Lid sinds

6 jaar 7 maanden

Rol

[Fantasy] Zij die de zon draagt #2

Ik heb al eerder een eerste fragment laten proeflezen. Dit is iets verderop in mijn boek een volgende fragment. Is dit goed omschreven? Is het duidelijk? Blijft het spannend genoeg?

Fragment

Het volgende moment zag ze zichzelf en X. vanop een hoogte zitten, alsof haar geest van haar lichaam werd gescheiden. Hulpeloos werd haar geest verder meegetrokken richting het noorden. Ze kon niet anders dan eraan toegeven. Vaag hoorde ze X. haar naam noemen. Zijn stem klonk steeds zwakker en stierf weg terwijl ze steeds sneller werd meegezogen. Terwijl ze verder gleed zweefde ze over de bergen en de vlakte daarachter. Ze zag vele wouden onder haar doorschieten, gevolgd door bergen die nog hoger waren dan de vorige. Alles wat ze zag was bedekt met sneeuw. Toen ze over hun toppen uitsteeg zag ze tot haar ontsteltenis dat het landschap erachter er volledig zwart uitzag. Angstig voelde ze dat ze er werd heengetrokken. Het landschap was gehuld in duisternis. Zich verzetten had geen zin. Machteloos werd ze erheen getrokken. Al zwevend door de duisternis begon ze beweging waar te nemen. Ze zag vele in zwart geklede mannen die als twee druppels water geleken op de legers in haar droom enkele dagen geleden. Machteloos gleed haar geest hun richting uit alsof iemand haar wilde laten zien dat ze met velen waren. Opeens zag ze wanden links en rechts van haar opdoemen doorheen de duisternis die haar de indruk gaven dat ze zich onder de grond moest bevinden. Hun oneffenheid en ruwheid wezen erop dat deze gangen met de brute kracht waren uitgegraven, zonder oog voor detail. De ene gang na de andere zweefde ze in en weer uit. Al deze gangen waren propvol met in het zwart geklede mensen. Dichterbij komend zag ze dat het geen echte mensen waren zoals zij ze kende. In hun ogen zag ze geen leven. Ze zou ervoor teruggedeinsd zijn als ze had gekund. Iets dwong haar toe te kijken. In de verste uithoeken van haar geest hoorde ze een bekende lach die haar hele geest vulde met afschuw. Ze dacht verloren te zijn in duisternis omdat er geen einde aan leek te komen. Haar geest tot stilstand vlak voor een in een lange zwarte mantel gehulde gedaante. Zijn kap was ruim, waardoor die ver over zijn hoofd viel, zo zijn gezicht verhullend. Maar haar geest vervulde zich met afschuw en nog meer duisternis die haar dreigde te verstikken toen ze voelde hoe ze gedwongen werd naar hem te blijven kijken. Ze hoorde de woorden in haar geest. ‘Denk maar niet dat je door je Jurarch aan mij zal weten te ontkomen Mirah,’ spotte een zware en luide stem in haar geest. ‘Spoedig nu zal jij mij tot nut zijn en zal je iedereen die je voor je zal weten te winnen verraden.’ Ze deed nog steeds verwoede pogingen om zich te verzetten maar ze had er de kracht niet toe. Opeens had ze er ook de moed niet voor. Het was eenvoudiger dit gewoon te laten gebeuren. Wat kon het haar schelen. Alles had ze toch al verloren en er was niets of niemand om voor te vechten.

Lid sinds

7 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Is dit goed omschreven? Nog niet. Te veel herhaling, m.n. het woord geest wordt veel herhaald. En zweven, glijden etc. Het wordt sterker als dat wat minder is, lijkt me. Is het duidelijk? Ja, maar... de opmerking aan het eind kan ik niet helemaal rijmen met de eerder genoemde angt. Ze is toch bang? Dan kan ze zich toch niet helemaal overgeven, gewoon bedenken dat ze niets heeft om voor te vechten? Die angst vind ik boeiender. Blijft het spannend genoeg? Ja, ik vind het wel spannend, wil daardoor wel verder lezen.

Lid sinds

10 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Hey Mirah, Je hebt een intrigerend stukje geschreven dat zeker uitnodigt tot verder lezen! Dat gezegd hebbende, zijn er wel wat punten waarop je je schrijven kunt verbeteren. Jo-AnnE vermeldde al dat er teveel herhaling inzit en dat is inderdaad zo. Door deze herhaling vertraag je je actie en neem je onbedoeld wat van de spanning weg. Ik heb je tekst even puntsgewijs bij langsgelopen: 1 Het volgende moment zag ze zichzelf en X. vanop een hoogte zitten, alsof haar geest van haar lichaam werd gescheiden. Hulpeloos werd haar geest verder meegetrokken richting het noorden. Ze kon niet anders dan eraan toegeven. - De eerste zin leest niet echt lekker door het woordje 'vanop'. Misschien kun je de zin wat door elkaar husselen en er iets als: 'Het was alsof haar geest van haar lichaam werd gescheiden en ze op X en zichzelf neerkeek van grote hoogte.' van maken? De twee zinnen daarna zijn eigenlijk een herhaling van elkaar: ze wordt hulpeloos meegetrokken en kan daar niets aan doen - dat is de definitie van hulpeloos, dus moet je hier één van de twee weglaten. Schrap of het woordje 'hulpeloos' en laat de zin met 'Ze kon niet anders dan eraan toegeven.' staan, of laat het woordje 'hulpeloos' staan en schrap de dan overbodige, uitleggende zin daarna. 2 Toen ze over hun toppen uitsteeg zag ze tot haar ontsteltenis dat het landschap erachter er volledig zwart uitzag. - Deze zin leest ook niet lekker, vooral door de 'erachter er'. Ik zou de zin ietwat veranderen zodat deze er bijvoorbeeld zo uit komt te zien: 'Toen ze over hun toppen uitsteeg, veranderde het landschap in een eindeloze zwarte zee.' Of iets in die trant. 3 Zich verzetten had geen zin. Machteloos werd ze erheen getrokken. - Hier doe je hetzelfde als bij punt 1: je hebt een uitleggende zin 'Zich verzetten had geen zin' die de definitie geeft van een woord in een andere zin, in dit geval 'machteloos'. Ook hier zou ik dus één van de twee schrappen. 4 Al zwevend door de duisternis begon ze beweging waar te nemen. Ze zag vele in zwart geklede mannen die als twee druppels water geleken op de legers in haar droom enkele dagen geleden. - In deze zinnen zit een contradictie: alles is in duisternis gehuld, maar zij kan mannen die in het zwart zijn gekleed onderscheiden... Hoe doet ze dat dan? Is er ergens een bron van licht? Of is de duisternis toch niet zo volledig? 5 Machteloos gleed haar geest hun richting uit alsof iemand haar wilde laten zien dat ze met velen waren. - Je had al vermeld dat haar geest machteloos was dat hoef je de lezer niet nog een keer te vertellen ;) 6 Opeens zag ze wanden links en rechts van haar opdoemen doorheen de duisternis die haar de indruk gaven dat ze zich onder de grond moest bevinden. Hun oneffenheid en ruwheid wezen erop dat deze gangen met de brute kracht waren uitgegraven, zonder oog voor detail. - De eerste zin leest niet lekker, dit komt vooral door het woordje 'doorheen'. Wat wil je hier precies zeggen? Bedoel je dat de wanden de duisternis doorbreken? En zo ja, hoe doen ze dat dan? Geven ze licht of hangen er toortsen aan? Hierna vermeld je ineens dat het lijkt alsof ze ondergronds is. Hoe weet ze dit? Als het al die tijd al duister was hoe kan ze dan nu merken dat ze ondergronds is? Is er een verandering in bijvoorbeeld luchtdruk, geur of de manier waarop geluid wordt weerkaatst? Geef de lezer een indicatie van hetgeen er verandert in de omgeving. De tweede zin is een beetje vreemd. Waarom zou de ruwheid en oneffenheid van een rotswand moeten wijzen op het gebruik van brute kracht bij het uithouwen van een ondergrondse tunnel? Zelfs als je heel voorzichtig zou beitelen en houwen wordt het oppervlak van een rotswand nooit glad en effen. Dan zou je er met een polijstmachine overheen moeten gaan ofzo. 7 De ene gang na de andere zweefde ze in en weer uit. Al deze gangen waren propvol met in het zwart geklede mensen. - Hier heb je weer een contradictie. De gangen zijn propvol, maar toch weet zij zonder problemen erdoorheen te zweven. Dit betekent dan ofwel dat de gang niet echt propvol is, ofwel dat haar geest door de mensen heen moet gaan. Daarnaast blijft je omgeving erg statisch. Je hebt het nu al voor de tweede keer over 'in het zwart geklede mensen' maar wat doen die mensen? Hoe ziet hun kleding er precies uit? Hebben ze een zwart harnas aan? Of misschien een eenvoudige broek en tuniek? Of dragen ze allemaal een soort jurken? Besteed wat meer aandacht aan de details want hierdoor komt het verhaal veel meer tot leven. Bovendien lijkt het me sterk dat al die mensen stilstaan. Voeg wat beweging toe. En als ze wel stilstaan zoom dan bijvoorbeeld in op gezichtsuitdrukkingen die afwachtend, stoïcijns, vastberaden of iets dergelijks zijn. Geef de lezer een indicatie van wat die mensen daar aan het doen zijn en waar ze op wachten. 8 Haar geest tot stilstand vlak voor een in een lange zwarte mantel gehulde gedaante. - Hier mist een werkwoord. 9 Zijn kap was ruim, waardoor die ver over zijn hoofd viel, zo zijn gezicht verhullend. - Deze zin is erg uitleggerig dit kun je intrigerender maken. Je hoeft niet alles te benoemen voor de lezer. Als je zegt dat de kap tot ver over zijn hoofd (of eigenlijk gezicht) viel dan snap ik wel dat zijn gezicht niet meer te zien is. 10 Maar haar geest vervulde zich met afschuw en nog meer duisternis die haar dreigde te verstikken toen ze voelde hoe ze gedwongen werd naar hem te blijven kijken. - Je gebruikt het woord 'duisternis' en 'afschuw' echt te vaak in dit stukje tekst. Zo'n beetje alles in deze scène is duister en afschuwelijk, waardoor het ietwat vermoeiend wordt om te lezen. Dit hoef je niet de hele tijd te benoemen. Misschien kun je in plaats van iedere keer de emoties te benoemen ook eens een reactie laten zien. Bijvoorbeeld dat er een rilling over haar rug loopt of dat ze haar hoofd probeert af te wenden, maar dit niet lukt. Maak het wat interactiever. Daarnaast is het niet mogelijk om duisternis te vermenigvuldigen. Het is duister of het is licht, er is niet zoiets als dubbele duisternis ;). Je kunt wel zeggen dat het donkerder lijkt te worden, maar in dat geval moet er eerst licht zijn geweest. Daarentegen kan je hoofdpersoon wel een soort depressief of angstig gevoel hebben, maar dan moet je dat in andere termen dan 'duister' omschrijven om het verschil tussen fysieke en emotionele duisternis helder te houden. 11 Ze deed nog steeds verwoede pogingen om zich te verzetten maar ze had er de kracht niet toe. Opeens had ze er ook de moed niet voor. Het was eenvoudiger dit gewoon te laten gebeuren. Wat kon het haar schelen. Alles had ze toch al verloren en er was niets of niemand om voor te vechten. - Deze laatste zinnen halen de spanning van je verhaal ietwat onderuit. De hele scène is je hoofdpersoon machteloos geweest en zodra ze de kans krijgt om iets te doen, geeft ze bijna meteen op. Laat haar wat langer worstelen. Daarnaast zeg je: 'Alles had ze toch al verloren' behalve dat dit niet echt lekker leest, doordat de woorden in de verkeerde volgorde staan (Ze had alles toch al verloren), voegt de zin wezenlijk ook niet zoveel toe. Als je wilt dat ik als lezer haar pijn en verdriet voel, zul je me wel iets meer moeten vertellen dan 'alles'. Wat is alles? Wat heeft ze precies verloren? Zelfs als dit al eerder in je verhaal is benoemd, moet je het hier herhalen om dit gedeelte emotionele impact mee te geven. Dat hoeft niet door er heel veel zinnen aan te weiden. Dit kan bijvoorbeeld ook door iets als dit: 'Ze had alles toch al verloren. Mama en papa zouden nooit meer terugkomen. Haar huis zou nog steeds een hoop as zijn. Het verleden kon ze niet meer veranderen. Wat had het allemaal nog voor nut?' En daarna kun je haar de moed laten opgeven en haar hoofd laten hangen. Op die manier voel je als lezer met haar mee. Zie je haar eerst daadwerkelijk worstelen, dan overmand worden door herinneringen, en vervolgens opgeven. Als laatste nog een losse opmerking: je begint iedere nieuwe alinea na een witregel dat is niet nodig en leest eerlijk gezegd nogal storend. Begin een nieuwe alinea gewoon op een nieuwe regel, maar voeg geen witregel toe. Voor de duidelijkheid kun je eventueel inspringen als je dat fijner vindt. Hoop dat je hier wat mee kunt en succes met herschrijven!

Lid sinds

6 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Enorm bedankt angelray. Jou tips waren echt nuttig en ik heb ervan bijgeleerd. Ik heb de tekst herwerkt. Zie hieronder. Opeens keek ze, of was het haar geest, op zichzelf en Ozar neer van een grote hoogte. Hulpeloos werd ze richting het noorden getrokken. Vaag hoorde ze Ozar haar naam noemen. Zijn stem klonk steeds zwakker en stierf weg terwijl ze steeds sneller werd meegezogen. Steeds verder wegglijdend, zweefde ze over de bergen en de vlakte daarachter. Ze zag vele wouden onder haar doorschieten, gevolgd door bergen die nog hoger waren dan de vorige. Alles wat ze zag was bedekt met sneeuw. Toen ze over hun toppen uitsteeg zag ze tot haar ontsteltenis dat het landschap niet wit, maar zwart zag. Het was alsof de oppervlakte verbrand was. Angstig voelde ze dat ze erheen werd getrokken. Ze verzette zich maar het had geen zin. Al zwevend over de zwarte vlakte begon ze beweging waar te nemen. Ze zag vele in zwart geklede mannen die als twee druppels water geleken op de legers in haar droom enkele dagen geleden. Het leek alsof iemand haar wilde laten zien dat ze met velen waren. Her en der zag ze openingen in de grond. Opeens begon ze te dalen in de richting van een van de openingen. Niet bij machtte haar ogen af te wenden schoot ze even later door de opening naar binnen. Her en der brandden er toortsen aan de wanden van een grot De wanden waren oneffen en ruw. Ze zweefde door de grot die zich vertakte in verschillende gangen. De ene gang na de andere zweefde ze in en weer uit. Al deze gangen waren propvol met in het zwart geklede mannen. Het was een akelige gewaarwording omdat ze dwars door hen uitgleed. Toen ze zo dichtbij was kon ze ook meer details zien. Het waren stuk voor stuk struis gebouwde mannen. Het was vreemd dat alle mannen die ze tegenkwam identiek hetzelfde gekleed waren. Ze droegen allen een eenvoudige zwarte vest en broek. Aan een riem droegen ze of een zwaard of een knots met ijzeren pinnen. Op hun rug zag ze bij sommigen ook een kruisboog. Hun gezichten waren zwartgeverfd met erover vreemd witte symbolen. In dubbele rijen liepen ze doorheen de gangen, dwars door haar heen. In hun ogen bespeurde ze geen leven. Ze leken steeds recht voor zich uit te kijken. Ze zou ervoor teruggedeinsd zijn, maar slaagde er niet in. Iets dwong haar toe te kijken. In de verste uithoeken van haar geest hoorde ze een lach die haar geest vulde met afschuw. Ze dacht voor altijd verloren te zijn in de duisternis van deze gangen, omdat er geen einde aan leek te komen. Plotseling kwam haar geest tot stilstand vlak voor een in een lange zwarte mantel gehulde gedaante. Zijn kap was ruim, waardoor die ver over zijn hoofd viel. Er ging zo een macht van hem uit dat ze gedwongen werd naar hem te kijken. Ze probeerde tevergeefs haar hoofd af te wenden. Toen hoorde ze een zware stem spottend zeggen ‘Denk maar niet dat je door je Jurarch aan mij zal weten te ontkomen Mirah. Spoedig nu zal jij mij bekoren en zal je iedereen die je voor je zal weten te winnen verraden.’ Ze deed nog steeds verwoede pogingen om zich te verzetten. Worstelend in zijn greep kwamen er plots herinneringen bovendrijven van dat kleine meisje dat iedereen altijd links liet liggen. Ze had het gevoel dat ze altijd al nutteloos geweest was. Opeens had ze de moed niet meer om te vechten. Het was eenvoudiger dit gewoon te laten gebeuren. Wat kon het haar nog schelen. Haar wereld was toch al verloren voor haar. Thomas was wellicht ook beter af zonder haar. Welke waarde had haar leven dan nog. In antwoord op haar gedachten werd haar geest gehuld in duisternis. Ze stelde zich geen vragen want dat verdiende ze.

Lid sinds

10 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Mooie herschrijf Mirah! Nu is het verhaal een stuk spannender geworden en zie ik het veel beter voor me. Het einde is nu ook veel krachtiger. Hier en daar zitten er nog wat kleine foutjes en herhalingen in maar dat zijn nog maar kleine dingetjes. Heb ze weer even puntsgewijs op een rij gezet ;) 1 Her en der zag ze openingen in de grond. Opeens begon ze te dalen in de richting van een van de openingen. Niet bij machtte haar ogen af te wenden schoot ze even later door de opening naar binnen. Her en der brandden er toortsen aan de wanden van een grot - hier gebruik je twee keer vlak achter elkaar 'her en der' vervang één van de twee voor een andere uitdrukking dat leest fijner. 2 Het was een akelige gewaarwording omdat ze dwars door hen uitgleed. - 'uitglijden' wil zeggen dat je valt of onderuit gaat maar dat is niet wat je hier bedoelt. Volgens mij bedoel je hier meer dat ze 'dwars door hen heen gleed.' ;) 3 Het was vreemd dat alle mannen die ze tegenkwam identiek hetzelfde gekleed waren. - 'identiek' en 'hetzelfde' betekenen hetzelfde dus zeg je hier eigenlijk dat de mannen hetzelfde hetzelfde gekleed waren. Een van de woorden is dus overbodig. 4 Ze droegen allen een eenvoudige zwarte vest en broek. - Hier heb je de bijvoeglijk naamwoorden in meervoud gezet terwijl de 'allen een' duidt op enkelvoud, waardoor de zin: 'Ze droegen allen een eenvoudig, zwart vest en broek.' zou moeten zijn. 5 In dubbele rijen liepen ze doorheen de gangen, dwars door haar heen. - 'doorheen' voor 'de gangen' moet hier gewoon 'door' zijn. Veel succes en plezier met verder schrijven :)

Lid sinds

6 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Dank je Angelray. Ik betrap er mezelf nu op ja. Zou je het zien zitten om me te helpen met de inhoudelijke controle van de eerste drie hoofdstukken van mijn verhaal?