Lid sinds

4 jaar 3 maanden

Rol

[fantasy] De wolf en de koning

Om het onderstaande fragment te begrijpen is hier eerst een korte toelichting. Het fragment gaat over Eira, haar broer Sean is ontvoerd en ze reist achter hem aan om hem te redden. Echter is ze tijdens haar reis gewond geraakt. In het fragment wordt de wond genezen door Cadjura. Eira zelf maakt de genezing niet bewust mee. Ze verkeerd in een diepe slaap, maar wordt geteisterd door een nachtmerrie. Het uitgekozen fragment is een deel van een groter fragment. Dit stuk begint in het midden van de nachtmerrie, er is dus al een deel aan vooraf gegaan. Eira en Sean zijn gedaanteverwisselaars. Zij worden gezocht door de Donkere Koning. Het fragment is een deel uit het midden van mijn verhaal. Ik heb het kort geleden herschreven en ben benieuwd wat jullie er van vinden. Wat is graag wil weten is: 1. Is het spannend? 2. Nodigt het uit om verder te lezen? 3. Is de schrijfstijl goed te volgen? Leest het verhaal goed weg? 4. Spreekt het verhaal tot de verbeelding?

Fragment

De wolf verandert in een man. ‘Neem haar mee!’ Schreeuwt hij. Ze wordt opgepakt, maar ze verzet zich. Iets in haar wil bij de man blijven. De jongen is te sterk en draagt haar weg. Eira heeft haar ogen gericht op het gevecht tussen de man en de lichtzuiger. De man zakt kreunend in elkaar. Er biggelen tranen over haar wangen, maar ze kan haar ogen niet afwenden. Ze duwt en trekt aan de haren van de jongen. ‘Laat me los,’ huilt ze. Naast haar klinkt luid gekraak. Er vallen brokstukken naar beneden. De jongen drukt haar tegen zijn buik en beschermt haar met zijn lichaam als het zwartgeblakerde huis op hen valt. Eira probeert de droom van zich af te schudden, maar ze wordt tegengehouden. 'Verzet je niet!’ klinkt er in de verte. Langzaam wordt ze terug gezogen naar het dorp. Ze liggen bedolven onder houten balken. Eira kan zich bewegen. Er klinken geen geluiden meer en voorzichtig duwt ze de brokstukken van zich af. De jongen verroert zich niet. Zachtjes schudt ze aan zijn arm. ‘Sean wordt wakker.’ Hij reageert niet. ‘Sean!’ Eira schudt zijn lichaam door elkaar. Er biggelen tranen over haar wangen. Ze pakt zijn hand stevig vast. ‘Eira... Je moet vluchten.’ Klinkt er zachtjes. ‘Sean!' ‘Ssst... Niet zo hard, ze zijn niet ver weg... Je moet...’ Zijn adem stokt en zijn helderblauwe ogen draaien naar de hemel. ‘Nee!’ schreeuwt ze. ‘Nee. Nee! NEEEE!’ Ze legt haar hoofd op zijn lichaam en tranen biggelen over haar wangen. Zijn ketting voelt ze onder haar liggen. Eira weet niet waarom maar ze pakt hem vast en klemt hem samen met de hare in haar hand. Een traan drupt op haar arm en glijdt naar haar hand. De bedeltjes beginnen licht te geven en zweven omhoog. Het witte licht verlicht de duisternis van het dorp. De twee bedeltjes hechten zich aan elkaar. Ze staart er naar, maar het dringt niet tot haar door wat er gebeurd. Er verschijnt een schim van een wolf. Ze knippert met haar ogen. ‘Sean... B-ben jij dat.’ ‘Nee...’ zegt de schim. Ze snikt. De wolf komt voor haar zitten. ‘Ik ben de eerste van ons soort en jij hebt mij geroepen. Waarom.’ ‘Ik mis mijn broer...’ snottert ze. ‘Is dit je broer?’ Ze knikt verslagen. ‘Ik kan hem weer laten leven, maar daar staat een prijs tegenover.’ ‘Laat hem leven!’ ‘Dan zal jij vergeten wie je bent en je niks herinneren vanaf je geboorte. De afgelopen vier jaar zullen niet hebben bestaan.’ ‘Red mijn broeder!’ Met betraande ogen kijkt ze naar de wolf. ‘Alsjeblieft.’ De wolven geest begint te rennen om haar en haar Sean heen. Steeds harder, steeds sneller. Ze worden opgeslokt door een witte wolk en ze ziet niets anders dan haarzelf en haar broer. Ze blijft zich aan hem vastklemmen en plots komt de witte wolk in één keer op hen af. Er volgt een felle flits en opnieuw wordt alles zwart. Eira wordt huilend, zwetend en gedesoriënteerd wakker. Ze heeft de droom vaker gehad, maar nog nooit met dit einde. Ze voelt aan haar wangen. Die zijn nat van de tranen. Haar voorhoofd is bezweet en ze heeft geen idee waar ze is. Ze ligt in een bed, maar de rest van de kamer is leeg. Door een klein raampje straalt een klein beetje licht waardoor de kamer niet helemaal donker is. ‘Waar ben ik?’ mompelt ze. Ze kan zich niks meer herinneren op haar droom na. De droom, die haar blijft achtervolgen. Ze weet niet waarom ze hem heeft en hij teistert haar al zolang ze zich kan herinneren. Eira duwt zichzelf omhoog, maar een felle pijnsteek in haar zij zorgt er voor dat ze meteen weer gaat liggen. Nu pas heeft Eira door dat ze haar hemd niet aan heeft. En de kettingen niet om. ‘De kettingen!’ roept ze paniekerig. ‘Waar zijn ze!’ Ondanks de pijn gaat ze rechtop zitten en ze zwaait haar benen over de rand van het bed. Dan valt haar oog op haar wond. Ze heeft het gevoel dat ze moet kotsen als ze haar zij ziet. Er zit verband omheen, maar dat is doordrenkt van het bloed. De huid rondom de wond is opgezet en donkerblauw. Eira gaat staan, maar vrijwel meteen voelt ze zich licht worden in haar hoofd. Snel wil ze gaan zitten, maar het is al te laat. Opnieuw zakt ze weg in een zwarte duisternis.

Lid sinds

12 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
Je wilt wel erg veel in een heel kort stukje tekst. Ik kan het zelfs met jouw uitleg erbij niet echt volgen. Het huis dat op haar instort is een droom, waaruit ze wakker wordt. En bij het ontwaken ligt ze naast haar broer, die sterft uit het niets ook maar weer tot leven gewekt wordt. Maar dat is ook weer een droom, waaruit ze wakker wordt, nu in een bed? Ik vind je ambitie zeker te bewonderen. Maar het stuk heeft nog wat meer diep nadenken en plannen nodig voordat het zal werken. Of zou je de gebeurtenissen misschien op een of andere manier kunnen versimpelen? Dat zou ook kunnen helpen, denk ik.

Lid sinds

4 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Bedankt voor de reactie. Er gebeurt inderdaad wel veel in dit stukje tekst. Wat het waarschijnlijk ook onduidelijk maakt is dat het een deel is van een groter geheel. Ik ga proberen het stuk aan te passen zodat het beter loopt.