. En met een kus op het voorhoofd van mijn zoon, sluip ik naar beneden weer terug om de boom. Waar ik met mijn liefsten en familie fluisterend geniet, van alles wat ik verloren heb en hij nu niet meer ziet. En het vervaagd en zakt in als as, zo symbolisch, luguber en ik tast door het stof wat ooit mijn leven was. En huil als een kind, die ik in het verleden las. Tussen de regels en met hoop en zegen. Zo bemind en nu versleten. En gedoemd te gaan door het feest als een geest. De schim van het gevoel wat het ooit is geweest. En als je dit leest schrik dan niet van mijn zijn. Het is alles wat ik heb, de rest is schone schijn. Dus kanker op met al je eten, je kerstdiner dat vette vreten. Ik fist de kalkoen, ik pis in de soep. Tuf in de sla, op de muur smeer ik poep. En lach en ik huil, ik ben ook zo geweest. Trap de cadeautjes kapot, krijg de kanker dit feest. Krijg de kanker Maar het doet me wat en dat weet ik wel. Geen feest voor mij, maar slechts besef, dat de dagen me vinden en raken beseft, dat ik door moet en voel dat het nu pas begint. De teller op nul en de aanhouder wint. Ik ben al begonnen, nog nooit overwonnen en voor nu is het gaan en voor een ander nooit meer. En dan heel misschien, nadat ik mezelf verdien. Aan het einde van mijn tijd, rond de tijd dat het bevrijd. Zal er ooit weer een boom in mijn kamer staan. En zullen de mensen niet tot as vergaan. En kan ik de leegte vullen met echt. Versier de boom, einde gevecht.

Lid sinds

4 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
@Levidehaan Je hebt het blijkbaar moeilijk met: wat geweest is, is niet meer, al evenmin als datgene wat nooit geweest is. En ja, als wat is, is er het volgende ogenblik niet meer. Nadat we er eeuwen niet geweest zijn, zijn we er ineens wel en na een tijdje zullen we er opnieuw niet meer zijn. Je zou er haast gek van worden, als het hart niet zou zeggen: dat kan niet kloppen - na je zwartgallig begin, - eindigt je gedicht daar dan ook mee.

Lid sinds

10 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Het boek is nogal rauw geschreven, ben benieuwd naar wat andere lezers / schrijvers ervan vinden
Rauw geschreven - wat zou dat kunnen zijn?
Graag wat feedback als dat mogelijk is, ben benieuwd wat iemand van de stijl vind
De stijl van dit gedicht is in ieder geval niet rauw.
Dus kanker op met al je eten, je kerstdiner dat vette vreten. Ik fist de kalkoen, ik pis in de soep. Tuf in de sla, op de muur smeer ik poep. En lach en ik huil, ik ben ook zo geweest. Trap de cadeautjes kapot, krijg de kanker dit feest. Krijg de kanker
Is dit rauw? Ik vind het niet prettig om te lezen. Ik zou mij de naam van de dichter inprenten en er geen enkel gedicht meer van willen lezen. Maar dat is smaak. Liever niet twisten of vechten. Het gedicht zelf heeft een aantal herhalingen - en - en - en - En - en - en, in zich. Die vallen mij op, als proeflezer. Ik zou het een fractie strakker schrijven - niet eens echt polijsten - slechts hier en daar een poetsdoekje erover. Een beetje een vleugje een herinnering van dat. # Een vleugje, een herinnering van dat. Vertel mezelf weer keer op keer dat de kerst vanzelf vergaat. # Vertel mezelf, keer op keer, de kerst vanzelf vergaat. Tuf in de sla, op de muur smeer ik poep. # Tuf in de sla, smeer poep op de muur. En het was zo mooi en ik wil zo graag geloven, wil glitters kopen, boom optuigen, me verloven, kinderen beloven, dat in dit moment je dingen krijgt. # Het was zo mooi, wil zo graag geloven, wil glitters kopen, boom optuigen, me verloven, kinderen beloven, dat in dit moment - je dingen krijgt. Best een aardig gedicht om één keer te lezen. Het aanhoren - dat zal anders zijn, ik zou verloren - raken door de vele malen en, niet weten, is het een den, een beuk naar mijn hoofd, de boom niet herkennen, in het bos, mij afwenden van de dichter, opschrikken als hij roept, krijg de kanker.