Start » Proeflezen » [Fictie/ horror] Sheol, de wachtkamer

[Fictie/ horror] Sheol, de wachtkamer

Door: Limbus
Op: 6 juni 2018

Dit is een passage uit mijn manuscript.
Ik ben razend benieuwd naar uw vakkundig vernietigende of opbouwende oordeel. smile
Voelt u zich verbonden?
Is de situatie voldoende geschetst zodat u zich kan inleven?
Het is natuurlijk niet gemakkelijk om een situatie te schetsen in 4500 tekens maar... shoot wink

alvast bedankt.

Fragment: 

Peter werd hoestend en kuchend wakker. Een grijze stofwolk vloog op en zijn mond zat er vol van. Hij zette zich recht en probeerde adem te halen. Alles rook naar zwavel. De lucht was zwaar en droog. Hij keek verbouwereerd rond zich. Hij lag op de grond in het stof. De lucht was pikzwart, zonder sterren. Aan de hemel stond enkel een kleine, vuurrode maan. De horizon was een roodachtige gloed. Overal waren rotsen en stenen, bergen in de verte en hier en daar kwam rook uit de grond. De bodem leek op de maan maar het voelde alsof hij op een vulkaan zat. Hij probeerde weer adem te krijgen maar het zuurstofgehalte leek beperkt. Een eind verder lagen Helena en Anthony op de grond in het stof. Peter krabbelde recht en liep naar Helena. Stofwolken vlogen op rond zijn voeten. Het was drukkend warm. Helena lag op haar zij en leek bewusteloos. Anthony bewoog zijn arm en Peter hoorde hem hoesten. Hij schudde aan haar schouder.

“Helena, Helena. Wakker worden.” Ieder woord was lastig en deed hem hoesten. Hij keek naar Anthony die net rechtop ging zitten en het stof uit zijn gezicht en zijn ogen wreef. Helena hoestte en opende haar ogen.
“Waar zijn we? Wat is er gebeurd?”
“De Ördögs, ze hebben ons aangevallen, meer weet ik niet.”
Ze zette zich recht en probeerde adem te halen. Ze hoestte weer en hield haar bestofte hand voor haar mond. Op handen en knieën kwam Anthony naar hen toe, zwaar ademend.
“Mijn God, waar zijn we hier?” vroeg hij, Peter schudde zijn hoofd. Hij deed zijn jasje uit en gooide hem in het stof.
“Geen idee maar het ziet er niet goed uit.”
Anthony keek naar de rode schijn aan de horizon en de vuurrode maan en zei niets. Peter zag dat hij bezorgd was. Ze probeerden op te staan, iedere beweging was lastig en deed hen happen naar adem. Een eindje verder waren hoge rotsformaties waarrond hier en daar witte rook opsteeg. Elkaar ondersteunend gingen ze die richting uit, stofwolken vlogen op bij elke stap die ze zetten. Het duurde een eeuwigheid voor ze strompelend de hoge rotsen bereikten, al was de afstand niet zo ver. Hooguit honderd meter. Ze gingen uitgeput tegen de bergwand zitten, de rots voelde gloeiend heet aan.
“Ik zou alles geven voor een beker water.” kuchte Peter, hij keek naar de grond en schudde zijn hoofd. Niemand had de kracht om te reageren. Ze bleven zo een tijdje zitten, kijkend naar de pikzwarte lucht zonder sterren. Plots stond Anthony recht en stapte verder langs de rotswand. Hij steunde met zijn arm langs de stenen. Peter en Helena stonden op en volgden hem.
“Wat ga je doen?”
“Als we hier geen water vinden ziet het er niet goed uit voor ons.”
Ze strompelden verder tot ze het eind van de rotsformatie bereikten. De rook die hier en daar uit de grond kwam geurde naar zwavel. Aan de laatste rots hield Anthony halt en wees naar iets een eind verder. Peter en Helena kwamen bij hem staan.
“Daar ligt iets in het stof.” kuchte hij.
Peter tuurde met zijn pijnlijk betraande ogen. “Is dat een mens?”
“Ik weet het niet, ik denk het.” Anthony strompelde er naar toe. Peter en Helena volgden. De afstand was maar dertig meter maar het leek wel een kilometer. Net toen ze dichterbij kwamen bewoog de gedaante op de grond. Het hief een arm naar hen uit. Anthony aarzelde maar ging toen verder. Op een meter van de mens bleef hij verschrikt staan. Voor hen lag een vrouw, naakt in het stof. Ze had geen haar, geen wenkbrauwen. Ze was helemaal zwartgeblakerd en keek hen met bloeddoorlopen ogen aan. Haar vel was op verschillende plaatsen losgekomen en ze vertoonde grote zwarte blaren op haar huid. Haar vingers waren helemaal zwart. De geur van verbrand vlees was merkbaar boven de zwavel.
Helena hield haar beide handen voor haar mond, Peter voelde het bloed uit zich stromen.
“Help me.” fluisterde de vrouw amper hoorbaar.
Peter, Helena en Anthony waren versteend. Ondanks haar toestand probeerde de vrouw hun richting uit te kruipen in het stof. Door haar bewegingen scheurde haar verbrande vel verder open en Peter zag dat er zich reeds nieuwe, rode huid onder had gevormd.
Helena liep weg, Peter ging er achteraan.
“Helena, blijf bij ons. We moeten samenblijven.”
Peter hoorde haar huilen en hoesten tegelijk. Hij haalde haar in en omsloot haar in zijn armen.
“We moeten samenblijven.” zei hij troostend.

Reacties

Limbus
Laatst aanwezig: 2 dagen 2 uren geleden
Sinds: 23 Mei 2018
Berichten: 22

"vervolg"

* verwijderd door beheer i.v.m. regels van proeflezen *

janpmeijers
Laatst aanwezig: 4 min 52 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 5906

limbus,

'Voelt u zich verbonden?'
Nee, nog niet.
'Is de situatie voldoende geschetst zodat u zich kan inleven?'
je schetst het voortdurend, zie voorbeelden:

Probeer het decor/de omgeving in eenmaal zorgvuldig en specifiek te omschrijven. Nu val je steeds in herhaling bijvoorbeeld met het stof:
Een grijze stofwolk vloog op en zijn mond zat er vol van.
op de grond in het stof.
Stofwolken vlogen op rond zijn voeten.
en het stof uit zijn gezicht en zijn ogen wreef.
en gooide hem in het stof.
stofwolken vlogen op bij elke stap die ze zetten.
“Daar ligt iets in het stof.” kuchte hij.
naakt in het stof.

En de lucht:
De lucht was pikzwart, zonder sterren. Aan de hemel stond enkel een kleine, vuurrode maan. De horizon was een roodachtige gloed.
en even verder:
kijkend naar de pikzwarte lucht zonder sterren.

Hetzelfde met de adem/kuchen en hoesten:
Peter werd hoestend en kuchend wakker.
Peter hoorde hem hoesten.
en deed hem hoesten.
Helena hoestte en opende haar ogen.
Ze hoestte weer
Peter hoorde haar huilen en hoesten tegelijk.

Doseer al die dingen en concentreer je vervolgens op het handelen van de personages.

Citaat:

Een grijze stofwolk vloog op en zijn mond zat er vol van.

Hier staat dat zijn mond vol zat van een grijze stofwolk. Schrijft wat je werkelijk bedoelt

Succes.

Limbus
Laatst aanwezig: 2 dagen 2 uren geleden
Sinds: 23 Mei 2018
Berichten: 22

Dag Jan,

hartelijk bedankt voor je feedback, ik apprecieer het enorm, zeker van iemand als u. wink

Grappig inderdaad, de herhalingen in dat stukje.
Ik wou de nadruk leggen op de moeilijke omgeving maar dat lukt ook zonder het tienmaal te vermelden.
Bizar genoeg doe ik niet in het vervolg, daar ligt de nadruk zoals je zegt meer op het handelen van de personages.
Ik heb het even herwerkt, zie hieronder.

Mag ik toch even vragen om het vervolg even te lezen dat ik zal posten.
Het gaat me eigenlijk erom te zien of het stukje "werkt", als geheel, want dit is inderdaad niet duidelijk waar het over gaat.
Ik kreeg het echter niet gepost in 4500 tekens smile

Nogmaals bedankt en vriendelijke groet,
Patrick (Limbus)

ps: meer feedback is welkom

Limbus
Laatst aanwezig: 2 dagen 2 uren geleden
Sinds: 23 Mei 2018
Berichten: 22

Peter werd hoestend en kuchend wakker. Een stofwolk vloog op en zijn mond leek wel een volle asbak. Hij zette zich recht en probeerde adem te halen. Alles rook naar zwavel. De lucht was zwaar en droog. Hij keek verbouwereerd rond zich. Hij lag op de grond in grijsachtig stof. De lucht was pikzwart, zonder sterren. Aan de hemel stond enkel een kleine, vuurrode maan. De horizon was een roodachtige gloed. Overal waren rotsen en stenen, bergen in de verte en hier en daar kwam rook uit de grond. De bodem leek op de maan maar het voelde alsof hij op een vulkaan zat. Hij probeerde weer adem te krijgen maar het zuurstofgehalte leek angstvallig beperkt. Een eind verder lagen Helena en Anthony op de grond. Peter krabbelde recht en liep naar Helena. Stofwolken vlogen op rond zijn voeten. Het was drukkend warm. Helena lag op haar zij en leek bewusteloos. Anthony bewoog zijn arm en Peter hoorde hem hoesten. Hij schudde aan haar schouder.
“Helena, Helena. Wakker worden.” Ieder woord was lastig en deed hem happen naar adem. Hij keek naar Anthony die net rechtop ging zitten en het stof uit zijn gezicht en zijn ogen wreef.
Helena hoestte en opende haar ogen.
“Waar zijn we? Wat is er gebeurd?”
“De Ördögs, ze hebben ons aangevallen, meer weet ik niet.”
Ze zette zich recht en probeerde adem te halen. Ze hoestte weer en hield haar bestofte hand voor haar mond. Op handen en knieën kwam Anthony naar hen toe.
“Mijn God, waar zijn we hier?” vroeg hij, Peter schudde zijn hoofd. Hij deed zijn jasje uit en gooide hem op de grond.
“Geen idee maar het ziet er niet goed uit.”
Anthony keek naar de rode schijn aan de horizon en de vuurrode maan en zei niets. Peter zag dat hij bezorgd was. Ze probeerden op te staan, iedere beweging was lastig en schuurde in hun keel. Een eindje verder waren hoge rotsformaties waarrond hier en daar witte rook opsteeg. Elkaar ondersteunend gingen ze die richting uit, stofwolken vlogen op bij elke stap die ze zetten. Het duurde een eeuwigheid voor ze strompelend de hoge rotsen bereikten, al was de afstand niet zo ver. Hooguit honderd meter. Ze gingen uitgeput tegen de bergwand zitten, de rots voelde gloeiend heet aan.
“Ik zou alles geven voor een beker water.” rochelde Peter, hij keek naar de grond en schudde zijn hoofd. Niemand had de kracht om te reageren. Ze bleven zo een tijdje zitten, kijkend naar het angstaanjagende zwarte luchtruim. Plots stond Anthony recht en stapte verder langs de rotswand. Hij steunde met zijn arm langs de stenen. Peter en Helena stonden op en volgden hem.
“Wat ga je doen?”
“Als we hier geen water vinden ziet het er echt niet goed uit voor ons.”
Ze strompelden verder tot ze het eind van de rotsformatie bereikten. De rook die hier en daar uit de grond kwam geurde naar verstikkend zwavel. Aan de laatste rots hield Anthony halt en wees naar iets een eind verder. Peter en Helena kwamen bij hem staan.
“Daar ligt iets in het stof.” kuchte hij.
Peter tuurde met zijn pijnlijk betraande ogen. “Is dat een mens?”
“Ik weet het niet, ik denk het.” Anthony strompelde er naar toe. Peter en Helena volgden. De afstand was maar dertig meter maar het leek wel een kilometer. Net toen ze dichterbij kwamen bewoog de gedaante op de grond. Het hief een arm naar hen uit. Anthony aarzelde maar ging toen verder. Op een meter van de mens bleef hij verschrikt staan. Voor hen lag een vrouw, naakt. Ze had geen haar, geen wenkbrauwen. Ze was helemaal zwartgeblakerd en keek hen met bloeddoorlopen ogen aan. Haar vel was op verschillende plaatsen losgekomen en ze vertoonde grote zwarte blaren op haar huid. Haar vingers waren helemaal zwart. De geur van verbrand vlees was merkbaar boven de zwavel.
Helena hield haar beide handen voor haar mond, Peter voelde het bloed uit zich stromen.
“Help me.” fluisterde de vrouw amper hoorbaar.
Peter, Helena en Anthony waren versteend. Ondanks haar toestand probeerde de vrouw hun richting uit te kruipen. Door haar bewegingen scheurde haar verbrande vel verder open en Peter zag dat er zich reeds nieuwe, rode huid onder had gevormd.
Helena liep weg, Peter ging er achteraan.
“Helena, blijf bij ons. We moeten samenblijven.”
Peter hoorde haar huilen en hoesten tegelijk. Hij haalde haar in en nam haar in zijn armen.
“We moeten samenblijven.” zei hij troostend.

Lees Schrijven Magazine

THEMA: Week van het Schrijven | Overzicht schrijfcursussen

  • Kritiek geven en ontvangen: o zo moeilijk!
  • Ellen Deckwitz: zo word je een geweldige dichter
  • Schrijftips van Bert wagendorp (Ventoux)
  • Talent pools bij uitgeverijen: hoe kom je erbij?
  • Leer liedjesschrijven van Jan Rot
  • Hoe voorkom je fouten in perspectief?
  • Scenarioschrijven: zo geef je een personage vorm
  • Wat romanschrijvers van speechschrijvers kunnen leren (en vice versa)
  • Hoe vorm je familieverhalen om tot een roman?

Nog geen abonnee? Meld je aan vóór maandag 21 juli 16:00 u., dan krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN
Mis Schrijven Magazine niet!

Het komende nummer van Schrijven Magazine niet missen? Word vóór 16.00 u. abonnee!

Superaanbieding!