Start » Proeflezen » [Fantasy] De val der Kronen

[Fantasy] De val der Kronen

Door: eppicninjabunny
Op: 21 april 2019

STUK IS HERSCHREVEN EN STAAT IN COMMENTS

- Welke sfeer creërt dit stuk, is het denk je gericht aan volwassenen of jeugd/kinderen?
- is het goed geschreven natuurlijk
- Is dit een goed begin van een verhaal (het eerste hoofdstuk)
- worden de personen duidelijk genoeg omschreven, kunnen jullie je inbeelden wat een Kembe en een Rani is?

Fragment: 

‘Kunnen we echt niet even stoppen, dat kloten beest kneust mijn ribben,’ klaagt Akillian.
‘Nee,’ antwoord de reus voor hem nors. ‘Ik kan je best laten lopen als je dat prettiger vindt.’
‘Hoe zou ik dat moeten doen?’ Door de pijn naar wanhoop gedreven verligt Akillian zich onrustig. ‘Ik mis een been en een arm, ik kom nog geen drie sprongen vooruit zonder om te vallen.’
‘Dan blijf je maar lekker liggen.’
‘Kloten paarden,’ moppert Akillian zachtjes.
‘Het is geen paard. Paarden zijn kleiner, zwakker en kennen angst. Kembe’s kennen dat niet. Ze lopen gewoon door als daar de sporen voor worden gegeven. Kembe’s kunnen Rani’s dragen zoals ik, dat kan ik niet van paarden zeggen.’
‘En ze zijn veel te gespierd om er mensen erachter op te gooien.’ Akillian tilt zijn zij op om de kneuzingen aan zijn ribben te laten zien. ‘Moet je kijken hoe ik eruit zie.’
‘Ik hoef het niet te zien, ik weet hoe het is. Ooit lag ik daar ook. Maar in tegenstelling tot jou ben ik geen rebel, verrader en moordenaar.’ briest de reus. ‘Dus hou je mond dicht over hoe je slecht je hebt of ik breng je terug naar waar je vandaan komt zodat je de straf onder ogen kan komen.’
‘Ik ben geen moordenaar.’ Akillian probeert zich op zijn rug te rollen. Het lukt niet, de boeien om zijn pols en enkel zitten te strak en bieden te weinig ruimte. Verslagen laat hij zich weer zakken op de pijnlijke ribbenkast. ‘Kan ik zijn minst een omgedraaid worden, zodat ik niet meer tegen de zon inkijk?’
‘Nee,’ antwoord de Rani opnieuw. ‘Je blijft zo liggen. Ik heb al genoeg tijd verspilt.’
‘Maar Yinka...’
‘Niks geen gemaar.’ Yinka verschuift zijn tweehandige zwaard terug op zijn plek. De reis was lang geweest en hij was flink afgevallen. De riem om zijn rug heen is een stuk losser gaan zitten en zo nu en dan moet hij uitkijken dat het verschuivende gewicht van zijn wapen hem niet uit het zadel licht.
‘Kloten zon, kloten paard, kloten Anidi,’ somt Akillian zijn woede op.
‘Dankzij deze Anidi leef je nog.’
‘Als deze Anidi iets sneller op de heenreis was geweest had ik nog al mijn ledematen gehad,’ weerkaatst Akillian boos. De afgelopen tijd had hij last gehad van afschuwelijke fantoompijnen die zijn leven tot een kwelling maakte.
Yinka draait zich boos om. Twee groene ogen spuwen door de spleten van zijn zwarte masker heen. ‘Houd je grote mond dicht tegen mij. Je mag de goden op je blote knie bedanken dat de Anidi zo gevreesd zijn, anders had je daar nu nog gezeten.’
Akillian kijkt de reus recht in zijn ogen aan. Zelfs het masker kan niet verhullen dat de man lelijk is. Het ene oog zit net wat hoger dan de ander, zijn wenkbrauwen worden op meerdere plekken onderbroken door littekens. Wat onder het masker schuilt verhult nog veel meer tekenen van een leven vol geweld. Hij mist een linker slachttand, van zijn vacht is weinig over door vergroeide littekens en onherstelbare schade die is aangedaan door ontstoken wonden. En dan is er nog de torso, die altijd open en bloot gelaten wordt en net zoals het gezicht weinig verbeelding spreekt. Littekens, kale plekken en zelfs een hap uit zijn ribbenkast maken van Yinka een weinig mooie man.
‘Waar zijn we eigenlijk? vraagt Akillian als ze voor de zoveelste keer een dorpje passeren. De dorpen in Randry zijn anders dan in Ivelany, de buitenste provincie van Gomor, waar hij voor het eerst in zijn leven een dorpje had gezien. In Dhintay waar de slavenhouder woonde waren geen dorpen. Alleen maar zand, stenen en eindeloze rijen met kooien waarin de slaven sliepen. In Ivelany woonde de burgers in kleine dorpjes of in vervallen boerderijen en droeg men vodden om hun magere lichamen heen. Hier in Randry zijn de dorpen groter, soms wel enkele duizenden huizen groot en de boerderijen versterkt. Hier zien de burgers er ook anders uit, netter en dikker. Niet te dik, maar gewoon gezond, met een laagje vet om hun botten heen. Iets wat hij niet kon zeggen van wezens in Ivelany waar ze vel over bot waren en de kinderen vaak leken alsof ze nooit iets te eten hadden gehad.
‘Weet ik niet precies. De map die ik mee heb is verouderd. Deze is sinds de laatste nacht niet meer bijgewerkt.’ Wild wappert Yinka met de map die nu zo waardeloos lijkt. Het liefst zou hij het weggooien, maar misschien kan hij het in de rijke provincie Havony de kaart nog laten bijwerken. Dan zouden ze direct een pauze van enkele zonreizingen in kunnen lassen. Akillian had op dat punt wel gelijk gehad, ze hebben al lang gereisd zonder echt rust te houden.

Reacties

Diana Silver
Laatst aanwezig: 1 uur 21 min geleden
Sinds: 8 Nov 2010
Berichten: 4920

Akillian zeurt wel erg lang door, en zolang hij blijft zeuren begint het verhaal niet. Als je de eerste twintig regels terug zou brengen tot drie regels, hoe zou het dan worden? Al doe je het maar als oefening, probeer eens?

Waar waren we gebleven?

L.P.
Laatst aanwezig: 3 dagen 14 uren geleden
Sinds: 10 Apr 2019
Berichten: 32
Diana Silver schreef:

Akillian zeurt wel erg lang door, en zolang hij blijft zeuren begint het verhaal niet. Als je de eerste twintig regels terug zou brengen tot drie regels, hoe zou het dan worden? Al doe je het maar als oefening, probeer eens?

Ik ben het helemaal eens. Alle info die je wil meegeven, kan je eventueel kort meegeven als vertellen, i.p.v. de info te geven door het gezeur van Akillian. Je kan hem even laten zeuren, om aan te geven dat hij ana het zeuren is, en dan verklaren waarom hij zeurt door kort te schetsen wat er gebeurd is.

Ook actief op: Sweek (L.P., @elpee) en Wattpad (L.P., @LP_elpee)

eppicninjabunny
Laatst aanwezig: 5 uren 18 min geleden
Sinds: 19 Jun 2017
Berichten: 32

HERSCHREVEN VERSIE

Dof galmen een zestal hoeven over het grasveld heen om alleen verstoord te worden door het eeuwige gemijmer van de jongen die achterop het zadel ligt.
‘Hou je mond,’ spreekt de reus bars. Zachtjes duwt hij zijn hakken in de gespierde buik van het zesbenige wezen waarop ze rijden. De rustige stap waarin ze verkeerde gaat over in een sjokkende, lichte draf, en het gekerm van pijn wordt harder.
‘Dat misvormde paard van jou kneust mijn ribben, ze zijn helemaal blauw.’
‘Erg vervelend voor je.’ De reus gunt de jongen geen blik waardig. ‘En noem het nog één keer een paard en ik hak je andere arm er ook af.’ Heel eventjes licht hij het op zijn rug gelegen zwaard op om te laten zien dat het geen ongelogen bangmakerij is. ‘Of je andere been, je mag zelf kiezen. Ik ben de moeilijkste niet.’
De jongen wil naar de reus spugen, maar zijn mond is te ver opgedroogd om speeksel te maken. In plaats daarvan schopt hij het rijdier in de buik. Even briest het dier als een schaterende lach die de jongen uitdaagt om het nog een keer te doen. Getart door het dier negeert de jongen het, wetende dat dit is een slag is die hij nooit zal kunnen winnen. Verloren spartelt hij met het overgebleven been, uit frustratie en uit een even grote verveling. Diep van binnen huilt hij, maar aan het gezicht valt niks te zien. De twee ogen zijn nog altijd even helder blauw en trots. Hij is sterk vermagerd, net als de reus die voor hem zit. Zijn haar is lang en warrig en zijn ontblote borst laat de ribben goed zien. Het is goed te zien dat ze al lang op reis zijn en onderweg te weinig voedsel hebben gevonden. Zijn hemd is hij halverwege de woestijn van Dhintay verloren in een windvlaag en zijn broek is gescheurd in het donkere woud van Ivelany. Hij krabt aan de plek waar ooit het opperarmbeen zou zijn begonnen. Nu zit er alleen nog maar een bruin, vervuild verband dat de aangedane wond weet te scheiden van de bacteriën die de onweerstaanbare drang hebben om zijn gemis te infecteren. Zowel Dhintay als Ivelany leken verlaten, een plek om verband te kopen of schoon te maken was er niet.
‘Kan je me nog steeds niet vertellen waar we naar toe gaan? vraagt de jongen terwijl hij het antwoord al weet. ‘Je hebt me duizend mijl door een woestijn heen getrokken en nog zeker tweeduizend mijl door de Vergeten Provincie.’ Hij is voorzichtig met de naam Ivelany. De inwoners van Randry lijken niet goed tegen de naam te kunnen. Voorgaand keken ze de jongen vuil aan en scholden hem uit voor zwerver. Waarom weet hij niet, hij accepteert het maar gewoon.
‘Nee, Akillian,’ bromt de reus. ‘Nog steeds niet.‘
Door de pijn naar wanhoop gedreven verligt Akillian zich naar een plek waar de spieren minder op hem inbeuken als gebalde vuisten. Het ongemakkelijke geworstel wordt opgeluisterd door het constante gerinkel van de strakke boeien die hem in elke beweging beperken.
IJskoude en vlijmscherpe klauwen van de reus prikken zich in het zachte been vlees van Akillian. ‘Blijf liggen,’ draagt de reus hem meer dan streng op. ‘Kembes kunnen niet tegen onrust op hun rug.’ Zacht klopt hij met zijn andere hand op de schouders van de kembe.‘ Daar worden ze chagrijnig van.’
‘Weduwemaker is altijd al chagrijnig, dus zoveel zal dat niet uitmaken.’

Parttime schrijver, grafisch ontwerper en youtuber

Diana Silver
Laatst aanwezig: 1 uur 21 min geleden
Sinds: 8 Nov 2010
Berichten: 4920

Heb je nog vragen over deze nieuwe versie? Ik kan wel een hoop gaan zeggen over de schrijfstijl en zinsopbouw, maar misschien zit je daar helemaal niet op te wachten... smile

Waar waren we gebleven?

janpmeijers
Laatst aanwezig: 4 uren 5 min geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 5871

eppicninjabunny

De personen worden goed beschreven - naar mijn smaak zelfs te nadrukkelijk. Als begin van een verhaal/hoofdstuk is het prima: er gebeurt iets en er is voortgang.
Er valt wel te schaven aan je stijl. Wat voorbeelden:

Citaat:

Dof galmen een zestal hoeven over het grasveld heen om alleen verstoord te worden door het eeuwige gemijmer van de jongen die achterop het zadel ligt.

lees je zin eens zonder 'alleen' en 'eeuwige'. Zou de lezer die twee woorden missen?
Let op dat soort vulwoorden, durf te schrappen. Minder is meestal meer.

Citaat:

het zesbenige wezen waarop ze rijden.

de verteller is aan het woord - die weet toch wat voor wezen het is. Noem het hier gelijk bij naam.

Citaat:

De rustige stap waarin ze verkeerde gaat over in een sjokkende, lichte draf, en het gekerm van pijn wordt harder.

hier trek je informatie over het dier en de jongen samen in 1 zin. Maak er twee zinnen van.
suggestie om het vloeiender te maken: 'Haar rustige stap gaat over in een sjokkende, lichte draf. De jongen kermt harder.'

Citaat:

‘Dat misvormde paard van jou kneust mijn ribben, ze zijn helemaal blauw.’

ribben zijn onderdeel van het skelet en dus niet zichtbaar - wat is er blauw? Formuleer zogvuldig.

Citaat:

De jongen wil naar de reus spugen, maar zijn mond is te ver opgedroogd om speeksel te maken.

het is wat omslachtig (uitleggerig) de lezer weet genoeg als je schrijft: De jongen wil spugen, maar zijn mond is te droog. Of: de jongen wil spugen, maar hij heeft geen speeksel.

Citaat:

Het is goed te zien dat ze al lang op reis zijn en onderweg te weinig voedsel hebben gevonden.

Dit is een voorbeeld van conclusies die je de lezer zou moeten laten trekken. Laat het gewoon zien - en de lezer vult het in. Dat is sterker dan direct vertellen hoe het zit.

succes.

eppicninjabunny
Laatst aanwezig: 5 uren 18 min geleden
Sinds: 19 Jun 2017
Berichten: 32
Diana Silver schreef:

Heb je nog vragen over deze nieuwe versie? Ik kan wel een hoop gaan zeggen over de schrijfstijl en zinsopbouw, maar misschien zit je daar helemaal niet op te wachten... smile

Sorry voor het weglaten van de criteria waarnaar ik op zoek ben, dit ben ik heel stom vergeten.

Elke vorm van criteria (ook op de schrijfstijl etc. is welkom) ook al vraag ik er niet expliciet om smile

In ieder geval:

Is het een verbetering van het voorgaande stuk?
Zeurt Akillian (de jongen) niet te lang?
Is het goed geschreven en leest het prettig?

Parttime schrijver, grafisch ontwerper en youtuber

  • Carry Slee onthult haar schrijfgeheimen
  • Waarom je niet moet wachten met je debuut
  • Schrijftips van John Boyne (De jongen in de gestreepte pyjama)
  • Wat verdient een schrijver aan een boek? (En hoe eerlijk is dat)
  • 9 (te) gekke manieren om inspiratie op te doen
  • Ontdek waarom je van je leven een schrijf-mijnenveld moet maken. 
  • Interview met Simone van der Vlugt
  • Tips door Bregje Hofstede en Saskia de Coster, ze schreven allebei boeken die uitblonken in originaliteit en kwaliteit. Hoe deden ze dat? 
  • We spraken Sabine van den Berg over haar carrière, prozawerk, de liefde voor het schrijven van gedichten en over studenten zonder talent
  • Uitblinken in Spoken Word en/of Performance Poetry?

Als je je aanmeldt vóór maandag 27 mei 16:00 u. krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN
Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!